mh 1.3 Onderdelen van de Kaart

− Je kunt voorbeelden geven van dichtbevolkte en van dunbevolkte gebieden.
− Je begrijpt waarom sommige plekken dichtbevolkt zijn en andere dunbevolkt.
− Je weet welke vier onderdelen een goede kaart moet bevatten.
− Je kunt de legenda gebruiken om gegevens van een kaart te lezen.
− Je kunt de windstreken gebruiken.
− Je kunt met de schaal de afstand op de kaart omrekenen naar de werkelijke afstand.


Lesboek bladzijde 12 en 13
Aardrijkskunde
Werkblad opdracht 1, 2 en 4
Nog even niet :)
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

− Je kunt voorbeelden geven van dichtbevolkte en van dunbevolkte gebieden.
− Je begrijpt waarom sommige plekken dichtbevolkt zijn en andere dunbevolkt.
− Je weet welke vier onderdelen een goede kaart moet bevatten.
− Je kunt de legenda gebruiken om gegevens van een kaart te lezen.
− Je kunt de windstreken gebruiken.
− Je kunt met de schaal de afstand op de kaart omrekenen naar de werkelijke afstand.


Lesboek bladzijde 12 en 13
Aardrijkskunde
Werkblad opdracht 1, 2 en 4
Nog even niet :)

Slide 1 - Tekstslide

Download hier de werkbladen
https://debaasopinternet.nl/content/2-aan-de-slag/1-wie-mag-alles-van-me-weten/debaasopinternet-privacy-werkbladen.pdf
Waar zou deze kaart over gaan?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zonder titel heb je vaak weinig aan een kaart.
Wat heb je nog meer nodig?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderdelen van een kaart
Titel
Waar gaat de kaart over
Legenda
Hier worden de tekens en kleuren van de kaart uitgelegd
Noordpijl of Windroos
Geeft het noorden of de windrichtingen aan op een kaart
Schaal
Hier kan je zien hoeveel kilometer in het echt de centimeters op de kaart zijn.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je nodig voor kaartlezen?
1- titel: wat is het onderwerp?
2- noordpijl: waar is het noorden?
3- legenda: uitleg kleuren en symbolen
4- schaal: hoeveel verkleind is het gebied

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schaal
Omdat een kaart een gebied kleiner afbeeldt, zijn de afstanden tussen plaatsen ook verkleind. Je gebruikt de schaal van een kaart als je de werkelijke afstand tussen plaatsen wilt weten.

Hoe werkt het?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schaalberekenen oefenen
1 km   =   1000 m   =   100.000 cm



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 100.000 cm is.
Hoeveel meter is dit dan?
A
1000
B
10000
C
100
D
1

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 100.000 cm is.
Hoeveel kilometer is dit dan?
A
1000
B
100
C
10
D
1

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Windstreken

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Legenda 
Een legenda geeft betekenis aan kleuren en symbolen op een kaart.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag:
LB: blz 12-13
WB: blz 6 en 7

Maak nu opdracht: 1, 2 en 4 

Huiswerk: geen :)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies