Thema 5: 5.1 en 5.2 (les 1 en les 2)

Sporten
THEMA 5
Basisstof 5.1 
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Sporten
THEMA 5
Basisstof 5.1 

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
1. Wat zijn de leerdoelen vandaag?
2. Uitleg over basisstof
3. Een paar vragen
4. Wat ga je zelf doen?
5. Afsluiten en afronden.

Boek 1B nodig!

Slide 2 - Tekstslide

5.1 Een sport kiezen
Leerdoelen
1. Je kent de redenen waarom mensen sporten.
 
2. Je kunt individuele en teamsporten onderscheiden.

3. Je kunt de voordelen van sporten noemen.

4. Je kent lichamelijke en karaktereigenschappen die belangrijk zijn bij het kiezen van een sport.

5. Je kunt verschillende redenen noemen die een rol spelen bij het maken van keuzen.


Slide 3 - Tekstslide

Sport jij ook?
Zo ja, welke sport beoefen je?
Waarom heb je voor deze sport gekozen?

Slide 4 - Tekstslide

Een sport kiezen
Redenen om te sporten:

- voor ontspanning
- voor de gezelligheid
- voor je gezondheid
- om dat het je werk is (profsporters)

Slide 5 - Tekstslide

Een sport kiezen
Verschillende soorten sport:

- individuele sport (atletiek, fietsen)

- teamsport (voetbal, hockey): hierbij moet je samenwerken

Slide 6 - Tekstslide

Een sport kiezen
Sporten zorgt voor:

- lichamelijke inspanning

- geestelijke inspanning 
(schaken, dammen of puzzelen)

Slide 7 - Tekstslide

Een sport kiezen
Voordeel: Sporten is goed voor je gezondheid. 

Tijdens het sporten verbrand je vet. 
Ook krijg je sterkere spieren door te sporten. 
Als je vaak sport, wordt je uithoudingsvermogen beter: je wordt minder snel moe. 

Conditie is een ander woord voor uithoudingsvermogen.
 
Bovendien voel je je door te sporten beter en zelfverzekerder en heb je zelfs minder kans op een depressie. Sporten is ook een goede manier om nieuwe mensen te leren kennen.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Een sport kiezen
Welke sport kies jij?
Meestal kies je voor een sport die bij je past. 

Hierbij kan je letten op:
- lichamelijke eigenschappen
- karaktereigenschappen

- Kosten en locatie spelen ook vaak een rol

Slide 10 - Tekstslide

Een reden om te sporten is: om te ontspannen
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quizvraag

Voorbeeld van een individuele sport
A
100 m sprint (atletiek)
B
wielrennen: De tour de France
C
zwemestafette
D
waterpolo

Slide 12 - Quizvraag

Opdrachten die horen bij 5.1

Boek 1B

Maak opdracht 1 t/m 7 
bladzijde 8 t/m 13

Begrippen

Slide 13 - Tekstslide

Het skelet
THEMA 5
Basisstof 5.2

Slide 14 - Tekstslide

Lesplanning
1. Wat zijn de leerdoelen vandaag?
2. Uitleg over basisstof 1
3. Drie vragen
3. Wat ga je zelf doen?
4. Afsluiten en afronden.

Boek 1B nodig!

Slide 15 - Tekstslide


 5.2 Je skelet

Slide 16 - Tekstslide

Het skelet van een volwassen mens bestaat uit ongeveer uit:
A
500 botten
B
206 botten
C
350 botten
D
150 botten

Slide 17 - Quizvraag

Je skelet
skelet = bottenstelsel

Je skelet bestaat uit botten (beenderen)

Je kan het skelet opdelen in schedel, romp en ledematen.

Slide 18 - Tekstslide

ROMP & LEDEMATEN

Slide 19 - Tekstslide

De schedel

Slide 20 - Tekstslide

De romp
  • Borstbeen
  • Ribben
  • Wervelkolom
  • Sleutelbeen
  • Schouderblad

Slide 21 - Tekstslide

Je ledematen, armen en benen

Slide 22 - Tekstslide

wervelkolom

Slide 23 - Tekstslide

Rontgenfoto 

Een rontgenfoto wordt gemaakt door rontgenstraling 
door een lichaamsdeel van een patient te stralen. 
De beenderen absorberen deze straling, de rest van de 
straling wordt doorgelaten en zorgen voor een schaduw. 

Hierna wordt de foto in negatief gezet (zwart wordt wit
en wit wordt zwart), waardoor de beenderen wit 
afgebeeld worden
In 1894 nam Wilhelm&nbsp;<div>Rontgen de eerste&nbsp;</div><div>rontgenfoto van de&nbsp;</div><div>hand van zijn vrouw.&nbsp;</div><div>Tegenwoordig maken&nbsp;</div><div>we nog steeds gebruik&nbsp;</div><div>van deze techniek om&nbsp;</div><div>naar beenderen te kijken.&nbsp;</div>

Slide 24 - Tekstslide

Onderdelen van het skelet
Je skelet heeft 4 functies:

- stevigheid
- beweging
- bescherming
- vorm

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Het skelet van een mens noemen we ook wel een inwendig skelet
A
waar
B
niet waar

Slide 27 - Quizvraag

Een ander woord voor skelet is....
A
Bottenstelsel
B
ledematen
C
spieren
D
kraakbeen

Slide 28 - Quizvraag

Wat is geen een functie van het skelet?
A
Vorm
B
Stevigheid
C
Bescherming
D
Waarnemen

Slide 29 - Quizvraag

Uit welke delen bestaat het skelet?
A
Schedel en ledematen en armen
B
Romp, ledematen en armen en benen
C
Schedel, romp, ledematen
D
Schedel, romp, ledematen en armen en benen

Slide 30 - Quizvraag

ribben behoort tot:
A
schedel
B
ledematen
C
borst
D
schouder

Slide 31 - Quizvraag

Het opperambeen zit in je:
A
hoofd
B
romp
C
een van je ledematen

Slide 32 - Quizvraag

Opdrachten die horen bij 5.2


Maak opdracht 1 t/m opdracht 9
Ben je klaar? Maak dan opdracht 10+
bladzijde 17 t/m 21

Begrippen

Slide 33 - Tekstslide