Memo 4.1 Tekst 2 en 3 Van handwerk naar machine

Memo 4.1 Tekst 2 en 3 Van handwerk naar machine
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
MemoSecondary Education

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Memo 4.1 Tekst 2 en 3 Van handwerk naar machine

Slide 1 - Tekstslide

Welke afbeelding past het beste bij de industriële revolutie?
A
B
C
D

Slide 2 - Quizvraag

De industrialisatie in Groot- Brittannië had:
A
één oorzaak en verschillende gevolgen
B
verschillende oorzaken en één gevolg
C
verschillende oorzaken en verschillende gevolgen

Slide 3 - Quizvraag

Kies 1 antwoord uit.
Waardoor ontstonden (de eerste) fabrieken?
A
Door het gebruik van stoommachines bij steenkoolvelden
B
Door het gebruik van watermolens bij een rivier

Slide 4 - Quizvraag

Meer arbeidskrachten in fabrieken en verbetering in de landbouw zijn:
A
OORZAKEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië
B
GEVOLGEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië

Slide 5 - Quizvraag

Een industriële samenleving en massaproductie zijn:
A
OORZAKEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië
B
GEVOLGEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië

Slide 6 - Quizvraag

Nieuwe, snellere vormen van transport en het verhuizen naar de steden zijn:
A
OORZAKEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië
B
GEVOLGEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië

Slide 7 - Quizvraag

Uitvinding van nieuwe machines is een van de:
A
OORZAKEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië
B
GEVOLGEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië

Slide 8 - Quizvraag

Zware luchtverontreiniging en verslechterde gezondheid zijn:
A
OORZAKEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië
B
GEVOLGEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië

Slide 9 - Quizvraag

Veel steenkool+ ijzererts in Groot-Brittannië en katoen uit de koloniën zijn:
A
OORZAKEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië
B
GEVOLGEN van de industrialisatie in Groot -Brittannië

Slide 10 - Quizvraag

Wat is ONJUIST?
Door de UITVINDING VAN NIEUWE MACHINES:
A
werden spullen goedkoper
B
werd steenkool en ijzererts uit de koloniën gehaald
C
bleef de vraag naar spullen stijgen
D
kwamen er steeds meer fabrieken

Slide 11 - Quizvraag

Wat is ONJUIST?
Door de VERBETERING IN DE LANDBOUW:
A
nam het aantal banen in de landbouw toe
B
groeide de bevolking
C
groeide de vraag naar katoenen spullen
D
betere landbouwtechnieken; machines in de landbouw

Slide 12 - Quizvraag

Wat is ONJUIST?
Er waren steeds MEER ARBEIDSKRACHTEN IN FABRIEKEN doordat:
A
de boeren werkloos werden
B
de werkomstandigheden in fabrieken goed waren
C
de producten goedkoop waren en er meer vraag naar spullen was
D
men voor lage lonen in fabrieken werkte

Slide 13 - Quizvraag

Door de industrialisatie begon er in 1800 een nieuwe PERIODE:
A
de vroegmoderne tijd
B
de moderne tijd

Slide 14 - Quizvraag