Internet - VO

Datacommunicatie
Internet

Module 5 - §1.2 t/m §1.3
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformaticaMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Instructies

Competenties
- De leerling kan afhankelijkheden in de infrastructuur uitleggen en de relatie tussen onderdelen benoemen. 
- De leerling kan basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken benoemen. 
- De leerling kan onderdelen en hun functie van een computernetwerk benoemen.

Onderdelen in deze les

Datacommunicatie
Internet

Module 5 - §1.2 t/m §1.3

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze les ken je de werking van het internet, kan je enkele toepassingen van het internet benoemen, ken je de opbouw van een URL en een domeinnaam, ken je het verschil tussen publiek web, deep web en dark web en weet je hoe een Tor-netwerk werkt.

Slide 2 - Tekstslide

Eerst even herhalen

Slide 3 - Tekstslide

Omschrijf kort het model van (data)communicatie
timer
2:00

Slide 4 - Open vraag

Geef een voorbeeld van een medium als we spreken over communicatie
timer
1:00

Slide 5 - Open vraag

Hoe kan je voorkomen dat je digitaal wordt afgeluisterd?
timer
1:00

Slide 6 - Open vraag

Het computernetwerk van school is voor voorbeeld van een WAN-netwerk
timer
0:30
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Het internet....
Het internet is een groot reservoir met betrouwbare en onbetrouwbare, juiste en onjuiste gegevens over allerlei onderwerpen. 

Slide 9 - Tekstslide

Toepassingsmogelijkheden van het internet
  • het World Wide Web (websites)
  • e-mail
  • sociale netwerken (facebook, instagram, twitter)
  • telefoneren (Voice over IP)
  • nieuwsgroepen (forum)
  • downloaden van bestanden
  • Deep web en Dark web

Slide 10 - Tekstslide

Domeinnaam
Het laatste deel van een URL, achter de . (punt) zegt veel over een domein. Het deel achter de punt noemen we een top-level domein. Zo betekent .nl dat het een Nederlandse website betreft. Je ziet vaak ook websites die eindigen op .com (commercieel bedrijf), .org (non-profit organisatie) of .edu (scholen). 

De laatste twee jaar zijn er veel top-level domeinnamen bijgekomen, zoals .amsterdam en .mobi

Slide 11 - Tekstslide

World Wide Web
Websites vraag je op door gebruik te maken van een webbrowser, zoals Internet Explorer of Google Chrome. Iedere website heeft een unieke URL (URL = Uniform Resource Locator), ook wel domein genoemd, om bezocht te worden. Aan een URL is een IP adres (uniek getal) gekoppeld.

Slide 12 - Tekstslide

Ken jij nog een bekende top-level domein?
timer
1:00

Slide 13 - Open vraag

Pu

Slide 14 - Tekstslide

Dark web...?
Wanneer je daar via het gewone www communiceert ben je altijd te traceren. Het is mogelijk om te communiceren zonder sporen op het internet na te laten. Dat gaat via het Dark Web. Hier zijn websites die de IP-adressen van de servers verbergen. Iedere gebruiker kan ze raadplegen, maar het is geheim wie er achter die websites zit. Ze gebruiken daarvoor de Tor-encryptie. Tor, de afkorting van The Onion Router, zorgt ervoor dat de afzender en de ontvanger van een bericht niet bekend kunnen worden.

Slide 15 - Tekstslide

Tor?
Bekijk het volgende fragment. Kan je na het bekijken van het fragment een situatie benoemen waarbij het logisch is dat je gebruik gaat maken van het Dark web?

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wanneer is het logisch om Tor te gebruiken?
timer
1:30

Slide 18 - Open vraag

Bellen via internet
Bellen via internet wordt ook wel Voice over IP genoemd, oftewel VoIP. VoIP is de verzamelnaam voor al het spraakverkeer via internet. De gesproken woorden worden omgezet in datapakketjes, die vervoerd worden over het internet. Gesprekken gaan via datalijnen op basis van het Internet Protocol, vandaar dus de naam: 'Voice over IP'.

Slide 19 - Tekstslide

Waarom zijn voornamelijk internationale bedrijven relatief snel overgestapt op VOIP?
timer
1:00

Slide 20 - Open vraag

Intranet
Bij een intranet wordt binnen de grenzen van een bedrijf of instelling gebruik gemaakt van de internettechnologie. Een intranet is dus een soort internet op het bedrijfsnetwerk. Of het bedrijf meer dan één vestiging op verschillende locaties telt, maakt in zo'n geval niet uit.

Slide 21 - Tekstslide

Extranet
Een extranet is in feite een uitgebreid intranet. Het is een ondernemingsnetwerk waarvan bepaalde delen ook gebruikt mogen worden door een selecte groep derden, bijvoorbeeld klanten, leveranciers of andere handelspartners.

Slide 22 - Tekstslide

Welke informatie zou een bedrijf op een intranet plaatsen?
timer
1:00

Slide 23 - Open vraag