DNA BS 3 EN 4

DNA BS 3 EN 4

Terugblik en Vooruitblik

1 / 10
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologie klas 2Secondary Education

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

DNA BS 3 EN 4

Terugblik en Vooruitblik

In de afb. wordt bij stap 1 een proces weergegeven waarbij de genetische code van het DNA wordt overgeschreven.

  1. Schrijf het proces en de locatie op.

Tijdens stap 3 bindt een ribosoom aan het mRNA.

-Wat is de functie van tRNA?

-

Nadat de aminozuurketen is gevormd, vindt stap 4 plaats. Beschrijf wat met de keten gebeurt.

Wat is het uiteindelijke resultaat van de translatie?

A

Een werkend DNA-molecuul

B

Een nieuw mRNA-molecuul

C

Een inactieve aminozuurketen

D

Een tRNA-molecuul

De translatie van mRNA tot eiwittten vindt vaak plaats op een specifiek celorganel. Hoe heet dit met ribosoom bedekte organel?

A

Het celmembraan

B

Het Ruw ER

C

Het Golgisysteem

D

De celkern

Gebruik afb. 19.2 in je boek. Volg de pijlen op de afb. Welke is de correcte transport route van eiwitten in de cel?

Gebruik afb. 21 in het boek. In situatie 1 staat bij de structuurgenen: stuctuurgenen staan uit. Waarom vint er geen tanscriptie plaats van gen 1, 2, en 3?


A

Er is geen mRNA aanwezig

B

Een reprssor-eiwit blokkeert transcriptie

C

Het enzym voor tanscriptie is neit aanwezig

D

Lactose bindt aan de sgtructuurgenen

Gebruik afb. 21 in het boek. Vergelijk situatie 1 en 2. Welk molecuul zorgt ervoor dat het repressor-eiwit niet meer aan het DNA bindt in situatie 1?

A

Het regulatorgen

B

Het enzym voor tanscriptie

C

Het mRNA

D

Lactose

Wat is het uiteindelijke doel van het geregulatie-mechanisme?

A

Om continu eiwitten te procuceren, of ze nu nodig zijn of niet

B

Om de productie van specifieke eiwitten te sturen op basis van de behoeften van de cel

C

Om DNA af te breken in losse nucleotiden

D

Om mRNA-moleclen te kopiëren