Het onregelmatige werkwoord Vouloir

Ik herken de verschillende vormen van het werkwoord
VOULOIR
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Ik herken de verschillende vormen van het werkwoord
VOULOIR

Slide 1 - Tekstslide

Vouloir (= willen)
Présent (tegenwoordige tijd) 
Je veux  = ik wil
Tu veux  = jij wil
Il/elle/on veut  = hij/zij/men wil
Nous voulons = wij willen
Vous voulez  = jullie willen/u wil
Ils/elles veulent = zij willen

Slide 2 - Tekstslide

Je veux
Tu veux
Il veut
Elle veut
Nous voulons
Vous voulez
Ils/elles veulent
Ik wil
Jij wilt
Hij wil
Zij wil
Wij willen
Jullie willen
Zij willen

Slide 3 - Sleepvraag

Zet het werkwoord in de présent.
Elle (vouloir)
A
voulons
B
veux
C
voulu
D
veut

Slide 4 - Quizvraag

Zet het werkwoord in de présent.
Vous (vouloir)
A
veut
B
veulent
C
voulons
D
voulez

Slide 5 - Quizvraag

Zet het werkwoord in de présent.
Ils (vouloir)
A
veulent
B
voulu
C
veut
D
voulons

Slide 6 - Quizvraag

Werkwoord
vouloir: invullen

Slide 7 - Tekstslide

Voer de juiste vorm van vouloir in:
nous ______________ (présent)

Slide 8 - Open vraag

Voer de juiste vorm van vouloir in:
Ta copine ______________ (présent)

Slide 9 - Open vraag

Voer de juiste vorm van vouloir in:
je ______________ (présent)

Slide 10 - Open vraag

Voer de juiste vorm van vouloir in:
les garçons ______________ (présent)

Slide 11 - Open vraag

Voer de juiste vorm van vouloir in:
Alexandre __________

Slide 12 - Open vraag

Voer de juiste vorm van vouloir in:
Vous __________

Slide 13 - Open vraag

Voer de juiste vorm van vouloir in:
Mes frères __________

Slide 14 - Open vraag