6.4 Elektriciteit in huis

6.4 Elektriciteit in huis
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

6.4 Elektriciteit in huis

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over 2 weken de toets 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor vandaag
  • Vorige les 
  • Uitleg bij 6.4 
  • Opdrachten maken bij 6.4
  • Quiz
  • Lesafsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 6.4 
Je leert: 
  • Welke onderdelen de elektrische installatie thuis heeft
  • Hoe je thuis veilig met elektriciteit omgaat  

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de huisinstallatie?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de huisinstallatie?
Elektriciteit in je huis --> alle elektrische leidingen, toestellen, verlichting en stopcontacten 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energiebedrijf
Meterkast

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Alle onderdelen bij langs

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroom komt vanuit elektriciteitscentrale de hoofdkabel binnen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Daarna stroom door energiemeter
Meet hoeveel elektrische energie je huis gebruikt (kWh meter)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Daarna stroom door aardlekschakelaar
Controleert de hele tijd of er evenveel stroom in als uit gaat. Lekt er wat?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zekeringen
Beschermt elektrische installatie tegen kortsluiting en overbelasting. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepen
Stroom wordt verdeeld over groepen. Groep verzorgt elektriciteit in deel van een huis. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de meterkast gaat de zekering van groep 2 kapot.
Hierdoor wordt:
A
alleen de spanning op het defecte apparaat in groep 2 uitgeschakeld.
B
de spanning op alle apparaten in groep 2 uitgeschakeld.
C
de spanning op alle groepen in de meterkast uitgeschakeld.
D
alle apparaten in groep 2 ingeschakeld.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waartegen beschermt de zekering?
overbelasting en kortsluiting

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zekering (smeltveiligheid)
  • Als er teveel apparaten tegelijkertijd aanstaat ontstaat er overbelasting
  • De stroomsterkte door de draden heen is dan te groot
  • Een zekering zorgt ervoor dat de stroomkring bij overbelasting wordt onderbroken (stroom uit)
  • De maximale stroomsterkte die een zekering doorlaat is meestal 16A

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is kortsluiting?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kortsluiting

Slide 18 - Tekstslide

Ontstaat ook overbelasting. 
Pas als kortsluiting is verholpen kan je de stroom weer opnieuw inschakelen. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kortsluiting = NIET te veel apparaten op een groep aangesloten


= OVERBELASTING

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overbelasting
  • Teveel apparaten 
  • Bijvoorbeeld 6 apparaten van 3 A = 18 A
  • Zekering kan 16A aan --> overbelasting 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aardlekschakelaar
Controleert de hele tijd of er evenveel stroom in als uit gaat. Lekt er wat?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lekstroom
  • Als er stroom uit de stroomkring loopt en via een apparaat of via een mens naar de aarde gaat, dan noem je dat lekstroom.
  • Dit meet de aardlekschakelaar.
  • Als er teveel stroom weg lekt, dan schakelt de aardlekschakelaar de stroom uit.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenvattend
Lekstroom
Kortsluiting
Overbelasting

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag KBL
Wat: Maken 6.4 op BLZ 80 opdracht 59 t/m 75 
Hoe: Zelfstandig / samen 
Hulp: 1. Boek  2. Directe buurman of buurvrouw 3. Docent
Tijd: 20 min 
klaar: 1. nakijken Magister via laptop 2. aan mij laten zien 

timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag BBL
Wat: Maken 6.4 op BLZ 91 opdracht 64 t/m 76 (73 niet)
Hoe: Zelfstandig / samen 
Hulp: 1. Boek  2. Directe buurman of buurvrouw 3. Docent
Tijd: 20 min 
klaar: 1. zorgen dat je 6.1 t/m 6.3 ook helemaal af hebt
            2. nakijken Magister via laptop 
            3. aan mij laten zien 

timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welk onderdeel in de meterkast meet
of er stroom 'weg lekt'?
(Klik op de afbeelding voor een vergroting)
A
Elektriciteitsmeter
B
kWH-meter
C
Hoofdschakelaar
D
Aardlekschakelaar

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke meter zit er NIET in de meterkast
A
watermeter
B
kWh meter
C
gasmeter
D
afstandsmeter

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de meterkast gaat de zekering van groep 2 kapot.
Hierdoor wordt:
A
alleen de spanning op het defecte apparaat in groep 2 uitgeschakeld.
B
de spanning op alle apparaten in groep 2 uitgeschakeld.
C
de spanning op alle groepen in de meterkast uitgeschakeld.
D
alle apparaten in groep 2 ingeschakeld.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij kortsluiting gaat in de meterkast een alarm af.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar schakel je in huis de spanning uit?
A
In de woonkamer.
B
Vragen aan je stroom leverancier.
C
In de meterkast
D
In de schuur

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is kortsluiting?
A
Als je teveel apparaten aansluit op een groep
B
Als je een apparaat heel kort gebruikt
C
Als de + en de - draad elkaar raken
D
Als je korte stroomdraden gebruikt in plaats van lange.

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kortsluiting of overbelasting?
A
Overbelasting
B
Kortsluiting

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is (vaak) de maximale stroomsterkte van een zekering in je huis?

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De aardlekschakelaar reageert op een lekstroom.
Wat is een lekstroom?

A
stroom die blijft lopen als een schakelaar uit staat
B
stroom die vanuit de installatie naar de aarde stroomt
C
stroom die van de pluspool naar de minpool stroomt

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de meterkast gaat de zekering van groep 2 kapot.
Hierdoor wordt:
A
alleen de spanning op het defecte apparaat in groep 2 uitgeschakeld.
B
de spanning op alle apparaten in groep 2 uitgeschakeld.
C
de spanning op alle groepen in de meterkast uitgeschakeld.
D
alle apparaten in groep 2 ingeschakeld.

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar beschermt een zekering tegen?
A
Té hoge stroomsterkte
B
Té hoge spanning
C
Kortsluiting
D
Overbelasting

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Einde van de les
  • Huiswerk KBL: Maken 6.4 opdracht 59 t/m 75 (69 niet)
  • Huiswerk BBL: Maken 6.4 opdracht 64 t/m 76 
  • Volgende les: verder met 6.5 

Blijf zitten en wacht tot de bel is gegaan. 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies