H2 fictie

H2 fictie
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Other languagesSecondary Education

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H2 fictie

Slide 1 - Tekstslide

H2 fictie

Slide 2 - Tekstslide

deze les
kalender
terugblik - genres en spanning
vertelvolgorde



Slide 3 - Tekstslide

kalender
democratie

Slide 4 - Tekstslide

terugblik
genres:
detective- verhaal over het hoe en/of waarom van een moord
sciencefiction- verhaal in de toekomst en/of in de ruimte met nieuwe techniek
fantasy- verhaal met fantasiewezens in een fantasiewereld
thriller- de hoofdpersoon komt in een levensbedreigende situatie terecht
dystopisch verhaal- verhaal in een onleefbare (toekomstige) wereld, het tegengestelde van een utopie (een gedroomde, ideale wereld)
ontwikkelingsverhaal- verhaal over het volwassen worden van de jonge hoofdpersoon
multicultureel verhaal- verhaal dat draait om verschillen tussen culturen

Slide 5 - Tekstslide

terugblik
spanning:
  • bedreigende situatie of gevaarlijke omgeving.
  • open plekken.
  • onverwachte wending
  • cliffhanger
  • vermoedens
  • uitstel

Slide 6 - Tekstslide

Vertelvolgorde
🎯na deze les kun je:

uitleggen wat chronologische volgorde, terugblik en vooruitblik, flashback en flashforward zijn

herkennen welke vertelvolgorde een tekst gebruikt

zelf een kort stukje schrijven met een afwijkende vertelvolgorde

Slide 7 - Tekstslide

Vertelvolgorde
chronologische volgorde
terugblik/vooruitblik
flashback/flashforward

Slide 8 - Tekstslide

Vertelvolgorde
1. Chronologische volgorde

Het verhaal wordt verteld in de volgorde waarin alles gebeurt.
van begin → midden → einde

Voorbeeld:
Eerst fietst Noor naar school. Daarna heeft ze les. Daarna gaat ze naar huis.

Slide 9 - Tekstslide

Vertelvolgorde
2. Terugblik 

De schrijver gaat even terug naar iets wat eerder gebeurd is.

Signaalwoorden: vroeger, toen, ineens dacht hij terug aan…

Voorbeeld:
Noor zit in de klas.
Ineens denkt ze terug aan haar eerste schooldag, toen ze heel zenuwachtig was.

Slide 10 - Tekstslide

Vertelvolgorde
3. Een vooruitblik is een sprong naar iets wat later gaat gebeuren.

Je gaat vooruit in de tijd

Voorbeeld:
Tom zit in de klas.
Later zal hij zich deze dag nog goed herinneren.

Slide 11 - Tekstslide

Vertelvolgorde
verschil terugblik/flashback - vooruitblik/flashforward

als je flashback vertaalt, is er geen verschil.
Maar... in de lessen fictie/literatuur is er wel een verschil.

flashback/flashforward: dit is een lang stuk tekst. Dit kan een lange alinea zijn, een heel hoofdstuk of zelfs meerdere hoofdstukken. 

terugblik/vooruitblik een zin in een lopend verhaal.

Slide 12 - Tekstslide

Vertelvolgorde
oefening
Schrijf een kort stukje (3–4 zinnen):
Begin in het heden
Gebruik daarna:
- óf een terugblik
- óf een vooruitblik

Tipzinnen (mag je gebruiken, moet niet):
Saskia keek naar ....
Ineens moest zij denken aan…
Later zou zij ontdekken dat…

Slide 13 - Tekstslide

Vertelvolgorde
oefening
Schrijf een kort stukje (3–4 zinnen):
Begin in het heden
Gebruik daarna:
- óf een terugblik
- óf een vooruitblik

Tipzinnen (mag je gebruiken, moet niet):
Saskia keek naar ....
Ineens moest zij denken aan…
Later zou zij ontdekken dat…

Slide 14 - Tekstslide

van niets naar iets

Slide 15 - Tekstslide