Bron C Getallen t/m 100

THV1A

vocabulario: dictee
uitleg getallen t/m 100
hacer ejercicios (Bron C)
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

THV1A

vocabulario: dictee
uitleg getallen t/m 100
hacer ejercicios (Bron C)

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

                          telefoon 

Slide 3 - Tekstslide

dictee

Slide 4 - Tekstslide

Pak je Tekstboek blz 73

Slide 5 - Tekstslide

Los números

Slide 6 - Tekstslide

EJEMPLOS

veintiuno
treinta y dos 
cuarenta y tres 
cincuenta y cuatro 
VOORBEELDEN 

21
32
43
54

Slide 7 - Tekstslide

Los números
Números de teléfono
Escribe los números de teléfono en tu cuaderno

Slide 8 - Tekstslide

Practicar con los números


klik op: JUEGO voor een spel (gebruik je oortjes)
klik op: A PRACTICAR om te oefenen (selecteer mode ACTIEF)

Slide 9 - Tekstslide

¡a trabajar!
Lees BRON C in je tekstboek blz 28
Maak: ejercicio 7 & 8 (8c mag je nog open laten) blz 66-67

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Lunes, 29 de noviembre

- repetimos: los números 
- vocabulario 3.2
- herhaling SER
- uitleg TENER

Slide 12 - Tekstslide

STARTOPDRACHT in stilte
1. Open blz 73 van je TB
2. Bestudeer de getallen t/m 100
3. Schrijf voor jezelf deze getallen uit in het Spaans:
45
12
67
82
timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

noventa y dos
cuarenta y cinco
quince
sesenta y ocho
treinta y tres
veintiuno
cincuenta y cinco
setenta y seis
ochenta y nueve
once

Slide 14 - Sleepvraag

'Ser' = zijn
yo
soy
eres
él/ella/usted
es
nosotros
somos
vosotros
sois
ellos/ellas
son

Slide 15 - Tekstslide

het werkwoord 'ser' (weet je het niet? druk dan op het icoontje)
yo soy 
tu eres
el/ella/usted es
nosotros somos
Vosotros sois
ellos/ellas/ustedes son
yo
él/ella/
usted
nosotros
nosotras
vosotros
vosotras

ellos/ellas/
ustedes

soy
eres
 es
somos
 sois
 son

Slide 16 - Sleepvraag

Tener
Tener = hebben

Yo
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
Tengo
Tienes
Tiene
Tenemos
Tenéis
Tienen
1. Yo (tener) _______ 14 años.
2. Mi amiga (tener) _______ 3 gatos.
3.Juan (tener) _______ muchos amigos.
4. Ana y Esther (tener) _________ dos bolis

Slide 17 - Tekstslide

¡a trabajar!
Ga aan de slag met opdracht 
10 en 11 in je werkboek 

Slide 18 - Tekstslide