oefenen thema 6

Meerkeuzevragen
Geef bij de volgende vragen aan of de bewering
juist of onjuist is. Antwoord met ja of nee.
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Meerkeuzevragen
Geef bij de volgende vragen aan of de bewering
juist of onjuist is. Antwoord met ja of nee.

Slide 1 - Tekstslide

1. Hebben windbloemen nectar?
A
Ja
B
Nee

Slide 2 - Quizvraag

2. Ontstaat stuifmeel in de stuifmeelbuis?
A
Ja
B
Nee

Slide 3 - Quizvraag

3. Is een sinaasappel het ZAAD dat ontstaat uit sinaasappelbloesem?
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quizvraag

4. Is de stempel een deel van de stamper van een bloem?
A
Ja
B
Nee

Slide 5 - Quizvraag

5. Geeft het cijfer 3 in deze afbeelding een MANNELIJK voortplantingsorgaan aan?
A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quizvraag

6. Kan er op plaats 2 BESTUIVING plaatsvinden?
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quizvraag

7. Kan er op plaats 3 BEVRUCHTING plaatsvinden?
A
Ja
B
Nee

Slide 8 - Quizvraag

8. Heet de VROUWELIJKE voortplantingscel van dieren een eicel?
A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quizvraag

9. Beschermen de kelkbladeren de bloemknop?
A
Ja
B
Nee

Slide 10 - Quizvraag

10. Komt er bij BESTUIVING stuifmeel op de stijl van de stamper?
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quizvraag

11. Zijn bloemen organen van een plant?
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quizvraag

12. Ontstaat er uit elke BEVRUCHTE eicel een kiem?
A
Ja
B
Nee

Slide 13 - Quizvraag

13. Vindt er bij mensen voortplanting met bevruchting plaats?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quizvraag

14. Zijn de bloemen bij insectenbloemen groot?
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quizvraag

15. Maken bijen van nectar honing?
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quizvraag

16. Kan stuifmeel door insecten en de wind worden overgebracht?
A
Ja
B
Nee

Slide 17 - Quizvraag

Meerkeuzevragen
Beantwoord de volgende meerkeuzevragen.
Beantwoordt met A, B, C of D.

Slide 18 - Tekstslide

17. In de afbeelding is een bloem getekend.

Wat is de taak van deel P in deze afbeelding?

A
Het vormen van eicellen.
B
Het vormen van stuifmeelkorrels.
C
Het beschermen van de bloem in de knop.
D
Het aanlokken van insecten.

Slide 19 - Quizvraag

18. Bekijk de afbeelding en lees de stellingen hieronder.

Stelling 1: Deel P in de afbeelding is groen gekleurd.
Stelling 2: Deel Q in de afbeelding is groen gekleurd.

Welke stelling is juist of welke stellingen zijn juist?

A
Stelling 1 is juist.
B
Stelling 2 is juist.
C
Beide stellingen zijn juist.
D
Geen van beide stellingen is juist.

Slide 20 - Quizvraag

19. Wat ontstaat er uit een ZAADbeginsel?
A
Een kiem.
B
Een vrucht.
C
Een zaad.

Slide 21 - Quizvraag

20. In welke delen van een bloem kan BEVRUCHTING plaatsvinden?
A
In de stempels.
B
In de stuifmeelbuizen.
C
In de zaadbeginsels.

Slide 22 - Quizvraag

21. Na BESTUIVING vinden er drie gebeurtenissen plaats in de bloem.
1. De kern van een stuifmeelkorrel dringt een eicel binnen.
2. Er vindt bevruchting plaats.
3. Er groeit een stuifmeelbuis uit een stuifmeelkorrel.

Wat is de juiste volgorde van deze gebeurtenissen?
A
1 – 2 – 3
B
2 – 1 – 3
C
2 – 3 – 1
D
3 – 1 – 2

Slide 23 - Quizvraag

22. In welk onderdeel van een bloem worden eicellen gevormd?
A
In de bloemkelk.
B
In de bloemkroon.
C
In de meeldraden.
D
In de stamper.

Slide 24 - Quizvraag

23. In de afbeelding is een kers getekend.

Bevat deze kers zaden? Zo ja, hoeveel?

A
Deze kers bevat geen zaden.
B
Deze kers bevat één zaad.
C
Deze kers bevat meer dan één zaad.

Slide 25 - Quizvraag

24. Wat zit er in de stuifmeelbuis?
A
De kern van een eicel.
B
De kern van een stuifmeelkorrel.
C
Een bevruchte eicel.
D
Stuifmeel.

Slide 26 - Quizvraag

Open vragen
Geef bij de volgende vragen zelf antwoord.
Lees de vraag goed en kijk goed WAT er gevraagd wordt!

Slide 27 - Tekstslide

25. Adriaan is boer. Hij zit in de akkerbouw, dit betekent dat hij planten kweekt. Adriaan kweekt voornamelijk bonen en tomaten.

Wat stopt Adriaan in de grond om bonen- en tomatenplanten te krijgen?

Slide 28 - Open vraag

26. Adriaan is boer. Hij zit in de akkerbouw, dit betekent dat hij planten kweekt. Adriaan kweekt voornamelijk bonen en tomaten.

Wat is er behalve zaden nog meer nodig om te zorgen dat Adriaan bonen- en tomatenplanten krijgt?

Slide 29 - Open vraag

27. In de afbeelding is een bloem getekend.

Hoe heet het gedeelte dat met nummer 3 is aangegeven?

Slide 30 - Open vraag

28. In de afbeelding is een bloem getekend.

Hoe heet het gedeelte dat met nummer 1 is aangegeven?

Slide 31 - Open vraag

29. Yara heeft twee honden. De mannetjeshond heeft een donkerbruine vacht. De vrouwtjeshond heeft een witte vacht. De twee honden krijgen samen een puppy. De puppy heeft een lichtbruine vacht.

Waarom is de vacht van de puppy niet donkerbruin of wit zoals bij zijn vader en moeder?

Slide 32 - Open vraag

Sleepvragen
Sleep de antwoorden naar het goede vakje.
Lees de vraag goed en kijk goed WAT er gevraagd wordt!

Slide 33 - Tekstslide

Vruchten
Zaden
30. Sleep de woorden naar het juiste vak
Bonen
Appel
Tomaat
Erwt

Slide 34 - Sleepvraag

Klaar!
Je hebt nu alle vragen gehad. Controleer VOORDAT je de toets inlevert of je alles hebt ingevuld.


Zo ja, lever hem dan in!

De docent geeft aan wat je na de toets kunt doen.

Slide 35 - Tekstslide