3HV 29.Stunde 22

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Lernziel
Du kennst die Reflexive Verben ( wederkerende werkwoorden) und kannst sie anwenden

Slide 3 - Tekstslide

Programm

  • Bonusaufgabe

  • Aufgaben besprechen
  • Grammatik
  • Aufgaben machen

  • HA

Slide 4 - Tekstslide

Welcher Fall?!
1. Ich suche ( een ) ________Geschenk  ( voor mijn _____________Eltern( mv.)
2. Wohnst du ( met zijn) _____________ Freundin (v.)
3. Ich helfe ( onze) ______________Nachbar(m.) im Garten.
4.Wir  laufen  ( langs het rivier ( Fluss (m.) ______________________
5. (Na de ) _________________Vorstellung(v.) gehen wir (naar huis) _________________________

Slide 5 - Tekstslide

Aufgaben besprechen

   S. 106/ Nr. 2,3,6  /  Nr. 4 ( Video)

Slide 6 - Tekstslide

Grammatik
S. 109 durchlesen

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoelen bereikt?
kennen/kunnen



  1. Je weet wat wederkerende werkwoorden zijn.
  2. Je weet hoe je het wederkerend voornaamwoord vervoegt.
  3. Je kunt aangeven wanneer je je 3e naamval bij wederkerende werkwoorden gebruikt. 

Slide 8 - Tekstslide

Een wederkerend werkwoord
heeft een wederkerend voornaamwoord,
zoals ‚zich‘ in het Nederlands.

Voorbeelden:
zich vergissen > ik vergis me
zich verheugen > hij verheugt zich

Slide 9 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
'zich' wordt in het Duits:  sich
en past zich aan de persoon aan.

sich freuen > er freut sich

Slide 10 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
Om de wederkerende werkwoorden te kunnen gebruiken,
moet je
 een werkwoord kunnen vervoegen.

Hoe ging dat ook alweer?

Slide 11 - Tekstslide

Een werkwoord in de o.t.t. vervoegen
Een werkwoord vervoegen:
                                  stam + (fe) E – ST – T – EN – T – EN


stam
= hele werkwoord (= infinitief) min -en/-n
kommen: komm-
arbeiten: arbeit-
regnen: regn-


Slide 12 - Tekstslide

Wederkerend werkwoord 'sich beeilen" (zich haasten)
ich              beeile  mich                      ik haast me
du               beeilst dich                       jij haast je
er/sie/es  beeilt   sich                       hij/zij/het haast zich    
wir               beeilen uns                      wij haasten ons
ihr                beeilt   euch                     jullie haasten je
sie/Sie       beeilen sich                      zij haasten zich/ u haast zich

Slide 13 - Tekstslide

Vervoeg 'sich erinnern' (zich herinneren) in de 'du'-vorm
timer
0:20

Slide 14 - Open vraag

Vervoeg 'sich leisten' (= zich veroorloven)
in de 'er'-vorm
timer
0:20

Slide 15 - Open vraag

Vervoeg: 'sich waschen' (= zich wassen)
in de 'ich'-vorm
timer
0:20

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Aufgaben machen

          S. 110/ Nr. 7-12

timer
1:00

Slide 18 - Tekstslide

SO besprechen

Slide 19 - Tekstslide

Hausaufgaben
7./ 9. Dezember

  • Lernen Wörter K3: L1

Slide 20 - Tekstslide

5 Minuten Lernzeit
1. Dein Handy kommt in die Tasche

2. Setzt dich auf deinen Platz

3. Pak deinen Arbeitsbuch
                                                                      
                                                       In Ruhe lernen/lesen

Slide 21 - Tekstslide

timer
5:00
K2: L4 + L5 + L6 +RM: L3

Slide 22 - Tekstslide

Lernziel
Wiederholung Grammatik : Naamvallen

Slide 23 - Tekstslide

Programm

  • Rätsel
  • Aufgaben besprechen
  • Grammatik : Naamvallen
  • Aufgaben machen
  • HA

Slide 24 - Tekstslide

Welcher Vogel kann seinen eigenen Namen rufen?

Slide 25 - Open vraag

Wiederholung Deutsch
- Stell dich auf Deutsch vor
- Konjugiere haben , sein, werden ( Präsens/ Präteritum)
- Konjugiere : wohnen, heißen, arbeiten, Modalverben
- Erzähle etwas über deine Familie/ Hobby/ Schule/ Ferien
- Fälle ( naamvallen): voorzetsel + ww


Slide 26 - Tekstslide

Aufgaben besprechen
  • K3: L1:
  • S. 112 / Nr. 1,2,3,6, 7 / Nr. 4 (Video) machen


timer
1:00

Slide 27 - Tekstslide

Aufgaben machen
  • K3: L1:
  • S. 117 / Nr. 8- 12 machen


timer
1:00

Slide 28 - Tekstslide

Hausaufgaben
7./ 9. Dezember

  • Lernen Wörter K3: L1 + L2

Slide 29 - Tekstslide