Les 3. Plantorganen

Plantsystematiek
Plantfysiologie
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Plantsystematiek
Plantfysiologie

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Les 1 - Introductie, indeling plantenrijk, mossen en vaatplanten
Les 2 - Janine afwezig              Naaktzadigen en bedektzadigen opdracht
Les 3 - Plantorganen
Les 4 - Plantenweefsels
Les 5 - Plantencellen
Les 6 - Verwerving en transport van bouwstoffen
Les 7 - Fotosynthese
Les 8 - Bodem & Voeding
Les 9 - Toets

Slide 2 - Tekstslide

Bedektzadigen
Haploïde / Diploïde fase
369.000
Bloem
Soorten bestuiving
Vruchten
Monocotylen 
Eudicotylen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Bedektzadigen
Zaadplanten
Reproductieve scheut = bloem
Maken vruchten

Meest verspreid en divers
Bloem kan 4 typen bladeren hebben
Kelkbladen, kroonbladen, meeldraden en stamper

Slide 5 - Tekstslide

Bloemen

Kroonbladeren zijn vaak felgekleurd
Insecten zien andere kleuren
UV / Infrarood

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Bestuiving
Windbestuiving
Insecten bestuiving

Eenslachtig = bloem is mannelijk óf vrouwelijk
Tweeslachtig = bloem is mannelijk én vrouwelijk

Eenhuizig = plant heeft mannelijke en vrouwelijke onderdelen op plant
Tweehuizig = plant heeft mannelijke óf vrouwelijk onderdelen op plant

Slide 9 - Tekstslide

Bevruchting

Meeldraden produceren pollen
Stamper produceert ovules
Insecten of wind bevruchten

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Wat was je percentage?
timer
5:00

Slide 14 - Open vraag

Vruchten
Verspreiding
- Door plant zelf
- Door wind
- Door dieren
- Door water


1. Paardenbloem
2. Springzaad
3. Esdoorn
4. Reigersbek
5. Eik
6. Kleefkruid
7. Springbalsem
8. Lijsterbes
9. Viooltje
10. Beuk
11. Klit
12. Wilgenroosje

Slide 15 - Tekstslide

Twee hoofdgroepen

Monocot = één
Eudicot = echt/ ware

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Plant organen

Wortelstelsel
Scheut/ Stengel
Reproductieve scheut
Blad 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Wortelstelsel
Zorgt voor:
Water 
Mineralen
Verankering in grond

Monocotyl = vezelig
Eudicotyl = penwortel

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Gemodificeerde wortels

Slide 22 - Tekstslide

Scheut / stengel
Nodiën / Knopen = punt waaraan blad zit
Internodiën / Lid = tussen knopen

Dragen bladeren en bloemen
Grassen - klein
Bomen - stam / tak (houtachtige planten)
Xyleem en Floeem 


Slide 23 - Tekstslide

Hout- en bastvaten

Houtvaten gaan omHoog
Bastvaten gaan naar Beneden

Bastvaten gaan naar beneden met de flow mee -> Floeem

Houtvaten gaan tegen de zwaartekracht mee -> Xyleem (moeilijk)



Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Stam
Ieder jaar laagje hout
Jaarring
Lichte ringen = voorjaarhout
Donkere ringen = zomerhout

Herfst & Winter = nauwelijks groei

Slide 26 - Tekstslide

Bladeren
Fotosynthese orgaan
Vaatbundels
Nerven verschillen bij monocot en eudicot

Slide 27 - Tekstslide

Gemodificeerde bladeren

Slide 28 - Tekstslide

4

Slide 29 - Video

01:47
Wat is de indeling van het plantenrijk en wanneer ontstonden deze soorten?

Slide 30 - Open vraag

03:44
Wat is het verschil tussen primaire en secundaire groei?

Slide 31 - Open vraag

06:18
Welk van de twee vasculaire weefsels zorgt voor het verplaatsen van water tegen de zwaartekracht in?

Slide 32 - Open vraag

08:13
Wat zijn de drie grondweefsels en hun functies?

Slide 33 - Open vraag

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Practicum
1 = Meeldraad
2 = Helmdraad
3 = Helmknop
4 = Stigma
5 = Stijl
6 = Ovarium
7 = Stamper
8 = Ovule
9 = Bloemdek
10 = Kroonblad
11 = Kelkblad

Slide 39 - Tekstslide

OPDRACHT 3. STUIFMEEL
Tik met de meeldraad op een objectglaasje tot er wat stuifmeel op ligt. Laat de docent een druppel water bij het stuifmeel doen en dek af met een dekglaasje. Vergroot 40 keer en teken 1 stuifmeelkorrel.
OPDRACHT 4. HUIDMONDJE
Knak een blad van de tulp (je kan aan de docent vragen om een voorbeeld) er blijft een dun vliesje vast zitten. Dit vliesje heb je nodig! Knip een klein stukje af en leg vlak op een objectglaasje.
Laat de docent een druppeltje water op het vliesje leggen. Vergroot 40 keer en teken 1 huidmondje.



Slide 40 - Tekstslide

Practicum

Dissectie van een bloem

Slide 41 - Tekstslide