6 Geluid(16 juni dars bedam 2025)

6.4 Geluidssterkte
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

6.4 Geluidssterkte

Slide 1 - Tekstslide

Voor vandaag
  • Vorige les 
  • Uitleg bij 6.4
  • Opdrachten maken bij 6.4 Opdrachten bespreken 
  • Vragen via LessonUp
  • Filmpje 
  • Lesafsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 6.4
  • Je leert hoe je geluidssterkte meet
  • Je leert wat je kunt doen aan te hard geluid
  • Je leert dat geluid je gehoor kan beschadigen 

Slide 3 - Tekstslide

Geluidsbronnen en geluidstrillingen
  • Een geluidsbron is een trillend
    voorwerp dat geluid opwekt.

  • Wat is een trilling?

  • Wat is dan geluid?
snaarinstrumenten
blaasinstrumenten
slaginstrumenten

Slide 4 - Tekstslide

Trillingsdiagram
1
2
3
  1. Een trilling is een zich
    herhalende beweging rond
    een evenwichtstand

  2. De amplitude is de grootste
    uitwijking ten opzichte van
    de evenwichtsstand.
    Bij geluid bepaalt de amplitude het volume.
    Grote amplitude = hard geluid

  3. De tijd voor één hele trilling
    is de trillingstijd.
    Bij geluid bepaalt de trillingstijd de hoogte van de toon.
    Kleine trillingstijd = hoge toon

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Het omgekeerde is ook waar
dus

Slide 8 - Tekstslide

De snelheid van het geluid
Geluid heeft een tussenstof nodig
  • De snelheid van het geluid is niet in alle stoffen hetzelfde.


  • Het is handig om de snelheid van het geluid in lucht uit je hoofd te weten.
Nee, natuurlijk hoef je dit niet uit je hoofd te weten.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Geluidsoverlast

Slide 11 - Tekstslide

Geluidsoverlast
  • Geluidsoverlast / geluidshinder = als je last hebt van geluid van anderen
  • Hoeft niet altijd hard te zijn: denk aan een zoemende mug

Slide 12 - Tekstslide

Wanneer is geluid hinderlijk?
  • De een houdt van hard muziek, de ander niet 
  • Je kunt wel de geluidssterkte meten 

Slide 13 - Tekstslide

Geluidssterkte

De geluidssterkte geeft aan hoe hard het geluid is

Hoe groter de maximale uitwijking hoe groter
de geluidssterkte.

Slide 14 - Tekstslide

Is geluidssterkte een grootheid of eenheid?
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 15 - Quizvraag

Geluidssterkte
Geluidssterkte is hoe hard het geluid is, meet je in decibel (dB)

Geluidssterkte meet je met een decibelmeter
je hebt ook een app die van je telefoon een decibelmeter maakt

Slide 16 - Tekstslide

Hoe meet je de geluidssterkte?
1. Richt de decibelmeter op de geluidsbron
2. Houd de decibelmeter op 1 meter van de geluidsbron.
3. Lees de meter af. Zet achter je getal altijd dB.



Decibel-app

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Gehoorschade
  • Hoe harder een geluid, hoe sneller je gehoorschade oploopt.
  • De haartjes in je slakkenhuisje gaan dan kapot.
  • Hierdoor geven ze continu een signaal aan de hersenen, dit hoor je als een pieptoon.
  • Dit kan herstellen.

Slide 19 - Tekstslide

Tot 80 dB is veilig

Geluiden vanaf 80 decibel kunnen leiden tot gehoorschade!

Bij een geluid met een geluidssterkte van 140 dB krijg je meteen gehoorschade!

Slide 20 - Tekstslide

Geluidssterkte

Slide 21 - Tekstslide

Gehoorschade
  • Eenmaal opgelopen gehoorschade gaat nooit meer weg.
  • Er zijn allemaal littekentjes ontstaan op het trommelvlies, deze zijn blijvend.

Als er gehoorschade is dan kun je minder geluiden horen.

Slide 22 - Tekstslide

Lawaaidoofheid
  • In het begin merk je niks van de schade
  • Maar alle kleine beschadigingen bij elkaar leiden tot lawaaidoofheid
  •  Hierbij hoor je sommige tonen minder goed

Slide 23 - Tekstslide

Gehoorschade
  • gehoorschade komt veel voor in NL
  •  een half miljoen mensen tussen de 16 en 30 hebben gehoorschade op dit moment.
  • dit komt door : koptelefoon gebruik, werken met machines,  festival bezoek enzovoort

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Gehoorbeschadiging audiogram
  • Bij een gehoorbeschadiging onderzoekt een specialist voor welke tonen het gehoor minder is
  • Wordt zichtbaar gemaakt in een audiogram

Slide 26 - Tekstslide

Gehoor-beschadiging audiogram


db uitgezet tegen kHz

Gehoorverlies bij 2000 Hz = 50 db

Slide 27 - Tekstslide

kan hoge tonen niet goed horen
kan lage tonen niet goed horen 

Slide 28 - Tekstslide

perfect gehoor

Slide 29 - Tekstslide

Gehoorapparaat: Versterkt bepaalde frequenties
heeft nut als je trommelvlies en gehoorbeentjes zijn beschadigd, maar wel nog werken 

Slide 30 - Tekstslide

Implantaat: Geeft direct signalen aan de gehoorzenuw
Voor als je trommelvlies en gehoorbeentjes helemaal niet meer werken 

Slide 31 - Tekstslide

Gehoorbeschadiging voorkomen
Bij de bron: Geluid zachter/dempen

Bij de ontvanger: Gehoorbeschermer/kortere blootstelling

Tussen bron en ontvanger: Geluidsisolatie

Slide 32 - Tekstslide

Aan de slag
Wat : Maken opdrachten in learnbeat 6.4
Hoe: Zelfstandig 
Hulp: 1. Toon Uitleg  2. Directe buurman of buurvrouw 3. Docent
Tijd: 10 min 
Klaar: 1. Nakijken via laptop 

timer
10:00

Slide 33 - Tekstslide

Aan de slag
Wat: Maken 6.4 online
Hoe: Zelfstandig / samen 

Tijd: 10 min 


Slide 34 - Tekstslide

Geluidssterkte
A
dB
B
Hz

Slide 35 - Quizvraag

Hoe kleiner de uitwijking (geluidssterkte), hoe ....... het geluid
A
Harder
B
Hoger
C
Lager
D
Zachter

Slide 36 - Quizvraag

Geluidssterkte meet je met een ......
A
Voltmeter
B
Ampèremeter
C
Decibelmeter
D
Frequentiemeter

Slide 37 - Quizvraag

wat is lawaaidoofheid?
A
gehoorbeschadiging waarbij je tonen minder goed hoort
B
Gehoorbeschadiging
C
Gehoorbeschadiging waarbij je tonen beter hoort
D
Gehoorbeschadiging in je oor

Slide 38 - Quizvraag


Een gehoorbeschermer dragen is een manier om geluidsoverlast tegen te gaan. Wat voor soort maatregel is dat?
A
een maatregel bij de bron
B
een maatregel tussen bron en ontvanger
C
een maatregel bij de ontvanger

Slide 39 - Quizvraag

Slide 40 - Video

Het duurt steeds langer tot de sonar het teruggekaatste geluid opvangt.

Welke uitspraak is juist
A
Het water waarin het schip vaart, wordt dan steeds dieper
B
Het water waarin het schip vaart, wordt dan steeds ondieper
C
Het water waarin het schip vaart, wordt dan steeds verandert niet

Slide 41 - Quizvraag

De sonar van een schip op zee zendt een geluid uit. Na 2 seconden vangt de sonar het geluid op dat terugkaatst.

Hoe diep is de zee daar?
A
340 m
B
1480 m
C
2960 m
D
740 m

Slide 42 - Quizvraag

Alles over gehoor en gehoorschade
klik hier

Slide 43 - Tekstslide