Les 7 - Het telwoord

Het telwoord

Nederlands 2A • Les 7

1, 2, 3 …

eerste • tweede • laatste

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Het telwoord

Nederlands 2A • Les 7

1, 2, 3 …

eerste • tweede • laatste

Wat zul je leren?

1

Je leert verschillende soorten telwoorden onderscheiden.

2

Je leert telwoorden voluit schrijven.

3

Je leert wanneer je een telwoord voluit moet schrijven.

2

Les 1: Tellen of rangschikken?

Hoofdtelwoorden, rangtelwoorden, bepaald en onbepaald

Hoeveel volgers heeft dit account?

A

87

B

250 000

C

12 400

D

geen idee

De hoeveelste werd deze speler?

A

de honderdste

B

de vierde

C

de laatste

D

de zevende

Hoeveel zou jij maximaal uitgeven aan sneakers?

A

minder dan € 50

B

€ 100 tot € 150

C

€ 50 tot € 100

D

meer dan € 150

Hoeveel? of Hoeveelste?

Hoeveel?

De hoeveelste?



zoveelste

twee

100

duizenden

7

tweede

vierde

drie

vijftien

derde

enkele

laatste

Aantal of volgorde?

HOOFDTELWOORD

Hoeveel?

één, drie, twaalf, honderd, veel, sommige

Er zitten tweeëntwintig leerlingen in de klas.

RANGTELWOORD

De hoeveelste?

eerste, derde, honderdste, laatste, zoveelste

Ik werd derde in de loopwedstrijd.

8

Bepaald of onbepaald?

=

BEPAALD

Exact: je weet precies hoeveel of de hoeveelste.

vijf miljoen • zeventien • vierde • 26ste

±

ONBEPAALD

Niet exact: je weet het níét precies.

veel • weinig • sommige • enkele • laatste • zoveelste

9

Vier soorten telwoorden

TELWOORDEN

hoofdtelwoorden

rangtelwoorden

bepaald

twee, 300, duizend

onbepaald

veel, sommige, enkele

bepaald

eerste, tiende, 26ste

onbepaald

laatste, middelste, zoveelste

10

Jij bent al de zoveelste die dat vraagt.

A

bepaald hoofdtelwoord

B

onbepaald hoofdtelwoord

C

bepaald rangtelwoord

D

onbepaald rangtelwoord

Sleep naar de juiste groep

Sleepvraag

vijftien

veel

derde

laatste

honderd

sommige

tiende

middelste

bepaald hoofd

onbepaald hoofd

bepaald rang

onbepaald rang

12

Sleep naar de juiste groep

bepaald hoofd

onbepaald hoofd

bepaald rang

onbepaald rang





vijftien

honderd

veel

sommige

derde

tiende

laatste

middelste

Aan de slag!

Boek

Opdracht 1 tot en met 5

p. 56-57

13

Les 2: Telwoorden schrijven

Voluit of in cijfers? Aan elkaar of los?

Uitdaging: schrijf 62 voluit

Spellingregels (1)

A

Tot en met twintig: voluit

negentien proefbuizen • maar: 3 l water, 12 km

B

Aan elkaar tot en met duizend

vijfentachtig • negenhonderdvijfendertig

B

Na duizend: een spatie

22 456 → tweeëntwintigduizend vierhonderdzesenvijftig

16

Spellingregels (2)

C

Trema bij twee/drie + en

tweeënzestig, drieëndertig

D

Miljoen, miljard: altijd los

drie miljoen, zeventien miljard

E

Breuken: los

twee derde, een vierde

F

Maal: los in een som

drie maal acht • maar: tweemaal

17

Rangtelwoorden: -de of -ste?

-ste

eerste, achtste en alles vanaf twintig

twintigste • honderdste • duizendste

-de

de andere tot en met negentien

tweede • vijfde • twaalfde • negentiende

Let op: drie → derde • het laatste deel telt: honderdtwee → honderdtweede

18

Mijn oma wordt tweeentachtig.

A

juist

B

fout

Het concert lokte drieduizend vijfhonderd fans.

A

juist

B

fout

Tweederde van de klas was ziek.

A

juist

B

fout

Hij won vijfmiljoen euro.

A

juist

B

fout

Ze werd twintigde.

A

juist

B

fout

Aan de slag!

Boek

Opdracht 6 tot en met 10

p. 58-60

21