3.2 temperatuursverschillen op aarde

3.2 temperatuursverschillen op aarde
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

3.2 temperatuursverschillen op aarde

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag:
- Herhaling 3.1: klimaten wereldwijd
- Uitleg 3.2: temperatuurverschillen wereldwijd
( - Aan de slag )

Slide 2 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen weer en klimaat?

Slide 3 - Open vraag

Welk klimaat hoort NIET bij de klimaten op lage breedte?
A
tropisch regenwoudklimaat
B
savanneklimaat
C
landklimaat
D
woestijnklimaat

Slide 4 - Quizvraag

welk klimaat hoort NIET bij de klimaten op hoge breedte?
A
gematigd zeeklimaat
B
toendraklimaat
C
poolklimaat
D
steppeklimaat

Slide 5 - Quizvraag

Bij welk klimaat
past deze grafiek?
A
Savanneklimaat
B
Gematigd zeeklimaat
C
Hooggebergteklimaat
D
Woestijnklimaat

Slide 6 - Quizvraag

Leerdoelen:
- Je weet hoe de atmosfeer de temperatuur op aarde beïnvloedt


Slide 7 - Tekstslide

Leerdoelen:
- Je weet hoe de atmosfeer de temperatuur op aarde beïnvloedt

- Je begrijpt welke invloed de stand van de zon en de geografische breedte heeft op de temperatuur

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen:
- Je weet hoe de atmosfeer de temperatuur op aarde beïnvloedt

- Je begrijpt welke invloed de stand van de zon en de geografische breedte heeft op de temperatuur

- Je kunt de invloed van land, zee en hoogteligging op het klimaat uitleggen

Slide 9 - Tekstslide

Uitleg 3.2: temperatuurverschillen wereldwijd

- De atmosfeer (dampkring) maakt leven op aarde mogelijk
 

Slide 10 - Tekstslide

Uitleg 3.2: temperatuurverschillen wereldwijd

- De atmosfeer (dampkring) maakt leven op aarde mogelijk
   -> zonder deze luchtlaag zou het overdag veel te warm zijn en 's nachts                  veel te koud


Slide 11 - Tekstslide

Uitleg 3.2: temperatuurverschillen wereldwijd

- De atmosfeer (dampkring) maakt leven op aarde mogelijk
   -> zonder deze luchtlaag zou het overdag veel te warm zijn en 's nachts                  veel te koud

- De kortgolvige straling van de zon verwarmt het aardoppervlak
   

Slide 12 - Tekstslide

Uitleg 3.2: temperatuurverschillen wereldwijd

- De atmosfeer (dampkring) maakt leven op aarde mogelijk
   -> zonder deze luchtlaag zou het overdag veel te warm zijn en 's nachts                  veel te koud

- De kortgolvige straling van de zon verwarmt het aardoppervlak
   -> het verwarmde aardoppervlak straalt vervolgens langgolvige straling uit          naar de lucht erboven

Slide 13 - Tekstslide

De atmosfeer

Slide 14 - Tekstslide

Hoe verder je van de evenaar bent, hoe ........ het wordt.
A
Kouder
B
Warmer

Slide 15 - Quizvraag

Stand van de zon

Slide 16 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte
- in de zomer is het strand erg warm, terwijl de zee nog relatief koud is.
  

Slide 17 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte
- in de zomer is het strand erg warm, terwijl de zee nog relatief koud is.
   -> Dit komt omdat het strand makkelijker opwarmt dan de zee.  

 

Slide 18 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte
- in de zomer is het strand erg warm, terwijl de zee nog relatief koud is.
   -> Dit komt omdat het strand makkelijker opwarmt dan de zee.  

   -> Dit heeft effect op de lucht erboven
  

Slide 19 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte
- in de zomer is het strand erg warm, terwijl de zee nog relatief koud is.
   -> Dit komt omdat het strand makkelijker opwarmt dan de zee.  

   -> Dit heeft effect op de lucht erboven
       -> in de zomer is de lucht boven de zee kouder dan boven  het strand
       

Slide 20 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte
- in de zomer is het strand erg warm, terwijl de zee nog relatief koud is.
   -> Dit komt omdat het strand makkelijker opwarmt dan de zee.  

   -> Dit heeft effect op de lucht erboven
       -> in de zomer is de lucht boven de zee kouder dan boven  het strand
       -> wanneer de koude lucht over Nederland waait, koelt het af

   

Slide 21 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte
- in de zomer is het strand erg warm, terwijl de zee nog relatief koud is.
   -> Dit komt omdat het strand makkelijker opwarmt dan de zee.  

   -> Dit heeft effect op de lucht erboven
       -> in de zomer is de lucht boven de zee kouder dan boven  het strand
       -> wanneer de koude lucht over Nederland waait, koelt het af

   -> Dit is in de winter juist andersom.

Slide 22 - Tekstslide

De invloed van zee, land en hoogte

Slide 23 - Tekstslide

De invloed van land, zee en hoogte
- De atmosfeer wordt  van het aardoppervlak af opgewarmd. 
   -> De temperatuur neemt dus af met hoogte
       -> het wordt gemiddeld 6 °C kouder per kilometer

Slide 24 - Tekstslide

De invloed van land, zee en hoogte
- De atmosfeer wordt  van het aardoppervlak af opgewarmd. 
   -> De temperatuur neemt dus af met hoogte
       -> het wordt gemiddeld 6 °C kouder per kilometer

   -> Daarom vind je meerdere
         klimaten op een berg!

Slide 25 - Tekstslide

De invloed van land, zee en hoogte
- De atmosfeer wordt  van het aardoppervlak af opgewarmd. 
   -> De temperatuur neemt dus af met hoogte
       -> het wordt gemiddeld 6 °C kouder per kilometer

Slide 26 - Tekstslide

Aan de slag!
-> huiswerk: De opdrachten van 3.2 -> Start via leerroute B

Slide 27 - Tekstslide

Wat zien we hier?

Slide 28 - Tekstslide

Wat zien we hier?
Hoe kunnen we de verschillen verklaren?

Slide 29 - Tekstslide