Test: leestekens + aanhalingstekens

Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
heb jij de vraag goed begrepen
1 / 11
volgende
Slide 1: Open vraag
NederlandsLager onderwijs

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
heb jij de vraag goed begrepen

Slide 1 - Open vraag

Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
geef irina snel een koffie

Slide 2 - Open vraag

Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
joepie vrijdag is het geen school

Slide 3 - Open vraag

Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
ik lust graag pizza sushi chips en zure snoepjes

Slide 4 - Open vraag

Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
nola de kat van irina is zwart

Slide 5 - Open vraag

Wat is juist?

A
"Geef niet op!" riep ze.
B
"Geef niet op" riep ze!
C
Geef niet op! "riep ze."
D
"Geef niet op"! riep ze.

Slide 6 - Quizvraag

Wat is juist?

A
"Morgen zijn we weg." zei mama.
B
"Morgen zijn we weg" zei mama"
C
"Morgen zijn we weg zei mama"
D
"Morgen zijn we weg", zie mama.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is juist?

A
Irina vroeg "wie gaat er mee?"
B
Irina vroeg: "Wie gaat er mee?"
C
irina vroeg: "wie gaat er mee"?
D
Irina vroeg: "Wie gaat er meer"?

Slide 8 - Quizvraag

Wat is juist?

A
Ik brulde: "Dit heb ik nog nooit meegemaakt" !
B
Ik brulde: dit heb ik nog nooit meegemaakt!
C
Ik brulde:"Dit heb ik nog nooit meegemaakt!"
D
Ik brulde dit heb ik nog nooit meegemaakt.

Slide 9 - Quizvraag

Wat is juist?
A
Is het morgen toets, vroeg ze?
B
"Is het morgen toets?" vroeg ze.
C
"Is het morgen toets?", vroeg ze.
D
"Is het morgen toets" vroeg ze?

Slide 10 - Quizvraag

Vul je test/toets formulier in via Google Classroom


Maakte je 0, 1 of 2 fouten => GROEN
Maakte je 3 of 4 fouten => ORANJE
Maakte je 5 fouten of meer => ROOD

Slide 11 - Tekstslide