Gebruik voor elke ruimte de eigen schoonmaakmaterialen. Dit heeft te maken met de gezondheid.
Geef elke ruimte zijn eigen kleur.
Slide 5 - Tekstslide
Maak opdracht 7.03
Op blz 225
Slide 6 - Tekstslide
7.6 Schoonmaakmachines (224)
Eénschijfmachine
Waterzuiger
Schrobzuigautomaat
Tapijtreinigingsmachine
Hogedrukreiniger
Buitenreinigingsapparatuur
Slide 7 - Tekstslide
Maak opdracht 7.05
Op blz 227
Slide 8 - Tekstslide
7.7 Schoonmaakmiddelen (228)
Reinigingsmiddelen (zichtbaar vuil)
Desinfecteermiddelen (onzichtbaar vuil)
Slide 9 - Tekstslide
7.8 Etiketten (230)
Op een etiket staat waarvoor en hoe het gebruikt moet worden. Ook staat er de informatie op over de gevaren en hoe je veilig met het schoonmaakmiddel werkt.
Slide 10 - Tekstslide
Symbolen en hun betekenis 230
- Ontvlambaar - Schadelijk/ irriterend
- Giftig - Oxiderend
- Ontplofbaar - Bijtend
- Milieugevaarlijk - Lange termijn gezond-
- Gasfles heidsgevaar
Slide 11 - Tekstslide
7.9 Werkvolgordes (235)
Van schoon naar vuil
Van hoog naar laag
Van droog naar nat
Slide 12 - Tekstslide
7.11 Milieustraat (238)
Ander woord voor afvalverwerkingsstraat.
Hier gaat afval heen wat niet in de prullenbak mag.
Hier kan ook klein chemisch afval heen.
Slide 13 - Tekstslide
Maak opdracht 7.13
Op blz 239
Slide 14 - Tekstslide
7.12 Begrippen (242)
Maak opdracht 7.16.
Je kunt het opzoeken in heel het hoofdstuk, op internet of natuurlijk uit je hoofd.