Revalidatie en Arbeid - QUIZ

Revalidatie en Arbeid - QUIZ

1. Kennis van oorzaken, prevalentie, incidentie en meest voorkomende complicaties NAH, multitrauma en dwarslaesie

2. Kennis van factoren die de functionele prognose mee bepalen

3. Inzicht in factoren die belangrijk zijn bij kwaliteit van leven, en

4. Arbeidsparticipatie.


1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorExcelBeroepsopleiding

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Revalidatie en Arbeid - QUIZ

1. Kennis van oorzaken, prevalentie, incidentie en meest voorkomende complicaties NAH, multitrauma en dwarslaesie

2. Kennis van factoren die de functionele prognose mee bepalen

3. Inzicht in factoren die belangrijk zijn bij kwaliteit van leven, en

4. Arbeidsparticipatie.


Hoe heet het gedeelte in een poplied dat meestal het makkelijkste blijft hangen en herhaald wordt?

A

Intro

B

Bridge

C

Refrein

D

Couplet

Welk bestandtype gebruik je meestal voor een

gecomprimeerde map?

A

.txt

B

.pdf

C

.jpg

D

.zip

Wat is een kenmerk van een sonnet?

A

Rijmt niet

B

Heeft veertien regels

C

Kent geen regels

D

Bestaat uit elf woorden

Wat betekent het begrip 'trias politica'

A

Een verbond tussen drie landen

B

Een politieke partij met drie kernpunten

C

De drie machten binnen een democratie

D

Een driedeling van het kiesstelsel

  1. Wat is de jaarlijkse incidentie van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in Nederland?

A

30.000

B

70.000

C

140.000

D

250.000

Een bedrijfsarts koopt 3 schriften van E 1,80 per stuk en een rekenmachine van E 12,60. Hoeveel betaalt de bedrijfsarts totaal?

A

E 17,-

B

E 18,-

C

E 16,80

D

E 18,60

Welke kunststroming staat bekend om het gebruik van geometrische vormen en heldere kleuren zoals bij Mondriaan?

A

Expressionisme

B

De Stijl

C

Romantiek

D

Barok

Hoe noem je het stuk tekst waarmee je iemand probeert te overtuigen?

A

Dialoog

B

Betoog

C

Column

D

Discussie

Welk type steen ontstaat door stolling van magma onder het aardoppervlak?

A

Graniet

B

Kalksteen

C

Leisteen

D

Zandsteen

Welke uitspraak over opleidingsniveau als prognostische factor voor terugkeer naar werk na NAH is correct?

A

Opleidingsniveau is vooral relevant bij traumatisch hersenletsel (t-NAH)

B

Opleidingsniveau is onafhankelijke positieve factor

C

Opleidingsniveau speelt alleen een rol bij jongere patienten

D

Opleidingsniveau is ondergeschikt aan motivatie en daarom niet voorspellend

LAATSTE van DEEL 1:

Hoe heet de NLse opstand tegen Spanje in de 16e eeuw?

A

De slag bij Waterloo

B

De Franse revolutie

C

De Tachtig jarige oorlog

D

De eerste Koude oorlog

Welke uitspraak over de juridische relevantie van cognitieve beperkingen na NAH is het meest juist?

A

Cognitieve beperkingen zijn juridisch pas relevant na neuropsychologisch onderzoek

B

Onzichtbare beperkingen zijn juridisch minder relevant dan somatische beperkingen

C

Cognitieve beperkingen zijn juridisch relevant indien functioneel onderbouwd

D

Cognitieve beperkingen spelen alleen een rol binnen WIA-beoordelingen

Welke uitspraak over arbeidsparticipatie na NAH is het best onderbouwd door onderzoek?

A

De meerderheid keert terug naar het oorspronkelijke werk zonder aanpassingen

B

Ongeveer 40% keert terug naar werk, vaak met beperkingen of aangepast werk

C

Terugkeer naar werk is vooral afhankelijk van medische restschade

D

Arbeidsparticipatie neemt na 2 jaar nauwelijks meer toe

Welke set factoren ligt primair binnen de beïnvloedingssfeer van de bedrijfsarts bij arbeidsparticipatie na NAH?

A

Taakinhoud, werktempo, urenopbouw

B

Opleidingsniveau, depressie, copingstijl

C

Letselernst, laesielocatie, hersteltempo

D

Gezinssituatie, omscholing, arbeidsopbouw

Welke uitspraak over functionele uitkomsten één jaar na ernstig trauma is het meest accuraat?

A

Ongeveer 70% heeft blijvende beperkingen in ten minste één domein

B

Ongeveer 70% heeft beperkingen in meerdere functionele domeinen

C

Beperkingen beperken zich vooral tot mobiliteit

D

Psychosociale beperkingen komen ook, maar minder vaak voor

Wat is volgens cohortstudies het meest waarschijnlijke arbeidsperspectief één jaar na een multitrauma?



A

Minder dan een derde is weer aan het werk

B

Ongeveer de helft is (gedeeltelijk) weer aan het werk

C

Meer dan 70% heeft werk hervat

D

Werkhervatting treedt vooral pas na 2 jaar op

Welke combinatie van factoren hangt het sterkst samen met arbeidsparticipatie na multitrauma?

A

Ernst van het letsel en type ongeval

B

Jongere leeftijd en hoger opleidingsniveau

C

Snelle chirurgische interventie en korte IC-opname

D

Afwezigheid van lichamelijke restklachten

Welke combinatie van complicaties komt het meest frequent voor bij mensen met een chronische dwarslaesie?

A

Decubitus, urineweginfecties, spasticiteit

B

Neuropathische pijn, contracturen, obstipatie

C

Respiratoire insufficiëntie, longembolie, vermoeidheid

D

Cognitieve stoornissen, vermoeidheid, stemmingsstoornissen

Welke voorzieningen zijn bij een tetraplegie op C6-niveau doorgaans noodzakelijk om arbeidsparticipatie mogelijk te maken?





A

Vooral ergonomische werkplekaanpassingen

B

Elektrische rolstoel, ADL-hulpmiddelen en omgevingsaanpassingen

C

Volledige persoonlijke assistentie gedurende de werkdag

D

Geen structurele voorzieningen bij zittend werk

Welke uitspraak beschrijft het beste de ervaren kwaliteit van leven 5 jaar na een dwarslaesie?




A

Structureel laag door fysieke beperkingen

B

Sterk afhankelijk van neurologisch niveau

C

Lager dan de algemene bevolking, maar vaak stabiel en redelijk

D

Nauwelijks verbetering ten opzichte van het eerste jaar

LAATSTE VRAAG: Welke uitspraak over transport en werkhervatting na dwarslaesie is het meest correct?




A

Transportproblemen worden vaak onderschat en vormen regelmatig een belemmering

B

Transport is zelden een limiterende factor door goede voorzieningen

C

Transportproblemen spelen alleen bij tetraplegie

D

Transport is vooral een probleem in de acute fase