Spelling H4: vd/td als bn en koppelteken tot accenten

Spelling H4
td/vd als bn
koppelteken, weglatingsteken, trema, apostrof en accenten
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Spelling H4
td/vd als bn
koppelteken, weglatingsteken, trema, apostrof en accenten

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je kunt het voltooid en tegenwoordig deelwoord bijvoeglijk gebruiken;
- je weet wanneer je koppelteken, weglatingsteken, trema, apostrof en accenten plaatst.

Slide 2 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord?

Slide 3 - Woordweb

Bijvoeglijk naamwoord
Zegt iets over een zelfstandig naamwoord:

De rode auto
De verbrede weg

Slide 4 - Tekstslide

VD/TD als bn
De weg is verbreed. (vd)
De verbrede weg. 

Lezend in een boek zit de man op de stoel. (td)
De lezende man.

Slide 5 - Tekstslide

VD/ TD als bn
- zegt iets over een zelfstandig naamwoord;
- hoort niet bij het werkwoordelijk gezegde;
- schrijf je zo kort mogelijk. 

Het geredde kind.
De gehate man.

Slide 6 - Tekstslide

Noteer het voltooide deelwoord als bn.
Haar (opsteken) haar, De (vergroten) ogen, Met (afmatten) stem.

Slide 7 - Open vraag

Let op de betekenis en noteer het bn.
De (melken) koe en de (melken) boer.

Slide 8 - Open vraag

Welke vorm is goed?
A
efficient
B
efficiënt

Slide 9 - Quizvraag

Trema
Een trema gebruik je om te voorkomen dat twee klinkers in één woord samen worden uitgesproken: 
- calorieën, poriën, reünie

Daarnaast gebruik je een trema in leenwoorden: 
patiënt, fröbelen
In het Duits heet een trema een Umlaut. 

Slide 10 - Tekstslide

Welke vorm is goed?
A
egoist
B
egoïst

Slide 11 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
gearriveerd
B
geärriveerd

Slide 12 - Quizvraag

Apostrof
Een apostrof gebruik je in de volgende gevallen: 
- om uitspraakproblemen te voorkomen --> jury's, zebra's (maar wel jockeys)
- als weglatingsteken: 's morgens, 's-Gravenhage, Thomas' pet 
- in meervouden en afleidingen van afkortingen: cd's, sms'en 
- in verkleinwoorden die eindigen op -y : baby'tje (maar wel cowboytje) 

Slide 13 - Tekstslide

Wat is het meervoud van politie?
A
polities
B
politie's

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het meervoud van lolly?
A
lollies
B
lollys
C
lolly's

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het meervoud van café?
A
cafés
B
café's

Slide 16 - Quizvraag

Hoe geef je aan dat het boek van Kees is?
A
Kees's boek
B
Kees' boek

Slide 17 - Quizvraag

Hoe geef je aan dat het boek van Anita is?
A
Anita's boek
B
Anitas boek

Slide 18 - Quizvraag

Hoe geef je aan dat het boek van Tom is?
A
Tom's boek
B
Toms boek

Slide 19 - Quizvraag

Accenten
Er zijn drie accenten. 
- accent aigu: café
- accent grave: carrière
- accent circonflexe: enquête 

Het accent aigu wordt soms gebruikt om de klemtoon aan te geven: 
- Dat is dé manier om het goed te doen. 
- Zij heeft geen twéé dochters, maar drie. 

Slide 20 - Tekstslide

Welk woord is goed gespeld?
A
de carriere
B
de carrière

Slide 21 - Quizvraag

Wat is de juiste spelling
A
Premierre
B
Premiere
C
Premiére
D
Première

Slide 22 - Quizvraag

Welk woord is fout
A
café
B
saté
C
loge

Slide 23 - Quizvraag

Wat valt je op aan volgende zinnen?
Dinsdagavond en woensdagavond ga ik sporten.

Fietsvakanties, werkvakanties en taalvakanties zijn best populair. 


Slide 24 - Tekstslide

Weglatingsstreepje
Dinsdagavond en woensdagavond ga ik sporten.

Fietsvakanties, werkvakanties en taalvakanties zijn best populair. 

De onderstreepte woorden zijn samengestelde woorden. 
Soms kun je een deel vervangen door een weglatingsstreepje. 


Slide 25 - Tekstslide

Dan krijg je:

Dinsdag- en woensdagavond ga ik sporten

Fiets-, werk- en taalvakanties zijn best populair


Let op: gebruik geen weglatingsstreepje als je een heel woord weglaat: blauwe sokken en rode sokken: blauwe en rode sokken. 

Slide 26 - Tekstslide

Noteer het weglatingsteken:

Op die manier kun je exact bepalen welke deelnemer met een wiellengte of neuslengte voorsprong heeft gewonnen.

Slide 27 - Open vraag

Noteer het weglatingsteken:

Moderne digitale opnametechnologie en afdruktechnologie maakt dat overbodig.

Slide 28 - Open vraag

Kijk eens naar de volgende woorden:

radioomroep

autoongeluk

70jarige

%teken

NoordNederland

haatliefdeverhouding

Slide 29 - Tekstslide

Koppeltekens gebruiken we:
- in samenkoppelingen, die anders onoverzichtelijk worden
Jip-en-Janneketaal, half-om-halfgehakt

- om leesfouten te vermijden bij klinkers
zo-even, stage-uren, radio-omroep, na-apen (maar wel: politieagent)

- bij letters, cijfers en andere tekens, afkortingen en St. of Sint:
$-teken, vmbo-leerling, 70-jarige, tbs-kliniek

- in aardrijkskundige namen met een extra toevoeging
Noord-Brabant, Zuid-Amerika, Midden-Nederland

Slide 30 - Tekstslide

Koppeltekens gebruiken we:
- bij een functie, rang of titel
assistent-bedrijfsleider, minister-president

- in woorden met de voorvoegsels adjunct-, aspirant-, bijna-, ex-, interim-, kandidaat-, leerling, niet-, non, oud-non-actief, oud-werknemer

- als het tweede deel van de samenstelling een hoofdletter heeft:
anti-Amerikaans, pro-Amerikaans

- in samenstellingen van twee gelijkwaardige woorden (het ene woord is niet belangrijker dan het andere): hotel-restaurant, zwart-wit, cultureel-maatschappelijk, hink-stap-sprong

Slide 31 - Tekstslide

Wat is juist?
A
ex-roker
B
ex roker
C
exroker
D
ëxroker

Slide 32 - Quizvraag

Wat is juist?
A
mee-ëten
B
mee-eten
C
meeëten
D
meëeten

Slide 33 - Quizvraag

Leerdoelen
- Je kunt het voltooid en tegenwoordig deelwoord bijvoeglijk gebruiken;
- je weet wanneer je koppelteken, weglatingsteken, trema, apostrof en accenten plaatst.

Slide 34 - Tekstslide

Oefenen
paragraaf 4.5 Spelling
opd. 4,5, 7 en 8

Slide 35 - Tekstslide