Herhalen voor SE

Opfris les voor het
SE.
Paragraaf 1 t/m 4
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Opfris les voor het
SE.
Paragraaf 1 t/m 4

Slide 1 - Tekstslide

Bruto- en nettoloon






Brutoloon - inhoudingen = nettoloon

Slide 2 - Tekstslide

Inkomstenbelasting

Slide 3 - Tekstslide

Berekenen belastbaar inkomen
Zie rekentrainer boek bladzijde 172

Slide 4 - Tekstslide

Progressief belastingstelsel




Bij een progressief belastingstelsel moet er procentueel meer belasting betaald worden naarmate het inkomen stijgt.


Dit gebeurt door een steeds hoger belastingtarief bij een hoger inkomen.

Slide 5 - Tekstslide

Boxen in ons belastingstelsel
Inkomsten uit werk en woning 
Inkomsten uit aanmerkelijk belang
Inkomsten uit vermogen

Over alle inkomsten die je hebt, betaal je belasting. 
Van box 2 moet je alleen maar weten dat deze bestaat.

box 1 ; 6.1 en 6.2
box 2
box 3; 6.2

Slide 6 - Tekstslide

Gebruik dit stappenplan en maak nu opdracht 3 op bladzijde 175.

Slide 7 - Tekstslide

1 Tim hoeft alleen het tarief van 37,1% te gebruiken.
€ 31.500 /100 x 37,1 = € 11.686,50 = € 11.686

 1 Yara moet beide tarieven gebruiken: € 37,1% en 49,5%.

2 stap 1 Inkomen in schijf 1: € 68.508
Inkomen in schijf 2: € 74.000 – € 68.508 = € 5.492


stap 2 In schijf 1 € 68.508  : 100 x 37,1= € 25.416,47= € 25.416
In schijf 2 € 5.492  : 100 x 49,5= € 2.718,54 = € 2.718
stap 3 In box 1 betaalt Yara in totaal € 25.416 + € 2.718 = € 28.134

Slide 8 - Tekstslide

Stappenplan belasting box 3 berekenen
Stap 1:  Je trekt het heffingsvrij vermogen van je vermogen af.
Stap 2: Je berekent het fictief rendement over je belastbaar vermogen.
Stap 3: Je berekent belasting over het fictief rendement

Belastbaar vermogen?

Fictief rendement?


Dat bedrag waar je in box 3 mee gaat werken om te berekenen hoeveel belasting je in box 3 moet gaan betalen.

Het bedrag wat de overheid denkt dat je rijker wordt van je spaargeld/beleggingen.

Slide 9 - Tekstslide

Ga er vanuit dat het heffingsvrij vermogen nog 50.000 is en het fictief rendement 1,9% en de belasting 31%.
Hoeveel belasting moet je dan in box 3 betalen als je vermogen 45.000 en hoeveel als je vermogen 90.000 is?
Bij een vermogen van €  45.000 hoef je geen belasting te betalen in box 3 omdat je vermogen minder is dan het heffingsvrij vermogen.
90.000 - 50.000 =  € 40.000 belastbaar vermogen
Fictief rendement 40.000 / 100 x 1,9 =  € 760
Belasting box 3   760 / 100 x 31 =  € 235

Slide 10 - Tekstslide

Rekenen met de heffingskorting
Wanneer de heffingskorting hoger is dan de te betalen loonheffing, dan zal er geen loonheffing worden ingehouden op het salaris. Dit is tot een loon van € 4.260 (2022) en € 5.052 (2023). De grens kun je terugvinden in de witte maandtabel voor de loonheffing (Belastingdienst).
Heb je dan vel vermogen waar je belasting over moet getalen dan moet je dus nog wel inkomsten belasting betalen.

Slide 11 - Tekstslide

Actieven en inactieven
Inactieven: mensen boven de 15 jaar die een uitkering ontvangen.
- werkloosheidsheidsuitkering
- arbeidsongeschikt
- AOW

Actieven: mensen tussen de 15 en pensioengerechtigde leeftijd die een bijdrage leveren aan de samenleving door belasting en premies te betalen.

Slide 12 - Tekstslide

Herverdeling van inkomens
Actieven betalen mee aan de inkomens van de inactieven.

Slide 13 - Tekstslide

i/a-ratio
De i/a-ratio geeft de verhouding weer tussen het aantal uitkeringsgerechtigden (inactieven) en de werkenden (actieven) die de uitkering moeten betalen. 

Slide 14 - Tekstslide

Dus....
  • Vergrijzing = in verhouding meer ouderen dan jongeren
  • Gevolg: AOW wordt onbetaalbaar! Dus AOW-leeftijd verhogen!
  • Oplossingen: AOW-leeftijd verhogen, uitkeringen verlagen, meer premie betalen, zelf sparen

Slide 15 - Tekstslide

Nivellering en denivellering
Nivellering: De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding kleiner.
Denivellering: De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding steeds groter.

LET OP: in de omschrijving moet duidelijk staan in verhouding of in procenten. Anders geen punten!!

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Dan is er geen nivellering en geen denivellering omdat de inkomens of met hetzelfde bedrag stijgen of met hetzelfde bedrag dalen

Slide 20 - Tekstslide

Drie soorten belastingstelsels
  1. Progressief belastingstelsel: hoger percentage als inkomen hoger is 
  2. Proportioneel belastingstelsel: gelijk percentage bij ieder inkomen
  3. Degressief belastingstelsel: lager percentage bij hoger inkomen

proportioneel tarief
progressief tarief
degressief tarief

Slide 21 - Tekstslide

Beginselen
Beginselen: De belastingen die de overheid heft, gaan volgens bepaalde principes, oftewel "beginselen".

  • Draagkrachtbeginsel: Dit betekent dat de "sterkeren" meer bijdragen aan belastingen. Dus met een hoger inkomen betaal je meer % belasting (bijv: inkomstenbelasting)
  • Profijtbeginsel: Je betaalt belasting op het moment dat je ergens gebruik van maakt ( bijv: autobezitters die motorrijtuigenbelasting betalen)

Slide 22 - Tekstslide

Solidariteitsbeginsel
Iedereen met een inkomen staat een deel ervan af voor mensen zonder inkomen of met een laag inkomen.

Dit zorgt voor een redelijke verdeling van de welvaart.
Voorbeelden van het solidariteitsbeginsel:
  • sociale verzekeringen
  • inkomenssteun zoals de zorgtoeslag en de huurtoeslag

Slide 23 - Tekstslide