Lesweek 3

 Wonen lesweek 3
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
WonenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

 Wonen lesweek 3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma 
1. Lesdoelen
2. Terugblikken
3. Theorie: 
  • Opdracht protocollen en regels 
  • Methodisch begeleiden 7.2; filmpje + quiz
4. Verder met de eindopdracht 
5. Evalueren en afsluiten

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het eind van de les: 
  • Kun je de protocollen en regels op jouw BPV benoemen.
  • Kun je benoemen hoe je bij de begeleiding en ondersteuning werkt aan de eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt.

  •  Heb je stap 1 tot stap 4 van de eindopdracht volledig uitgewerkt.
    Al bij stap 6? dan heb  je stap 7, het procesverslag volledig uitgewerkt en ingeleverd voor een GO voor de verantwoording op de BPV.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belang van het kennen van het ondersteuningsplan/ de beginsituatie van de cliënt, voordat je kan ondersteunen/begeleiden bij wonen en huishouden?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke redenen
  • Je weet wat de client nodig heeft
  •   Je kunt doelgericht ondersteunen
  • De begeleiding wordt persoonlijk en passend
  • Je voorkomt overvraging of ondervraging
  • Je werkt professioneel en veilig
  • Je stimuleert zelfredzaamheid
  • Goede samenwerking met collega’s en netwerk

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belang van het kennen van de protocollen en regels, voordat je de cliënt kan ondersteunen/begeleiden bij wonen en huishouden?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke redenen
  • Je werkt veilig en verantwoord
  •  De cliënt krijgt goede en duidelijke ondersteuning
  • Je voorkomt fouten en misverstanden
  • Je handelt professioneel
  • Je beschermt de rechten van de cliënt
  • Je weet hoe je moet handelen in noodsituaties
  • Goede samenwerking met collega’s

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Filmpje over zelfredzaamheid
  • Wat is je opgevallen? 
  • Wat zou je de begeleider in het filmpje adviseren?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Korte Quiz: 
- Steek je hand op als je denkt dat het antwoord klopt.
- Hou je handen omlaag als je denkt dat het antwoord onjuist is
Methodisch begeleiden: Theorie 7.2
Zelfregie (Eigen Regie): eigen keuzes maken  - wat kan de cliënt  (krachten), zeggenschap (over ondersteuning)

Zelfredzaamheid: wil zeggen dat iemand in staat is zelfstandig
 een eigen leven te leiden - zelfstandig (mee)doen, 
denk aan mogelijkheden en beperkingen.

Zelfmanagement: wil zeggen dat een cliënt met een beperking zelf
 bepaalt welke zorg en ondersteuning hij belangrijk vindt. - Omgaan met ziekte/beperking.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een aspect in de ondersteuning van eigen regie is de cliënt zelf laten bepalen welke ondersteuning hij wil, hoe vaak en wanneer.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je het niet eens bent met de keuze van de cliënt, probeer je hem te overtuigen dat de keuze niet handig is.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij zelfregie (eigen regie) gaat het erom dat de cliënt zelf keuzes mag maken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De intensiteit van de ondersteuning: theorie 7.4
  • Een activiteit of handeling helemaal van de cliënt overnemen
  • Iets voordoen en vragen of de cliënt het nadoet
  • Iets samen met de cliënt doen
  • De cliënt doet het zelfstandig, maar wel met de begeleider naast zich
  • De cliënt doet het zonder nabijheid van de begeleider, maar die is wel snel bereikbaar bij problemen
  • De cliënt kan het helemaal zelfstandig en heeft geen ondersteuning meer nodig

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De ondersteuning opbouwen of juist afbouwen?
Belangrijk bij het opbouwen: 
  • Een vertrouwensrelatie met de cliënt opbouwen
  • De beginsituatie vaststellen: welke ondersteuning is nodig

Belangrijk bij het afbouwen:
  • Samen met de cliënt een activiteit of handeling uitvoeren
  • De cliënt zelf de activiteit laten uitvoeren terwijl jij erbij bent 
  • Als dat goed gaat, langzaam meer afstand nemen, maar wel bereikbaar blijven.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkles 2: Schoonmaakvaardigheden en hygiëne


Situatieschets:
Je werkt als begeleider binnen een woonvorm voor mensen die ondersteuning nodig hebben bij wonen en huishouden. Een van je cliënten is Jan (65 jaar, licht verstandelijke beperking). Jan woont zelfstandig, maar heeft moeite met het organiseren van zijn huishouden. Hij vergeet regelmatig boodschappen te doen, eet ongezond en heeft een rommelig huis. Ook wil hij vaker naar buiten, maar weet niet goed hoe hij dat kan regelen.

Vragen:

1. Lichte huishoudelijke schoonmaakwerkzaamheden
  • Welke tips geef je over hoe je Jan kunt motiveren om zijn huis schoon te houden?

2. Beheren van voorraden
  • Hoe zorg je ervoor dat Jan zijn voorraad op orde houdt? Noem minimaal 2 manieren.


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkles 2: Schoonmaakvaardigheden en hygiëne


3. Beheren van voorraden
  • Hoe zorg je ervoor dat Jan zijn voorraad op orde houdt? Noem minimaal 2 manieren.

4. Bereiden van maaltijden
  • Beschrijf hoe je Jan kunt begeleiden bij het koken (denk aan veiligheid en zelfstandigheid).

5. Optimale woon- en leefklimaat
  • Wat betekent een prettig woon- en leefklimaat voor Jan?
  • Noem 3 manieren waarop jij kunt bijdragen aan een optimaal woon/leefklimaat.

6. Mobiliteitsvraagstukken
  • Welke mogelijkheden zijn er voor Jan om vaker naar buiten te gaan?
  • Hoe kun je hem begeleiden in het veilig gebruik van openbaar vervoer of een andere vervoersmogelijkheid?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkles 2: Schoonmaakvaardigheden en hygiëne


Vergeet deze niet in te leveren.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Je zorgt, samen met de cliënt en betrokken instanties voor dat benodigde materialen en middelen beschikbaar zijn.


Je gaat kostenbewust, duurzaam en veilig om met materialen en middelen volgens de richtlijnen en protocollen van de organisatie.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benodigde materialen/middelen
  1.  Samen met de cliënt bespreken wat nodig is: Bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen, boodschappen, hulpmiddelen of een dagplanning.
  2. Signaleren wat ontbreekt: De student ziet bijvoorbeeld dat een cliënt geen wasmiddel meer heeft of dat een rollator kapot is.
  3. Overleggen met betrokken instanties of collega’s: Bijvoorbeeld contact opnemen met de woningbouw, gemeente, bewindvoerder, thuiszorg of leverancier van hulpmiddelen.
  4. Materialen helpen regelen of aanvragen: Denk aan formulieren invullen, hulpmiddelen bestellen of afspraken maken.
  5. De cliënt ondersteunen bij het gebruik van middelen: Bijvoorbeeld uitleg geven over hoe een magnetron, agenda of medicijndoos werkt.
  6. Controleren of alles nog werkt en voldoende aanwezig is: Bijvoorbeeld nagaan of huishoudelijke spullen veilig zijn en of er genoeg voorraad is.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kostenbewust, duurzaam en veilig werken
1. Kostenbewust werken: De student gaat zuinig om met spullen en voorkomt verspilling.
2. Duurzaam werken: De student houdt rekening met het milieu.
Afval scheiden.
Herbruikbare materialen gebruiken.
Zuinig omgaan met water en elektriciteit.
Minder plastic gebruiken.
3. Veilig werken: De student werkt volgens regels en protocollen.
Handschoenen dragen bij schoonmaak of persoonlijke verzorging.
Schoonmaakmiddelen veilig opbergen.
Kapotte apparaten melden.
Hygiëneregels volgen.
Tillen volgens de juiste techniek.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorwaarden eindopdracht: Procesverslag
Hoe moet je eindopdracht eruit zien? 
1. Voorblad > Naam, studentennummer, module naam, inleverdatum etc.
2. Inhoudsopgave > Gebruik dus paginanummers
3. Inleiding
4. Alle stappen van de eindopdracht uitgewerkt 
Let op: bij stappen waar je uitvoert en de rubrics laat tekenen uiteraard de scan van de  COMPLEET INGEVULDE Rubrics waar feedback in verwerkt is met HANDTEKENING van je BPV-begeleider (het is niet de bedoeling dat iemand anders tekent TENZIJ dit van te voren besproken is met de BPV-begeleider en gedeeld is met de SLB'er  BPV-docent). 
5.. Eventueel een slot :)!
6. Ondertekend vaardigheidslijst





Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ga verder met de eindopdracht 
timer
45:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check
Je toont aan dat je zorgvuldig werkt volgens de voorgeschreven procedures en hygiëne- en veiligheidsvoorschriften.

 - Heb jij dit doel behaald aan het einde van deze les?
 - Wat weet jij van de hygiëne en veiligheidsvoorschriften?


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies