BK recap question tags + aanw vnm + alphabet

Today's lesson
- Recap question tags
- Recap this/that/these/those
- Alphabet
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Today's lesson
- Recap question tags
- Recap this/that/these/those
- Alphabet

Slide 1 - Tekstslide

Question tags

  • What is a question tag?
  • Dutch + English example 

Slide 2 - Tekstslide

Question tags
  •  Korte vraag naar bevestiging, einde zin 

- Het is mooi weer, he? 
- Hij is 13 jaar, toch? 

- He is 13 years old, isn't he? 

Slide 3 - Tekstslide

Question tags
Onderwerp blijft hetzelfde: 
- he = he; she = she; we = we; etc
- Kate = she; James = he; my sisters = they; Kate and I = we; etc

Persoonsvorm: bevestigend <> ontkennend: 
- is       <>    isn't
- are    <>   aren't
- can   <>   can't

Slide 4 - Tekstslide

Finish the sentence:
He is beautiful, ...

Slide 5 - Open vraag

Finish the sentence:
I can never do that, ...

Slide 6 - Open vraag

Finish the sentence:
Katie and Jamie are sweet, ...

Slide 7 - Open vraag

Old grammar ... 

This / that / these / those

Slide 8 - Tekstslide

Je gebruikt 'this' als iets...
A
ver(der) weg is in meervoud (=die)
B
ver(der) weg is in enkelvoud (=dat/die)
C
dichtbij is in meervoud (=deze)
D
dichtbij is in enkelvoud (=dit/deze)

Slide 9 - Quizvraag

Als iets ver(der) weg is en enkelvoud, gebruik ik...
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 10 - Quizvraag

Je gebruikt 'those' als iets...
A
ver(der) weg is in meervoud (=die)
B
ver(der) weg is in enkelvoud (=dat/die)
C
dichtbij is in meervoud (=deze)
D
dichtbij is in enkelvoud (=dit/deze)

Slide 11 - Quizvraag

Als iets dichtbij is en meervoud, gebruik ik...
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 12 - Quizvraag

So... this/that/these/those
                                      dichtbij                       ver weg

enkelvoud                    this                               that

meervoud                   these                           those


Slide 13 - Tekstslide


The alphabet

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Exercise
1: Choose a subject (animals or food) and think of words starting with each letter of the alphabet. You'll have 26 words in total. 

2: Write a story in which you'll put all kinds of words in alphabetical order. 

Slide 16 - Tekstslide

Exercise
1: Choose a subject (animals or food) and think of words starting with each letter of the alphabet. You'll have 26 words in total. 

2: Write a story in which you'll put all kinds of words in alphabetical order. 

Done? 
- finish ex. 7 + 8 (p.86-87)
- do ex. 15 (p.91) 

Slide 17 - Tekstslide