2.3b Romeinen - Leven in het Romeinse Rijk

Lesopzet
K: Presentatie > 2.3b Romeinen - Leven in het Romeinse rijk
Z: 2.3 afmaken & nakijken.
Z: Klaar? Verder met je studiewijzer. 
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Lesopzet
K: Presentatie > 2.3b Romeinen - Leven in het Romeinse rijk
Z: 2.3 afmaken & nakijken.
Z: Klaar? Verder met je studiewijzer. 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Romeinen
3. Leven in het Romeinse Rijk

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige keer...
Je weet hoe de rijke Romeinen leefden
Je weet hoe de arme Romeinen leefden

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je weet hoe de rijke Romeinen leefden

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De rijke Romeinen


Rijke mensen zijn vaak grootgrondbezitters
Meestal wonen ze in villa’s, omdat het in Rome vooral ’s zomers 
veel te warm, te vol en te vies is. 
Alleen voor politiek of voor zaken gaan ze naar de stad. 
Op hun landgoed verbouwen de slaven graan, druiven en olijven.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Badhuizen


Rijke Romeinen waren regelmatig in badhuizen (thermen) te vinden. Niet alleen omdat ze het prettig vonden, maar ook om te vergaderen.
In sommige badhuizen zaten complete bibliotheken.

Een Romeins badhuis in Bath (Eng.)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je weet hoe de arme Romeinen leefden

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Arme Romeinen

Veel Romeinen hebben vrijwel niets. Soms zijn zij boeren geweest die niet konden concurreren tegen de grote boerderijen. 

Toch zijn ze erg belangrijk voor rijke Romeinen: ze mogen namelijk stemmen en kunnen rijke Romeinen machtig maken.

De huizen van proletariërs hadden geen eigen toiletten. Je moest dan naar dit soort openbare toiletten in Rome: gezellig met z'n allen roddelen terwijl je je behoeften doet. Echt schoon was het allemaal niet: uit recent onderzoek werd duidelijk dat het enorme bron van parasieten en infecties.
Privé-toiletten kwamen pas later, en alleen voor mensen die dat konden betalen. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies








Dit is insula, een flatgebouw in Rome. De woningen werden gehuurd door de armere Romeinen. De meeste insulae waren 4 of 5 verdiepingen hoog. De bouwkwaliteit was niet best: bijna dagelijks waren er branden en instortingen.
De kamers bovenin een insula waren de slechtste kamers: hier woonden de proletariërs.
Hoewel er in sommige gebouwen stromend water was, moesten de bewoners van een insula het water vaak uit een fontein op straat halen.
Hoewel de meeste kamers in een insula klein en donker waren, was er wel verschil: de grotere kamers waren voor mensen met iets meer geld.
De meeste insulae hadden geen toiletten of keukens. Moest je naar de wc, dan ging je naar een openbaar toilet. En wilde je wat eten, dan ging je naar een thermopolium, een soort snackbar.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slaven


Slavernij was bij de Romeinen heel normaal. Slaaf werd je bijvoorbeeld omdat jouw land was veroverd, of omdat je je schulden niet kon betalen. 

Er waren veel slaven in Rome: 
van de miljoen inwoners waren ongeveer 400.000 slaven!
Twee jonge slaven. De linker draagt water en handdoeken; de rechter een mand met bloemen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Het werk dat slaven deden was heel verschillend: van zwaar werk in de mijnen, tot leraar voor de kinderen van Rijke Romeinen. Vooral Griekse slaven werden voor dat laatste veel gebruikt.
Je kon vaak niet zien of iemand slaaf was. Sterker nog: sommige slaven waren beter gekleed dan arme, vrije Romeinen!
Twee slavinnen helpen hun meesteres bij het opmaken.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze keer...
Je weet dat de Romeinen vanaf 15 v. Ch. tot aan de Rijn Nederland veroverden. 
Je weet dat Romeinen in meerdere goden geloofden.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je weet dat de Romeinen vanaf 15 v. Ch. tot aan de Rijn Nederland veroverden. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Limes

  • Na de dood van Ceasar veroveren de Romeinen de laatste gebieden van hun enorme rijk. 
  • Ze maken vaak gebruik van natuurlijke grenzen zoals: zeeën, rivieren, bergen en woestijnen.
  • Maar als het nodig is bouwen ze een versterkte grens met wachttorens en forten. Zo'n grens heet limes

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Limes in Nederland


  • In Nederland is de grens van het Romeinse Rijk de rivier Rijn
  • Langs deze rivier bouwen de Romeinen forten en wachttorens.

  • Vanaf de grens kunnen ze de stammen in het noorden van het Rijk in de gaten houden, maar óók handel met ze drijven.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Limes in Nederland


In Nederland is de grens van het Romeinse Rijk de rivier Rijn. Langs deze rivier bouwen de Romeinen forten en wachttorens.

Vanaf de grens kunnen ze de stammen in het noorden van het Rijk in de gaten houden, maar óók handel met ze drijven.
Bij Nijmegen (Noviamagus) en Xanten (Castra Vetera) lagen castra. Een castra is een groot fort, meestal voor een legioen. Dit was een leger van ongeveer 6000 soldaten.
Bij Utrecht (Trajectum) lag een castellum. Een castellum is een klein fort, meestal voor een cohort. Dit was een leger van ongeveer 600 soldaten.
De wachttoren die je bij de vorige slide zag, stond bij Vechten (Fectio)
De Tubanten (Tubanti) waren Germanen die in het oosten van het huidige Nederland woonden. De naam kom je tegenwoordig in dit gebied nog regelmatig tegen: de naam Twente is er van afgeleid, net als de naam van de regionale krant Tubantia.
De Bataven woonden in het gebied rond de grote rivieren. Dit gebied heet tegenwoordig de Betuwe, en vermoedelijk komt de naam van de Bataven

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De Limes in Nederland


In Nederland is de grens van het Romeinse Rijk de rivier Rijn. Langs deze rivier bouwen de Romeinen forten en wachttorens.

Vanaf de grens kunnen ze de stammen in het noorden van het Rijk in de gaten houden, maar óók handel met ze drijven.
Reconstructie van Castra Noviomagus (Nijmegen)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je weet dat Romeinen in meerdere goden geloofden.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Romeinse godsdienst
Consilio degli dei
Fresco van Raphael 
(Villa Farnesina, 1517-1518)

Slide 20 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • De muurschildering uit Villa Farnesina kan je gebruiken om bij je leerlingen af te toetsen wat ze eventueel al kennen over de Romeinse godsdienst.
  • Het is ook heel fijn om op het einde van de les (wanneer ze heel wat meer over de goden kennen) naar deze afbeelding terug te keren en te vragen welke goden ze nu kunnen identificeren.
Waarin geloofden de Romeinen?
A
In één god
B
In vele goden en godinnen
C
In niets

Slide 21 - Quizvraag

Achtergrondinformatie:
  • In de oudheid geloofden heel wat volkeren in veel goden. Denk o.a. aan de Egyptenaren, Grieken, Kelten...
Extra:
  • Bespreek in de klas waarin de leerlingen zelf geloven.
  • Vraag aan de leerlingen welke mono- of polytheïstische godsdiensten zij kennen. Denk bijvoorbeeld aan jodendom, christendom, islam voor monotheïsme en aan hindoeïsme of shintoïsme voor polytheïsme.
Van veel goden naar eén god
- Geloven in veel goden = polytheïsme (veelgodendom)
- In het veelgodendom heeft iedere god (of godin) zijn (of haar) eigen domein: liefde, landbouw, oorlog...
- In het begin geloofden de Romeinen in veel goden. Dit is pas langzaam beginnen veranderen met de opkomst van het christendom.
- Geloven in één god = monotheïsme

Slide 22 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • In het begin werden christenen door de Romeinen vervolgd en vaak aan gruwelijk straffen blootgesteld. Denk aan de kruisiging van Jezus.
  • Doorheen de eeuwen won het christendom echter aan belang. 
  • Uiteindelijk bekeerden zelfs de Romeinse keizers zich.
  • Op het einde van de vierde eeuw na Christus werd het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk.
Jupiter
Hij is de god van de hemel en het onweer. Vandaar de bliksem dus...
Jupiter is de oppergod. Daarom draagt hij vaak een scepter.
Jupiter, als oppergod en god van de hemel, heeft vaak een arend bij zich. Dit is een symbool van macht

Slide 23 - Tekstslide

Extra:
  • Het kan leuk zijn om de leerlingen te laten ontdekken dat de planeten van ons zonnestelsel naar Romeinse goden zijn vernoemd.
  • In deze les gaat het om Jupiter, Mars, Neptunus, Venus (en Pluto als dwergplaneet).
Juno
Juno is de koningin van de goden. Ze is getrouwd met Jupiter. Ook zij draagt een scepter.
Juno is ook de godin van de moeders en echtgenotes.
Bij de koningin staat vaak een pauw.
Deze Juno zit op een troon en draagt een scepter in haar linkerhand.

Slide 24 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • Het kleine beeldje van Juno maakt deel uit van de collectie van het museum.
  • Heel wat van deze beeldjes waren in de Romeinse tijd niet wit, maar beschilderd in felle kleuren.
  • Rechts draagt Juno een schoteltje.
Diana
Ze is de godin van de natuur en de jacht. Vandaar de boog met pijlen...
Bij Diana zie je vaak een hert.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mars
Mars is vooral een oorlogsgod. Daarom draagt hij steeds een wapenrusting (helm, harnas...)

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neptunus
Dit is de god van het water, de zee én de aardbevingen.
Neptunus draagt een drietand. Het is een symbool van macht en handig om vissen mee te vangen.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Matrona
Dit is een lokale Keltische godin. Zij bleef ook na de komst van de Romeinen populair in onze streken.
Zij draagt een opvallende Ubische muts.
Matrona is verantwoordelijk voor de vruchtbaarheid. Daarom houdt ze vaak vruchten vast.

Slide 28 - Tekstslide

Achtergrondinformatie:
  • De Romeinen moedigden de overname van Romeinse goden aan. Maar tegelijkertijd lieten ze ruimte voor de lokale godsdienst in de veroverde gebieden. 
  • Op deze manier ontstond een mengcultuur, waarin plaats was voor Romeinse goden, lokale goden en nieuwe mengvormen ervan.
  • Dit wil niet zeggen dat de Romeinen alles tolereerden: zo waren mensenoffers verboden. En ook christenen werden (in het begin) vervolgd. 
  • Het terracotta beeldje maakt deel uit van de collectie van het museum.
Wie is de god(in) van de jacht?
A
Minerva
B
Mercurius
C
Diana
D
Neptunus

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke geluid past bij Jupiter?
A
B
C
D

Slide 30 - Quizvraag

Je hoort:
  • het geblaf van een hond
  • donder en bliksem
  • het schieten van een pijl
  • een pauw
Juno herken je aan haar...
A
B
C
D

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vork hoort bij Neptunus?
A
B

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling: In het Romeinse Rijk mocht je enkel Romeinse goden vereren.
A
Juist
B
Fout

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan welke god(in) zou jij willen offeren?
En wat zou je vragen?

Slide 34 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Lesopzet
K: Presentatie > 2.3b Romeinen - Leven in het Romeinse rijk
Z: 2.3 afmaken & nakijken.
Z: Klaar? Verder met je studiewijzer. 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies