Herhaling H2

Tijdens het leren
  • Stil
  • Mobieltje weg
  • Geen muziek vooral niet uit een box / speaker of zingen!
Klassenregels:
  • We gaan tijdens de les niet naar de wc
  • We blijven van elkaar af
  • Tijdens de les is het stil
  • We letten op ons taalgebruik
timer
10:00
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Tijdens het leren
  • Stil
  • Mobieltje weg
  • Geen muziek vooral niet uit een box / speaker of zingen!
Klassenregels:
  • We gaan tijdens de les niet naar de wc
  • We blijven van elkaar af
  • Tijdens de les is het stil
  • We letten op ons taalgebruik
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

2.1 Griekse stadstaten
Stadstaat:
  • Ongeveer zo groot als een provincie
  • Zelfvoorzienend
  • Eigen bestuur (democratie / monarchie)

Kolonie:
  • Als een stadstaat te vol werd, gingen mensen weg om een nieuwe stadstaat te maken.
  • Handel </> veiligheid

Slide 2 - Tekstslide

2.1 Griekse stadstate
Begrippen
  • Koloniën
  • Stadstaten
  • Democratie (direct / indirect)
  • Burger
  • Ostracisme

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de juiste betekenis van: Kolonie
A
Overwonnen gebied door de Grieken
B
Gebieden van een Griekse stadstaat buiten Griekenland
C
Een eigen stadstaat buiten Griekenland
D
Gebied in het Perzische rijk

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de juiste betekenis van: Burger
A
Alle mannen in Athene die mochten stemmen
B
Alle bewoners van Athene die mochten mee beslissen
C
Vrije mannen in Athene die mochten mee beslissen
D
Alle mannen boven de 18 die mochten mee beslissen

Slide 5 - Quizvraag

Welke vorm van democratie had Athene
A
Directe democratie
B
Indirecte democratie

Slide 6 - Quizvraag

2.2 Oorlog om vrijheid en macht
Oorlog tussen:
  • Athene + Sparta VS Perzië

Uitslag:
  • Perzië verliest

Slide 7 - Tekstslide

2.2 Oorlog om vrijheid en macht
Oorzaak: Perzië verliest de oorlog, er blijven twee grote legers over.

Gevolg: Sparta en Athene raken in oorlog

Uitslag: Athene verliest

Slide 8 - Tekstslide

2.2 Oorlog om vrijheid en macht
Begrippen 2.2
  • Monarchie

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de betekenis van: Monarchie
A
Manier van besturen waarbij burgers veel invloed hebben op het bestuur
B
Koninkrijk. land met als staatshoofd een koning of koningin
C
Manier van besturen waarbij één iemand alle macht heeft
D
Manier van besturen waarbij leiders gekozen worden door het volk

Slide 10 - Quizvraag

Oorzaak
Gevolg
'Perzië valt koloniën van Athene en Sparta aan'
'Oorlog tussen Athene + Sparta tegen Perzië'

Slide 11 - Sleepvraag

Oorzaak 1
Gevolg 1
Oorzaak 2
Gevolg 2
Oorzaak 3
Gevolg 3
'Athene + Sparta vechten tegen het Perzische rijk'
'Het Perzische rijk wordt verslagen'
'Sparta en Athene blijven over met een groot leger'
'Er breekt oorlog uit tussen Sparta en Athene'
'Athene wordt verslagen door Sparta'
'Macedonië verslaat Sparta en vervovert heel Griekenland

Slide 12 - Sleepvraag

2.4 De erfenis van Alexander de Grote
  • Na de oorlog tussen Sparta en Athene veroverd Alexander de Grote Griekenland


Begrip 2.4:
  • Hellenisme:  Verspeiding van de klassieke cultuur (Griekse / Romeinse ) onder andere volken

Slide 13 - Tekstslide

Klassieke cultuur

Slide 14 - Woordweb

Waarom wil Alexander de Grote overal de Griekse cultuur invoeren?
A
Hij gelooft dat dit de beste cultuur is
B
Het gebied is makkelijker te besturen als iedereen dezelfde cultuur heeft
C
Hij verstaat de mensen niet en wil dat iedereen Grieks spreekt
D
De perzen waren zijn grootste vijand en dit was zijn manier om ze te venederen

Slide 15 - Quizvraag

2.5 Vrijheid om te denken
  • Filosofie


  • Wetenschap


  • Mythen

Slide 16 - Tekstslide

Waar gaat het om bij Filosofie
A
Grote levensvragen, zoals over goed en kwaad
B
Verhalen waar goden in voor komen
C
Kennis verkrijgen door goed onderzoek te doen

Slide 17 - Quizvraag

Waar gaat het om bij Wetenschap
A
Grote levensvragen, zoals over goed en kwaad
B
Verhalen waar goden in voor komen
C
Kennis verkrijgen door goed onderzoek te doen

Slide 18 - Quizvraag

Waar gaat het om bij Mythen
A
Grote levensvragen, zoals over goed en kwaad
B
Verhalen waar goden in voor komen
C
Kennis verkrijgen door goed onderzoek te doen

Slide 19 - Quizvraag

Waar moet je op letten bij het maken van een toets
  • Lees eerst goed de vraag door; wat moet je doen?
  • Hoeveel antwoorden moet je geven? Moet je je antwoord uitleggen? Hoort er een bron bij? Moet je voorbeelden uit de bron geven?
  • Antwoord in volle zinnen herhaal de vraag in je antwoord
  • Controlleer jezelf, heb je een antwoord gegeven en heb je alles gedaan wat je moest doen?

Slide 20 - Tekstslide