M&A H 1 Kennismaken met organisaties 1

Mens en Activiteit
In dit boek leer je om activiteiten te organiseren voor allerlei leeftijden.

  • Je leert hoe je de juiste activiteiten voor een bepaalde doelgroep kiest
  • Je leert hoe je een planning maakt
  • Je leert hoe je mensen enthousiast kunt maken om mee te doen met de activiteit.  

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Mens en Activiteit
In dit boek leer je om activiteiten te organiseren voor allerlei leeftijden.

  • Je leert hoe je de juiste activiteiten voor een bepaalde doelgroep kiest
  • Je leert hoe je een planning maakt
  • Je leert hoe je mensen enthousiast kunt maken om mee te doen met de activiteit.  

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mens en Activiteit
h 1 Kennismaken met organisaties
h2 Ontwikkelingsfasen
h3 Ken je doelgroep
h4 Communicatie
h 5 Activiteiten voorbereiden
h6 Activiteit uitvoeren en afronden

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H 1 Kennismaken met organisaties
Doelen
  • Je kunt uitleggen wat een activiteit is
  • Je kunt de volgende begrippen uitleggen en er een voorbeeld van geven: sociale, recreatieve, sportieve, educatieve, individuele activiteit
  • Je kunt uitleggen wat een doelgroep is en een voorbeeld geven
  • Je kunt een passende activiteit voor een doelgroep bedenken
  • Je kunt organisaties noemen die activiteiten voor bepaalde doelgroepen organiseren

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke activiteiten vond je zelf vroeger leuk om te doen?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

waarom zijn activiteiten belangrijk voor mensen?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Soorten activiteiten
Sociale activiteit = samen zijn met mensen en in contact zijn.
Recreatieve activiteit = om te kunnen ontspannen. 
Sportieve activiteit = lichamelijk in beweging zijn.
Educatieve activiteit = waar je van leert.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

sportief
sociaal
educatief
recreatief
een film kijken
voetballen
bridgen
( kaarten)
museum bezoeken
zwemmen
tekenen
de krant lezen
naar de sauna gaan

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Groeps- of individuele activiteit
Groepsactiviteit = met meerdere

Individuele activiteit = alleen

Soms kan het ook beide zijn.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

welke doelgroepen ken je?

Slide 10 - Woordweb

Doelgroep = indeling op basis van gezamenlijke kenmerken, zoals leeftijd, hobby’s, ziekte, handicap.

Welke organisaties ken je ? ( voor verschillende doelgroepen)

Slide 11 - Woordweb

kdv peuterspeelzaal bso brede school Integrale kindcentra
crisisopvang
vrouwenopvang ( blijf van mijn lijf/ veilig thuis-huis)buurthuis wijkcentrum jongerencentrum, asielzoekerscentra, dak- en thuislozenopvang
activiteitencentra ( dagbesteding) MKDV 

Doelgroepen = indeling op basis van gezamenlijke kenmerken, zoals leeftijd, hobby’s, ziekte, handicap.

Kinderopvang:
  • Kinderdagverblijf:0-4 jaar
  • Peuterspeelzaal:2-4 jaar
  • BuitenSchoolse Opvang 4-13 jaar


Verticale groep: niet iedereen is even oud. ( 0-4 jaar)
Horizontale groep: iedereen is even oud, bijv. babygroep

Homogene groepen: groepen met dezelfde kenmerken, bijv leeftijd of geslacht.

Heterogene groepen: in deze groep zijn de verschillen groter.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Brede scholen en integrale kindcentra (IKC)
Brede school: basisschool die samenwerkt met verschillende organisaties zoals kinderopvang, peuterspeelzalen, cultuur-, sport- en welzijnsinstellingen.

Bij een IKC werken de verschillende organisaties echt met elkaar samen omdat zij hetzelfde denken over opvang en onderwijs. 
  
  


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In deze groep hebben leden dezelfde kenmerken. Bijvoorbeeld ongeveer even oud en hetzelfde geslacht.
A
heterogene groep
B
homogene groep
C
verticale groep
D
horizontale groep

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Buurthuis of wijkcentra
Activiteitencentrum van en voor bewoners in de buurt.

Een jongerencentrum is een instelling waar jongeren, om zich te ontspannen of om informatie te verkrijgen over  onderwerpen die aansluiten bij hun leefwereld.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dagbesteding
Activiteitencentra zijn bestemd voor mensen die geen baan hebben.
 
  • Medische kinderdagverblijf.
  • Centra voor dagbesteding. 
  • Zorgboerderijen. 
   
  


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 (Crisis) Opvangcentra
(Crisis)opvangcentra

  • Crisisopvang
  • Vrouwenopvang 
  • Asielzoekerscentra 
  • Dak- en thuisloze opvang
 
  


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verpleeghuis, verzorgingshuis en (woon) zorgcentrum
 Mensen hebben zorg nodig bij:
  • Herstellen van een ziekte of ongeval
  • Ziekte als dementie
  • Lichamelijke aandoening
  • Niet meer voor zichzelf kunnen zorgen
 
  


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke groep hebben kinderen dezelfde leeftijd?
A
Homogene groep
B
Heterogene groep
C
Verticale groep
D
Horizontale groep

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op welke manieren kun je de groep kinderen op de foto omschrijven?
(heterogeen= verschillend, homogeen= hetzelfde)
A
Heterogene groep+ Verticale groep
B
Homogene groep + Verticale groep
C
Heterogene groep + Horizontale groep
D
Homogene groep + Horizontale groep

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies