Topvorm 4 - Wat zou je doen, met drie miljoen?

zullen 

zouden

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsISK

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

zullen 

zouden







15

minute

00

second

Wat gaan we doen?


  • Het werkwoord zullen herhalen

  • Het werkwoord zouden in zes verschillende situaties

  • Opdrachten maken

  • (Online opdrachten maken)



Lesdoel:

Je weet wanneer je het werkwoord zouden gebruikt.




Toets Topvorm


Toets maandag 21 september:

Topvorm hoofdstukken 1 t/m 4 (duur = 20 minuten)


  • H1: Vergrotende trap

  • H2: Overtreffende trap

  • H3: Werkwoord zullen

  • H4: Werkwoord zouden

Opdracht: Zoek de twee delen van de zinnen bij elkaar.

1 Hij zal ...

2 Zal ik ...

3 Prinses Amalia zal ...

4 Ik zal ...

5 Zullen we ....

a morgen je boek teruggeven.

b wel met met de taxi komen.

c vanavond voor je koken?

d samen huiswerk maken?

e vanavond wel moeten trainen.

Antwoorden

1 Hij zal ...

2 Zal ik ...

3 Prinses Amalia zal ...

4 Ik zal ...

5 Zullen we ...

e vanavond wel moeten trainen.

c vanavond voor je koken?

b wel met de taxi komen.

a morgen je boek teruggeven.

d samen huiswerk maken?

Zullen - drie verschillende situaties



  1. Hij heeft veel geoefend, dus hij zal de toets wel goed maken. > verwachting

  2. Ik zal morgen mijn kamer opruimen. > belofte

  3. Zullen we straks naar de stad gaan? > voorstel



Het verschil zullen - gaan

ZULLEN gebruiken we voor een nieuw idee.


GAAN gebruiken we voor een bestaand plan.


Ik zal je helpen.

Ik ga je morgen helpen. > Het staat in mijn agenda.

Ik ... mijn broer dit weekend helpen met verhuizen.

A

ga

B

zal

C


D


Ik ... volgende week naar mijn familie in Duitsland.

A

ga

B

zal

C


D


... ik je helpen met schoonmaken?

A

ga

B

zal

C


D


Herhalen werkwoord zullen

ik zal

jij/u zal/zult

hij/zij zal

wij zullen

jullie zullen

zij zullen

Maak de zin af: "De conciërge..."

1

je

2

je

3

laptop

4

zal

5

helpen

6

met

Topvorm 4

Wat zou je doen, met drie miljoen?

Het werkwoord zouden

ik zou

jij/u zou

hij/zij zou

wij zouden

jullie zouden

zij zouden

Het werkwoord 'zouden'


  • Zouden is een hulpwerkwoord.

  • Je gebruikt dit werkwoord altijd met minimaal een ander werkwoord.

  • De andere werkwoorden staan aan het einde van de zin.


Voorbeeldzinnen:

Zou je de deur even dicht willen doen?

We zouden graag een groter huis willen hebben.




Zouden - zes verschillende situaties


Het werkwoord zouden wordt gebruikt in de volgende zes situaties:

  1. wensen;

  2. situaties die misschien nooit zullen gebeuren;

  3. adviezen;

  4. herinneringen aan een belofte;

  5. beleefde vragen;

  6. mogelijkheden en onzekerheden.

1 Een wens doen


Voorbeeldzinnen:

1 Ik zou graag in de ICT (willen) werken.

2 Hij zou graag zijn rijbewijs (willen) halen.



Maak opdracht 1, 2 en 3 (blz. 36 en 37).

Schrijf bij opdracht 2 minimaal 5 zinnen op in je schrift (Nederlands).

Je kunt het werkwoord willen ook weglaten.

2 Een situatie die misschien nooit gebeurt

Voorbeeldzinnen:

Wat zou je doen als je de loterij zou winnen?

Dan zou ik een Porsche kopen.


We gebruiken in deze situatie de woorden als en dan.


Maak opdracht 4 en 5 (blz. 38 t/m 40).







'Tussen Kunst en Kitsch-experts geloven hun ogen niet: duurste stuk ooit getaxeerd.'


Vraag:

Wat zou je zelf doen, als je zo'n duur schilderij zou hebben?



2 Een situatie die misschien nooit gebeurt - extra


In plaats van zouden kunnen we ook de verleden tijd gebruiken.


Voorbeeldzin:

Wat zou je doen. als je je pincode zou vergeten?

Dan zou ik contact met de bank opnemen.


Wat zou je doen, als je je pincode vergat?

Dan nam ik contact met de bank op.




3 Een advies geven

Voorbeeldzinnen:

Je zou naar de huisarts moeten gaan.

Je zou vaker kunnen sporten.

Of:

Als ik jou was, zou ik naar de huisarts gaan.

Als ik jou was, zou ik vaker sporten.


Maak opdracht 6, 7 en 8 (blz. 41 t/m 43)

Opdracht 9 mag je overslaan.

4 Herinneren aan een belofte

Voorbeeldzin:

Jij zou vandaag toch boodschappen doen?


We gebruiken zouden ook voor een afspraak die niet doorgaat.

Voorbeeldzin:

We zouden vanavond naar de film gaan, maar ik moet werken.


Maak opdracht 10 en 11 (blz. 45 en 46)




5 Beleefde vragen

Voorbeeldzinnen:

Zou ik even met je mogen /kunnen praten?

Zou je me even kunnen /willen helpen?


Begint de vraag met Zou ik? > Gebruik mogen of kunnen + extra werkwoord

Begint de vraag met Zou je? > Gebruik kunnen of willen + extra werkwoord


Maak opdracht 12 en 13 (blz. 47 en 48).





6 Mogelijkheden en onzekerheden

Voorbeeldzinnen:

Ik zou later profvoetballer kunnen worden.

Zou zij morgen ziek zijn?


Maak opdracht 14 (blz. 48).

Zouden - voorbeeldzinnen bij de zes situaties

Opdracht: Bespreek in je groepje welke zin bij welke situatie hoort.


Kies uit: A. wens / B. situatie die misschien nooit gebeurt / C. advies / D. herinnering aan een belofte / E. beleefde vraag / F. Mogelijkheden en onzekerheden


  1. Ik zou graag piano willen spelen.

  2. Jij zou vandaag toch de boodschappen doen?

  3. Ik zou hem helpen, maar ik weet niet of ik tijd heb.

  4. Wat zou je doen als je een miljoen zou winnen?

  5. Je zou minder moeten gamen.

  6. Zou u mij kunnen helpen?



Zouden - voorbeeldzinnen bij de zes situaties


  1. Ik zou graag piano willen spelen. = A. wens

  2. Jij zou vandaag toch de boodschappen doen? = D. herinnering aan een belofte

  3. Ik zou hem helpen, maar ik weet niet of ik tijd heb. = F. mogelijkheid en onzekerheid

  4. Wat zou je doen als je een miljoen zou winnen? = B. situatie die misschien nooit gebeurt

  5. Je zou minder moeten gamen. = C. advies

  6. Zou u mij kunnen helpen? = E. beleefde vraag



Opdracht

1 Zou ik

2 Als ik een goed betaalde baan had, zou ik

3 Ik zou graag

4 Als ik jou was, zou ik

5 Ik zou

6 Jullie zouden

a een hondje willen.

b maar eens stoppen met roken.

c vaker op vakantie gaan.

d een klacht moeten indienen.

e 20 euro van je kunnen lenen?

f niet naar het feest gaan als ik jou was..

Opdracht: Zoek de twee delen van de zinnen bij elkaar.

Schrijf de zinnen in je schrift.

Klaar? Vergelijk in duo's de antwoorden.

5

minute

00

second

Opdracht

1 Zou ik

2 Als ik een goed betaalde baan had, zou ik

3 Ik zou graag

4 Als ik jou was, zou ik

5 Ik zou

6 Jullie zouden

e 20 euro van je kunnen lenen?

c vaker op vakantie gaan.


a een hondje willen.

b maar eens stoppen met roken.

f niet naar het feest gaan, als ik jou was.

d een klacht moeten indienen.