H4H3 par. 6 Woonomgeving

H4H3 - par. 6 Woonomgeving
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

H4H3 - par. 6 Woonomgeving

Slide 1 - Tekstslide

Par 3.6 De woonomgeving
  • Je kent het verschil tussen objectieve en subjectieve veiligheid
  • Je kent redenen waarom buurtbewoners positiever zijn over leefbaarheid van de buurt dan gemeenten
  • Je kent vier aspecten die centraal staan bij de analyse van de openbare ruimte
  • Je kunt uitleggen hoe buurt- en wijkvoorzieningen zorgen voor meer sociale cohesie en een hogere sociale veiligheid

Slide 2 - Tekstslide

Even checken: wat weet je nog?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is leefbaarheid volgens jou?

Slide 4 - Woordweb

Welke wijken kennen vaak de minste leefbaarheid?
A
Flatwijken uit 1950-1970 en Vinexwijken
B
19e eeuwse arbeiderswijken en wijken uit de periode 1970-1980
C
19e eeuwse arbeiderswijken en flatwijken uit 1950-1970
D
Vinexwijken en binnenstad

Slide 5 - Quizvraag

Herstructurering heeft als voornaamste doel...
A
Een betere woonomgeving.
B
Inwoners uit een anders economische klasse aantrekken
C
Modernere/betere huizen voor de bewoners.
D
Meer ruimte voor parkeren in de voorheen nauwe straten

Slide 6 - Quizvraag

Segregatie is...
A
in Nederland vooral op basis van etniciteit
B
de sociale cohesie tussen bevolkingsgroepen
C
het onderling verbonden zijn van mensen
D
het gescheiden leven van bevolkingsgroepen

Slide 7 - Quizvraag

Wat is geen woningkenmerk?
A
Type woning
B
Percentage eenpersoonshuishoudens
C
Onderhoudsniveau
D
Eigendom

Slide 8 - Quizvraag

Welke drie in de opsomming zijn bewonerskenmerken?
A
Ouderdom van de woning, gezinsfase, hoogte van het inkomen.
B
Leeftijd, woningtype, grootte van het huishouden.
C
Hoogte van het inkomen, etniciteit, staat van onderhoud
D
Gezinsfase, opleidingsniveau, grootte van het huishouden

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de samenhang tussen woning- en bewonerskenmerken?

Slide 10 - Open vraag

Kijkopdracht bij clip
Noteer:
  1. Verschil tussen subjectieve- en objectieve veiligheid
  2. Subjectieve veiligheid hangt samen met persoonskenmerken (voorbeeld)
  3. Hoe de inrichting van een wijk kan bijdragen aan meer sociale cohesie

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Verschil tussen subjectieve- en objectieve veiligheid

Slide 13 - Open vraag

Leg aan de hand van een voorbeeld uit dat subjectieve veiligheid samenhangt met persoonskenmerken (voorbeeld)

Slide 14 - Open vraag

Welke aanpassingen zou jij maken in je eigen buurt om de sociale cohesie te verbeteren?

Slide 15 - Woordweb

Even checken: leerdoelen
  • Je kent het verschil tussen objectieve en subjectieve veiligheid
  • Je kent redenen waarom buurtbewoners positiever zijn over leefbaarheid van de buurt dan gemeenten
  • Je kent vier aspecten die centraal staan bij de analyse van de openbare ruimte
  • Je kunt uitleggen hoe buurt- en wijkvoorzieningen zorgen voor meer sociale cohesie en een hogere sociale veiligheid

Slide 16 - Tekstslide