H4 bijv. bepalingen

H4 grammatica
bijvoeglijke bepalingen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

H4 grammatica
bijvoeglijke bepalingen

Slide 1 - Tekstslide

Doel: bijvoeglijke bepalingen
  • Lezen
  • Terugblik vorige les
  • Startopdracht blz. 124
  • Uitleg blz. 124
  • Samen oefenen wisbordjes
  • Maken opdr. 1, 2, 3 en 4 blz. 124 / 125



Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Zinsdelen en zinsdeelstukken
- Werkwoordelijk gezegde(of naamwoordelijk gezegde)
- Onderwerp
- Lijdend voorwerp
- Meewerkend voorwerp
- Bijwoordelijke bepaling
----------------------------------
- Bijvoeglijke bepaling
- (Bijstelling)
Zinsdelen
Zinsdeelstukken

Slide 8 - Tekstslide

Theorie: bijvoeglijke bepaling
Die verlegen Thomas / zong / een heel mooi lied / voor zijn oude, jarige oma

Elk zinsdeel heeft een woord dat het belangrijkste is: de kern
In sommige zinsdelen geven bepalingen extra informatie over de kern
~> De bijvoeglijke bepaling geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord. Er kunnen meer dan 1 bijvoeglijke bepalingen bij 1 zelfstandig naamwoord horen.
~> Bijvoeglijke bepalingen kunnen weggelaten worden.

Slide 9 - Tekstslide

Theorie: bijvoeglijke bepaling
Die verlegen Thomas / zong / een heel mooi lied / voor zijn oude, jarige oma

verlegen = bijv. bep bij Thomas
heel mooi = bijv. bep bij lied
oude = bijv.bep bij oma
jarige = bijv. bep bij oma

Let op: lidwoorden, bezittelijke voornaamwoorden, aanwijzende voornaamwoorden zijn geen bijv.bep, telwoorden wel!

Slide 10 - Tekstslide

Theorie: bijvoeglijke bepaling achter de kern
Er zijn ook bijvoeglijke bepalingen die achter de kern staan. Vaak staan er BVB's zowel voor als achter de kern

Het huis hiernaast / heeft / een balkon op het zuiden. 

De 15-jarige Floor uit Maassluis / gaat / naar een speciale school voor topsporters. 

Slide 11 - Tekstslide

Bijstelling/bijvoeglijke bepaling
Een bijstelling lijkt op een bijvoegelijke bepaling. Het verschil is dat een bijvoeglijke bepaling vóór het zelfstandig naamwoord staat en een bijstelling achter het zelfstandig naamwoord. Ook kan een bijvoeglijke bepaling werkwoorden bevatten en dat is bij een bijstelling nooit zo. Een ander verschil is dat een bijstelling altijd tussen komma’s staat.

Slide 12 - Tekstslide

bijstelling
De bijstelling is een stukje zin dat extra uitleg geeft over iets dat al genoemd is. 

Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, is erg mooi.

Slide 13 - Tekstslide

Maak zinsdelen, onderstreep de kernen en omcirkel de bvb 
Mijn kleine broertje van drie jaar mocht afgelopen zaterdag meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd. 
1) Verdeel de zin in zinsdelen.
2) Onderstreep de kernen.
3) Omcirkel de bijvoeglijke bepaling(en)

Mijn kleine broertje van acht jaar mocht afgelopen zaterdag aan een belangrijke voetbalwedstrijd meedoen. 

Slide 14 - Tekstslide

Maak zinsdelen, onderstreep de kernen en omcirkel de bvb 
Mijn kleine broertje van drie jaar mocht afgelopen zaterdag meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd. 
1) Verdeel de zin in zinsdelen.
2) Onderstreep de kernen.
3) Omcirkel de bijvoeglijke bepaling(en) (zijn rood)

Mijn kleine broertje van acht jaar /mocht/ afgelopen zaterdag/ aan een belangrijke voetbalwedstrijd /meedoen. 

Slide 15 - Tekstslide

Maak zinsdelen, onderstreep de kernen en omcirkel de bvb 
Mijn kleine broertje van drie jaar mocht afgelopen zaterdag meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd. 
1) Verdeel de zin in zinsdelen.
2) Onderstreep de kernen.
3) Omcirkel de bijvoeglijke bepaling(en)

De mooie ring van mijn oma heb ik in een mooi, blauw doosje gedaan. 

Slide 16 - Tekstslide

Maak zinsdelen, onderstreep de kernen en omcirkel de bvb 
Mijn kleine broertje van drie jaar mocht afgelopen zaterdag meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd. 
1) Verdeel de zin in zinsdelen.
2) Onderstreep de kernen.
3) Omcirkel de bijvoeglijke bepaling(en) (zijn rood)

De mooie ring van mijn oma /heb /ik/ in een mooi, blauw doosje /gedaan. 

Slide 17 - Tekstslide

Maak zinsdelen, onderstreep de kernen en omcirkel de bvb 
Mijn kleine broertje van drie jaar mocht afgelopen zaterdag meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd. 
1) Verdeel de zin in zinsdelen.
2) Onderstreep de kernen.
3) Omcirkel de bijvoeglijke bepaling(en)

Ik neem iedere dag vijf sneeën met kaas mee naar mijn werk. 

Slide 18 - Tekstslide

Maak zinsdelen, onderstreep de kernen en omcirkel de bvb 
Mijn kleine broertje van drie jaar mocht afgelopen zaterdag meedoen aan een belangrijke voetbalwedstrijd. 
1) Verdeel de zin in zinsdelen.
2) Onderstreep de kernen.
3) Omcirkel de bijvoeglijke bepaling(en)

Ik /neem /iedere dag /vijf sneeën met kaas/ mee /naar mijn werk

Slide 19 - Tekstslide