GL3 les 13

Startopdracht in stilte:✍️ 

Maak het stencil in stilte en zelfstandig
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Startopdracht in stilte:✍️ 

Maak het stencil in stilte en zelfstandig

Slide 1 - Tekstslide

📅 Planning

⏱ 10 min – Startactiviteit 
⏱ 10 min – Herhaling
⏱ 20 min – Instructie
⏱ 50 min – Praktische Opdracht
⏱ 10 min – Reflectie+ opruimen

Slide 2 - Tekstslide

Startopdracht nabespreking:

Slide 3 - Tekstslide

📚 Leerdoelen

📌Je leert het verschil tussen verzadigd en onverzadigd vet
📌Je geeft advies over gezondere keuzes

Slide 4 - Tekstslide

📚 Let op: Instructie
✏️ Je krijgt een korte instructie

✅ Wat verwacht ik van jullie?
🤫 Stil en geconcentreerd tijdens de uitleg
🙋 Actief meedoen bij de opdrachten
💡 De uitleg gebruiken bij de opdracht



Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

🥑 Vetten
⚡ Energie (brandstof) voor je lichaam
🧱 Bouwstof → cellen & energievoorraad (beschermt tegen kou)
💊 Levert vitamines A, D, E
🌱 Levert essentiële vetzuren (maakt je lichaam niet zelf)
👀 Twee soorten vet:
  • Zichtbaar vet → spek, boter
  • Onzichtbaar vet → koekjes, chips

Slide 8 - Tekstslide

🧬 Opbouw van vetten
Vetten bestaan uit vetzuren: 2 soorten:
❌ Verzadigd vet = Verkeerd
→ verhoogt LDL-cholesterol → bloedvaten slibben dicht

✅ Onverzadigd vet = Oké
→ verlaagt LDL-cholesterol (goed vet) → soorten: omega 3, 6, 9

📌 Ezelsbruggetje:
“Verzadigd = Verkeerd, Onverzadigd = Oké.”



Gebruik rood ❌ voor verzadigd en groen ✅ voor onverzadigd.

Zet de tekst in twee kolommen (links verzadigd, rechts onverzadigd).

Voeg icoontjes toe, bv. 🚫 friet/koekjes links en 🥑 vis/noten rechts.

👉 Wil je dat ik dit meteen voor je ombouw naar een PowerPoint-dia met split-layout (links fout, rechts goed) zodat leerlingen het in één oogopslag zien?

Slide 9 - Tekstslide

💚 Onverzadigd vet i.p.v. verzadigd vet
🚫 Verzadigd vet (slecht als je hier teveel van eet): roomboter, harde                         margarine, vet vlees, koek,  gebak, snacks.
✅ Kies liever (gezond):
🧈 Halvarine, vloeibare margarine of olie
🐟 Meer vis in plaats van vlees
🥜 Een handje noten in plaats van een snack
📦 Tip: kijk op de verpakking → daar staat hoeveel verzadigd en                                    onverzadigd vet erin zit.

Slide 10 - Tekstslide

📊 Hoeveel vet heb je nodig?
👨 Man → ± 100 g per dag
👩 Vrouw → ± 80 g per dag
⚠️ Nederlanders eten vaak meer vet 
       dan nodig 
👉 Minder vet eten = gezonder.
🥔 Pringles (1 standaardbus, 200 g)
Vet: ± 70 g
Verzadigd vet: ± 20 g
🥐 Croissant (1 stuks, ± 50 g)
Vet: ± 9–10 g
Verzadigd vet: ± 5 g
🌭 Frikandelbroodje (1 stuks, ± 125 g)
Vet: ± 20–21 g
Verzadigd vet: ± 8–9 g

Slide 11 - Tekstslide

✅ Praktische opdracht: Vet of Niet?
📌Je gaat samen in een groepje van 4 onderzoeken hoeveel vet er in verschillende producten zit. Je leert het verschil tussen verzadigd en onverzadigd vet en geeft advies over gezondere keuzes. Jullie verwerken jullie bevindingen in een overzichtelijk document in een Microsoft Office-programma naar keuze (bijvoorbeeld Word, PowerPoint of Excel).

Jullie krijgen van ons een mystery boodschappentas met een selectie van verpakkingen van voedingsmiddelen om te onderzoeken.

Deze opdracht telt mee voor je vaardigheid

Slide 12 - Tekstslide

✅ Waar letten wij op????
📌Je levert allemaal een gezamenlijk document in via Teams opdrachten
📌Je werkt goed samen en verdeelt de taken eerlijk
📌Je werkt  rustig en serieus
📌Je gebruikt een duidelijke en overzichtelijke opmaak in een mooie passende lay out

Deze opdracht telt mee voor je vaardigheid!

Slide 13 - Tekstslide

GL3 les 13

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide