Executieve functies les 3

Welkom bij...




De startmodule

1 / 31
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom bij...




De startmodule

De lesdoelen in de planning zijn breder, maar deze ene doelzin past het best bij de inhoudelijke kern van de les. Samenwerken en presenteren komen in de werkvorm terug, maar sturen deze slide niet.


Open met het brede beeld van werken in Zorg en Welzijn: studenten kennen vaak al thuiszorg of een verpleeghuis, maar nog niet de verschillen in doelgroep, taken en dagelijkse praktijk.

Lesdoel: aan het einde van de les kan je...

Aan het einde van de les:

  1. Ik kan uitleggen wat executieve functies zijn en waarom ik ze nodig heb in het dagelijks leven.

  2. Ik kan verschillende executieve functies benoemen.

  3. Ik kan voorbeelden geven van executieve functies bij mezelf en bij een cliënt.

  4. Ik kan uitleggen dat gedrag verschillende oorzaken kan hebben.

  5. Ik kan vertellen hoe ik een cliënt kan helpen als iets niet goed lukt.

  6. Ik kan een cliënt ondersteunen door structuur te bieden, taken in kleine stappen te verdelen en duidelijke uitleg te geven.

De lesdoelen in de planning zijn breder, maar deze ene doelzin past het best bij de inhoudelijke kern van de les. Samenwerken en presenteren komen in de werkvorm terug, maar sturen deze slide niet.

Terugblik


Denk een halve minuut na

over de vorige lessen:

Waar gingen die over?







30

second

Gebruik deze woordwolk als activering van voorkennis. Laat studenten daarna kort benoemen welke antwoorden werkvelden zijn en welke meer over doelgroepen of taken gaan.

We hebben het al gehad over:



Deze slide heeft geen instructies

We hebben het gehad over de VERSCHILLEN bij schoolkinderen

Vraag:


Over welke gebieden van ontwikkeling bij kinderen hebben we het gehad?



  • 4–6 jaar

  • 7–9 jaar

  • 10–12 jaar




Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.

Bewegen en lichaamscontrole.

Denken, leren, problemen oplossen.

Omgaan met anderen en gevoelens

Uitleg begrijpen, nieuwe woorden leren, overleggen met anderen

Ontdekken, experimenteren en uiten.

Benadruk dat een werkveld een soort plek of sector is, en een zorgorganisatie de concrete aanbieder binnen dat werkveld, zoals Aafje, Laurens of Humanitas.

Kort samengevat

Deze slide heeft geen instructies

Check in

Hand omhoog als je:


  • Soms pas aan een schoolopdracht begint als de deadline bijna voorbij is?

  • Wie komt er wel eens op school aan en ontdekt dat er iets belangrijks in je tas ontbreekt?

  • Wie pakt er wel eens de telefoon om één berichtje te bekijken en vergeet daarna dat er eigenlijk iets anders moest gebeuren?

  • Wie raakt geïrriteerd als iets niet lukt, bijvoorbeeld een moeilijke opdracht of een onverwachte wijziging in je rooster is?

  • Wie maakt er wel eens een planning, maar houdt zich er vervolgens niet aan?

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: executieve functies

  • Executieve functies zijn de regelfuncties van je hersenen.


  • Ze helpen je om je gedrag, gedachten en emoties te sturen, zodat je een taak kunt uitvoeren en je doelen kunt bereiken.


  • Vergelijk je hersenen met een telefoon: je kunt verschillende apps gebruiken, maar je hebt ook een systeem nodig dat helpt bepalen wat aandacht krijgt, welke stappen je zet en hoe je reageert op wat er gebeurt.

Uitgedeeld: executieve functies-kaart)

Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.

  1. Waarom weet je soms precies wat je moet doen, maar begin je toch niet?

  2. Waarom is het zo moeilijk om je telefoon weg te leggen als je moet werken aan een opdracht?

  3. Wat doe jij als je merkt dat je achterloopt met je schoolwerk?

  4. Hoe reageer je als je planning helemaal in de war raakt?

  5. Hoe merk je bij jezelf dat je moe wordt of je concentratie verliest?

  6. Wat helpt jou om tóch aan een taak te beginnen?

Stellingen & discussiepunten

Kijk 1 minuutje naar deze stellingen

Daarna gaan we het klassikaal bespreken

Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.



  • Doe opdracht 1:

  • Bespreek ook met je buurman/vrouw

  • Tijd: 5 minuten


Straks klassikaal bespreken

5

minute

00

second

Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.



  • Volgorde bespreken


Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.

Opdracht 2: boodschappenlijst


  • Hieronder komen zo 6 boodschappen 20 seconden beeld



  1. Tros bananen

  2. Tandenborstel

  3. 2 x een halfje bruin brood, ongesneden

  4. Gerookte tofu

  5. Gerookte zalm

  6. Kaarsjes

20

second

Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.

Opdracht 2: boodschappenlijst


  • Vul de rest van de opdracht in

  • Hoe ging het?



Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.



  • Doe opdracht 3:

  • In duo's

  • Tijd: 5 minuten


Wissel van beurt!

5

minute

00

second

Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.

Vul de rest van de opdrachten zelf in

(opdracht 4,5,6)



10

minute

00

second

Koppel dit aan de binnenkomer uit de lesfase KOP: laat studenten zien dat hun eerste ideeën terugkomen in herkenbare werkvelden.

Aan de slag!

OPDRACHT IN It's LEARNING

Maak en lever in

Opdracht Ex functies

Uitgedeeld Theoriekaart

20

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Vragenlijst jouw executieve functies inkleuren

Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je iemand die de les had gemist over vandaag vertellen?

Deze slide heeft geen instructies

Weet je nog?

Benadruk dat een werkveld een soort plek of sector is, en een zorgorganisatie de concrete aanbieder binnen dat werkveld, zoals Aafje, Laurens of Humanitas.

Bewegen en lichaamscontrole.

Denken, leren, problemen oplossen.

Omgaan met anderen en gevoelens

Uitleg begrijpen, nieuwe woorden leren, overleggen met anderen

Ontdekken, experimenteren en uiten.

Benadruk dat een werkveld een soort plek of sector is, en een zorgorganisatie de concrete aanbieder binnen dat werkveld, zoals Aafje, Laurens of Humanitas.

Opdracht 2

Ga in gesprek met je buurman/vrouw

En bekijk wat bij welke ontwikkeling van het kind hoort.



5

minute

00

second

Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.

Opdracht 2


Cognitief Sociaal emotioneel Motorisch

Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.

VERSCHILLEN


4–6 jaar Ontdekken & zelf doen

7–9 jaar Leren & samenwerken,bespreken

10–12 jaar Zelfstandigheid & gericht op de groep



  • Makkelijker te onthouden:

  • 4–6 → Ik wil het zelf doen!
    7–9 → Ik wil het samen doen!
    10–12 → Ik wil het ook zelf bedenken!


Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.

Opdracht 3

Bekijk de spelletjes/activiteiten van opdracht 3

Welk spelletje past bij welke leeftijd?

En wat zou je kunnen aanpassen om het voor een andere leeftijd passend te maken?


Voorbeeld:

Voetballen= samenwerken (leeftijd 7-9)


Voetballen met een zachte bal is een aanpassing (jonger kind)

Alleen laten schieten op een goal is een aanpassing (jonger kind)



5

minute

00

second

Noem dat studenten deze twee begrippen vaak door elkaar halen. Deze les helpt juist om dat onderscheid scherp te krijgen.

Een kind wil niet meedoen aan een activiteit. Wat past het best?

A

Kind dwingen

B

Kind negeren

C

Keuze en contact bieden

D

Direct laten stoppen

Deze slide heeft geen instructies

Een kind wil niet meedoen aan een activiteit. Wat past het best?

A

Kind dwingen

B

Kind negeren

C

Keuze en contact bieden

D

Direct laten stoppen

Deze slide heeft geen instructies

Wat helpt extra als een kind jouw uitleg nog niet goed begrijpt?

A

Zachter praten

B

Nog langer maken

C

Voordoen

D

Weglopen

Deze slide heeft geen instructies

VoeWat stimuleer je met een samenwerkingsspel?

A. Alleen motoriek
B. Sociaal-emotionele ontwikkeling
C. Alleen lichamelijke groei


A

Alleen motoriek

B

Sociaal-emotionele ontwikkeling

C

Alleen lichamelijke groei

D


Deze slide heeft geen instructies