T4 - Les 6: In welke tijdzone leef jij?

1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mavo/NedSecundair onderwijs

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

België
Kenia
Mexico
China

Slide 2 - Sleepvraag

Werelddelen?
In welk werelddelen wonen de deelnemers van deze videocall? Sleep het werelddeel naar het juiste land.

Slide 3 - Tekstslide

België
Mexico
Kenia
China
Europa
Afrika
Noord-Amerika
Azië

Slide 4 - Sleepvraag

Deze call is ...
A
Lokaal
B
regionaal
C
Nationaal
D
Internationaal

Slide 5 - Quizvraag

Op welk tijdstip heeft Rachel de videocall gestart?
A
17u10
B
10u10
C
19u10
D
00u10

Slide 6 - Quizvraag

Wat valt je op aan het tijdstip van de videocall?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Video

Waarover gaat het fragment?

Slide 9 - Open vraag

Wat merk je over de denkbeeldige aardas?
A
De aardas staat recht omhoog.
B
De aardas staat schuin
C
De aardas staat recht naar beneden.
D
De aardas staat loodrecht op de zon.

Slide 10 - Quizvraag

Zon
noordelijk halfrond
zuidelijk halfrond
evenaar

aardas

Slide 11 - Sleepvraag

Slide 12 - Tekstslide

In welk halfrond ligt Europa?
A
noordelijk halfrond
B
zuidelijk halfrond

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Sleepvraag

Werk per twee
Maak per twee de opdracht 'schuine aardas'.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Link

timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Wat is het onderwerp van deze wereldkaart?

Slide 22 - Open vraag

Hoe wordt de wereld ingedeeld op deze kaart en wat merk je op bij deze indeling?
A
De wereld wordt verdeeld in 24 meridianen of lengtecirkels waardoor tijdzones ontstaan.
B
De wereld wordt verdeeld in 12 horizontale lijnen, wat resulteert in verschillende klimaatzones.
C
De wereld wordt verdeeld in 365 breedtecirkels, elk overeenkomend met een dag van het jaar.
D
De wereld wordt verdeeld in 7 continenten, wat leidt tot verschillende geologische kenmerken op elk continent.

Slide 23 - Quizvraag

In welke tijdzone ligt België?
A
-1
B
0
C
+1
D
+2

Slide 24 - Quizvraag

Welk probleem ondervind je als je de tijdzone van Rusland wil opzoeken? Hoe komt dat?

Slide 25 - Open vraag

Waarom is de UTC-kaart niet altijd bruikbaar?
A
Sommige landen gebruiken een eigen lokale tijd, wat tot verwarring kan leiden.
B
Sommige landen gebruiken tijdens de zomer een zomertijd, die wijkt af van de universele tijd

Slide 26 - Quizvraag

Werk per twee
Maak per twee de opdracht 'UTC tijdzones'.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Link

timer
10:00

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

In welk land is het nacht wanneer Hyun de app bekijkt?
A
In Zuid-Korea
B
In de filipijnen
C
In Brazilië
D
In België

Slide 31 - Quizvraag

Hoeveel uur moet zijn mama de klok achteruit zetten als zij in Londen is?
A
3 uur
B
2 uur
C
1 uur
D
0 uur

Slide 32 - Quizvraag

In België is het 7.30 uur. Hoe laat is het dan bij Yena?
A
2u30
B
3u30
C
4u30

Slide 33 - Quizvraag

Het vliegtuig van Hyun zal om 14.52 uur opstijgen. Hoe laat is het dan in de Filipijnen?
A
18u52
B
19u52
C
20u52

Slide 34 - Quizvraag

Hyun wil ooit zijn grootouders in Zuid-Korea bezoeken. Hoeveel uur zal hij zijn klok vooruit of achteruit moeten zetten?
A
Hyun zal zijn klok vijf uur vooruit moeten zetten
B
Hyun zal zijn klok zeven uur vooruit moeten zetten
C
Hyun zal zijn klok acht uur vooruit moeten zetten
D
Hyun zal zijn klok negen uur vooruit moeten zetten

Slide 35 - Quizvraag

Bekijk opnieuw de UTC-kaart. In welke tijdzone ligt Zuid-Korea?
A
+9
B
+10
C
+8
D
+11

Slide 36 - Quizvraag

Wat merk je op als je de tijdzone van Zuid-Korea vergelijkt met het tijdverschil op de wereldklok? Hoe komt dat?
A
Er is geen verschil van uur.
B
Er is een verschil van drie uur.
C
Er is een verschil van één uur.
D
Er is een verschil van twee uur.

Slide 37 - Quizvraag

Als Yena terugkeert van Erasmus, moet zij dan haar klok vooruit of achteruit zetten? Hoeveel uur moet zij haar klok verzetten?
A
Zijn zus moet haar klok drie uur vooruit zetten.
B
Zijn zus moet haar klok vijf uur vooruit zetten.
C
Zijn zus moet haar klok vier uur vooruit zetten.
D
Zijn zus moet haar klok zes uur vooruit zetten.

Slide 38 - Quizvraag

Werk per twee
Maak per twee de opdracht 'wereldklok'.

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Link

timer
10:00

Slide 41 - Tekstslide

maart
Juni
september
winter
herfst
lente
zomer

Slide 42 - Sleepvraag

Wat is een dagboog? Probeer het af te leiden van de foto.

Slide 43 - Open vraag

De zon bevindt zich op het hoogste punt van de dagboog in het ...
A
noorden
B
oosten
C
zuiden
D
westen

Slide 44 - Quizvraag

De zon komt op en bevindt zich aan het begin van de dagboog in het ...
A
noorden
B
oosten
C
zuiden
D
westen

Slide 45 - Quizvraag

De zon gaat onder en bevindt zich aan het einde van de dagboog in het ...
A
noorden
B
oosten
C
zuiden
D
westen

Slide 46 - Quizvraag

In welke windrichting zal de zon zich op het noordelijk halfrond nooit bevinden?
A
het noorden
B
het oosten
C
het zuiden
D
het westen

Slide 47 - Quizvraag

Is dat ook van toepassing op het zuidelijk halfrond?
A
Ja, op het zuidelijk halfrond is alles hetzelfde.
B
Neen, op het zuidelijk halfrond is alles omgekeerd.

Slide 48 - Quizvraag

In welk seizoen staat de zon het laagst aan de hemel?
A
de winter
B
de herfst
C
de zomer
D
de lente

Slide 49 - Quizvraag

In welke seizoenen staat de zon even hoog aan de hemel?
A
de winter
B
de herfst
C
de zomer
D
de lente

Slide 50 - Quizvraag

In de winter staat de zon                      boven de horizon. 

Er zijn                    uren zonlicht. 

De zonnestand creëert                    schaduwen op de aarde.
laag

Slide 51 - Sleepvraag