Soorten zinnen
Soorten zinnen
Open vanuit herkenning: leerlingen zien en horen elke dag verschillende soorten zinnen. Deze les gaat om het verschil in bedoeling en leestekens.
Lesdoel
Ik kan een vragende zin, mededelende zin, uitroepende zin en bevelende zin uitleggen en herkennen.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe kun je een zin herkennen?
Laat leerlingen losse woorden of korte voorbeelden geven, zoals vraag, punt, bevel of een korte zin. Gebruik de reacties om voorkennis op te halen.
Mededelende zin
Je vertelt iets
Je geeft informatie
Aan het eind staat een punt
Voorbeeld: Ik kom morgen.
Gebruik eenvoudige voorbeelden uit de klas: Ik schrijf. De deur is open. We lezen een boek.
Vragende zin
Je vraagt iets
Aan het eind staat een vraagteken
Voorbeeld: Kom jij morgen?
Benadruk dat de zin echt om een vraag gaat. Het vraagteken helpt bij het herkennen.
Waarom zijn er soorten zinnen?
Met zinnen doen we verschillende dingen
We kunnen iets vragen
We kunnen iets vertellen
We kunnen iets roepen
We kunnen iemand iets laten doen
Leg uit dat de bedoeling van de zin belangrijk is. Daarop herkennen leerlingen later de vier soorten.
Uitroepende zin
Je roept iets
Vaak hoor je gevoel of nadruk
Aan het eind staat een uitroepteken
Voorbeeld: Wat leuk!
Noem emoties als blij, boos, geschrokken. De toon van de stem helpt vaak ook mee.
Bevelende zin
Je zegt wat iemand moet doen
Het is een opdracht of bevel
Vaak eindigt de zin met een punt of uitroepteken
Voorbeeld: Ga zitten.
Leg uit dat een bevelende zin soms streng klinkt, maar ook vriendelijk kan zijn, zoals: Kom maar binnen.
Zo herken je het verschil
? vaak bij een vragende zin
. vaak bij een mededelende zin
! vaak bij een uitroepende zin
. of ! bij een bevelende zin
Kijk naar het leesteken
Kijk naar de bedoeling
Vragen = vragende zin
Vertellen = mededelende zin
Roepen = uitroepende zin
Opdracht geven = bevelende zin
Laat zien dat leestekens helpen, maar dat de bedoeling van de zin ook belangrijk blijft, vooral bij de bevelende zin.
Vier zinnen naast elkaar
Ben jij klaar? → vragende zin
Jij bent klaar. → mededelende zin
Wat ben jij snel! → uitroepende zin
Wees stil. → bevelende zin
Gebruik deze slide om de vier soorten nog één keer direct te vergelijken.
Ruim je kamer op!
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Sommige vogels trekken naar een ander land.
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Wil jij de afwas doen?
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Doe je vieze was in de mand!
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Wat goed, je hebt gewonnen!
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Als je iets wilt weten moet je een vragen stellen.
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Stel een vraag.
Mededelende zin
Vragende zin
Uitroepende zin
Bevelende zin
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb jij geleerd over soorten zinnen?
Reflectie zonder fout antwoord. Mogelijke punten: vier soorten zinnen, bedoeling, leestekens, verschil tussen vraag en bevel.
Wat hielp jou het best vandaag?
Reflectie zonder fout antwoord. Mogelijke punten: voorbeelden hielpen, leestekens hielpen, samen vergelijken hielp.
Woordenlijst
vragende zin - een zin waarin je iets vraagt
mededelende zin - een zin waarin je iets vertelt
uitroepende zin - een zin waarin je iets uitroept
bevelende zin - een zin waarin je een opdracht geeft
vraagteken - dit leesteken: ?
punt - dit leesteken: .
uitroepteken - dit leesteken: !
Maken boek opd 1 t/m 4, klaar Snappet afmaken spelling.
Deze slide heeft geen instructies