In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Onderdelen in deze les
2.3 belastingen
Slide 1 - Tekstslide
Wat is belasting?
Slide 2 - Woordweb
Waar betaal je allemaal belasting over?
Slide 3 - Woordweb
belastingen
In Nederland betaalt iedereen belasting. Jij ook. Als je werkt, maar ook als je bijvoorbeeld nieuwe schoenen of een nieuwe telefoon koopt. Belasting is geld dat wij betalen aan de overheid.
Slide 4 - Tekstslide
lesdoel
Aan het einde van deze les....
Kun je uitleggen wat belastingen zijn.
Kun je uitleggen waarom je belasting betaalt.
Kun je drie soorten belastingen noemen.
Kun je zelf nakijken of je recht hebt op vergoedingen, toeslagen of teruggave van belasting
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
1. Wie betaalt belasting? 2. Wanneer betaal je belasting? 3. Kun je ook geld krijgen van de belasting?
Slide 7 - Open vraag
Iedereen betaald belasting!
In Nederland betaalt iedereen belasting aan de overheid.
Voorbeelden zijn:
BTW (belasting toegevoegde waarde): dit betaal je over de spullen en diensten die je koopt.
Accijns: een vorm van belasting waarmee de overheid het minder aantrekkelijk maakt om bepaalde producten te komen. Denk aan alcohol of sigaretten.
Slide 8 - Tekstslide
2 soorten belastingen
Directe belasting: je betaalt dit rechtstreeks aan de Belastingdienst. Bijvoorbeeld loonbelasting.
Indirecte belasting: dit is verwerkt in de prijs van een product. Bijvoorbeeld btw.
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Heb je wel eens belastingaangifte gedaan?
Waar
niet waar
Slide 11 - Poll
klaar om belastingaangifte te doen?
Slide 12 - Tekstslide
Ik weet of ik geld terug kan krijgen
waar
niet waar
Slide 13 - Poll
Ik heb mijn jaaropgave, studiekosten/studiefinanciering bij de hand
Waar
niet waar
Slide 14 - Poll
ik weet mijn burgerservicenummer
Waar
niet waar
Slide 15 - Poll
ik weet waar op de website ik mijn belastingaangifte moet doen
Waar
Niet waar
Slide 16 - Poll
Aan de slag
Je gaat nu verder met de opdrachten 11 t/m 15 in paragraaf 2.3 in je werkboek op blz. 39 tot en met 43.