Mock Test Scene 1 Gaudi

Oefentoets
De toets heeft 6 onderdelen:
A. present simple 
B. vragende voornaamwoorden (why, who, where etc.)
C. present simple of present continuous
D. zinnen 
E. woordjes
F. leestekst
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Oefentoets
De toets heeft 6 onderdelen:
A. present simple 
B. vragende voornaamwoorden (why, who, where etc.)
C. present simple of present continuous
D. zinnen 
E. woordjes
F. leestekst

Slide 1 - Tekstslide

A. PRESENT SIMPLE

werkwoord (+s)
do en does
don't en doesn't

Slide 2 - Tekstslide

A. gebruik de Present simple
☺ = bevestigend (yes) ☹ = ontkennend (no) ? = vragend (question)

1. ☹ (like)              Anna...............vegetables.
2. ?   (catch)         ........your mum often.........fish at sea?
3. ☹ (cut)             I.....................my fingernails, I always bite my nails.
4. ☺ (speak)       He  ..............to his sister every morning.
5. ☺ (dress up) She always...........................for  dinner.

Slide 3 - Tekstslide

A. Answers
1. ☹ (like)               Anna  doesn't like vegetables.
2. ? (catch)            Does your mum often catch fish at sea?
3. ☹ (cut)              I don't cut my fingernails, I always bite my nails.
4. ☺ (speak)        He speaks to his sister every morning.
5. ☺ (dress up)  She always dresses up* for dinner.

*Remember: eindigend op siz-klank => werkwoord + ES

Slide 4 - Tekstslide

B. vragende voornaamwoorden
what
why
who
where
when
which
how

Slide 5 - Tekstslide

B. Maak de zinnen af met een vraagwoord. 
Kies uit: who, what, when, where, which why, how
1. ..........is your birthday, mine is February 1st.
2. ..............can I get to your house, by train or bus?
3. ...............are coming to your birthday?
4. ..............is your birthday? At home or in a restaurant?

Slide 6 - Tekstslide

Answers B.
1. When is your birthday, mine is February 1st.
2. How can I get to your house, by train or bus?
3. Who are coming to your birthday?
4. Where is your birthday? At home or in a restaurant?

Zorg dat je de Nederlandse betekenis goed kent van de 7 vragende voornaamwoorden. Lees altijd goed de tweede zin voordat je het antwoord invult!!!

Slide 7 - Tekstslide

C. present simple of present continuous

Stel jezelf elke keer deze vraag. 
Is het nu aan de gang of is het een gewoonte/feit?

Slide 8 - Tekstslide

C. Vul in. 
Gebruik: Present Simple of Present Continuous.
Geef bij elke zin aan of het een feit of gewoonte is. En vul de juiste vorm van het werkwoord in. Lees eerst goed het  voorbeeld hieronder:
Vraag: (speak) I............right now with my sister, so don't call me!
Juiste en volledige antwoord: Nu aan de gang / am speaking (=am+speak+ing)

1. (speak)   Please be quiet, I .................. on the phone to my mother.
2. (work)    She never..................on Tuesday.
3. (invite)   They always...................their neighbours for their birthdays.
4. (design) Look at his work. He .........................an amazing building.

Slide 9 - Tekstslide

C. Answers
1. nu aan de gang dus am+ww+ing =>  am talking 
2. gewoonte (never) en she dus ww+s => works 
3. gewoonte (always) dus ww => invite 
4. nu aan de gang dus is+ww+ing:  is designing 

Slide 10 - Tekstslide

D. Wat zeggen de mensen
Question
1. Anna biedt je pittige worstjes aan. Wat zegt ze?

Answer: 
1. Can I offer you some spicy sausages?

Slide 11 - Tekstslide

Regels opschrijven op toetsblad

Slide 12 - Tekstslide

E. Complete the sentences
Kies uit: spicy - sister - wedding....
1. My sister can't come to my birthday because she has a.........
2. I usually don't eat ...............food.
3. He has only one............., and he never plays with her.

Slide 13 - Tekstslide

E. answers



1. wedding
2. spicy
3. sister

Slide 14 - Tekstslide

F. reading a text

Slide 15 - Tekstslide