2.3 een huur- of een koopwoning

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen ?
Terugblik vorige les ?
Huiswerk ( opgaven 14 t/m 25) vragen ?
2.3. Huur- of koopwoning ? paragraaf behandelen.
Opgaven 26 t/m 35

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik les 2.2

Slide 3 - Tekstslide

2.2 Sta je in je recht
Wat moet je eigenlijk doen als je niet tevreden bent over een product?
  1. Je gaat naar de leverancier en probeert samen een oplossing te zoeken
  2. Wanneer je er niet uit komt ga je naar de geschillencommissie

Slide 4 - Tekstslide

2.2 Sta je in je recht 
Stichting Geschillencommissie Consumentenzaken (SGC)
  • kortweg: De Geschillencommissie
  • Behandelt klachten tussen consumenten en ondernemers
  • Uitspraak Geschillencommissie is bindend (partijen moeten zich aan deze uitspraak houden)

Vraag 23
Vraag 25

Slide 5 - Tekstslide

Wetten die consumenten beschermen ?
De Warenwet
Wet op afstand
Colportagewet
Wet productaansprakelijkheid

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen 
Je leert:
Wat de woningmarkt is.
Wat er komt kijken bij het huren van een woning.
Hoe het kopen van een woning in zijn werk gaat

Slide 7 - Tekstslide

2.3 Een huur- of koopwonining?

Slide 8 - Tekstslide

2.3 Een huur- of koopwoning? 
Woningmarkt
  • Markt voor koopwoningen
  • Markt voor  huurwoningen

  • Sociale huurwoningen
  • Vrije sector huurwoningen

de totale vraag naar en het aanbod van woningen
huur per maand tot ongeveer €700
berekening maximale huurprijs met puntensysteem
huur per maand meer dan €700

Slide 9 - Tekstslide

  Huurwoning
Huurtoeslag
  • Financiële bijdrage van de overheid (geld dus!), om een deel van de huur te kunnen betalen. De huur mag niet hoger zijn dan 800 euro
  • Wanneer je inkomen te laag is om de huur te betalen
  • Aanvragen bij de belastingdienst

Slide 10 - Tekstslide

Huurhuis 
Ze hebben de sleutel van de huurwoning gekregen,
maar hoe weten ze of ze niet te veel betalen?
  • Berekening dmv puntensysteem

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

www.funda.nl ( staan de meeste woningen die te koop staan)

Makelaar
  • bij verkoop: bepalen waarde, bezichtigingen
  • bij aankoop: laten zoeken (zoekopdracht), onderhandelingen
Koopwoning

Slide 13 - Tekstslide

Procedure bij aankoop woning:
  1. Voorlopig koopcontract
Koopwoning
  • Je bent het eens over de prijs
  • Door ondertekenen is koopcontract definitief
  • Ontbindende voorwaarden

Slide 14 - Tekstslide

Procedure bij aankoop woning:
  1. Voorlopig koopcontract
Koopwoning
  • Je bent het eens over de prijs
  • Door ondertekenen is koopcontract definitief
  • Ontbindende voorwaarden
Ontbindende voorwaarden:
redenen om zonder kosten van de koop af te kunnen zien.
  • 3 dagen bedenktijd

Slide 15 - Tekstslide

Procedure bij aankoop woning:
  1. Voorlopig koopcontract
  2. Notaris (transport-/leveringsacte, inschrijving kadaster
2.3 Een huur- of koopwoning? 
Transportakte of leveringsakte:
Een bewijs dat de woning aan de koper is geleverd.
Kadaster:
Deze instantie legt het eigendom vast van alle onroerende zaken (zoals grond, woningen en andere gebouwen)
Let op!!
Pas na inschrijving in het Kadaster ben je officieel eigenaar!!

Slide 16 - Tekstslide

(Extra) kosten aanschaf eigen woning
  • Bijkomende kosten bij bestaande woning ("Kosten koper" k.k.), waaronder overdrachtsbelasting 2 %
  • Onroerendezaakbelasting (ozb)
koopwoning
  • Klein percentage van de WOZ-waarde
  • WOZ = Wet onroerendezaakbelasting
  • Jaarlijks vastgestelde waarde door de gemeente

Slide 17 - Tekstslide

Gemeentelijke belastingen (voorbeelden:)
  • Ozb ( Onroerende zaakbelasting)
  • Afvalstoffenheffing
  • Rioolheffing
  • Sommige gemeenten hondenbelasting
2.3 Een huur- of koopwoning? 

Slide 18 - Tekstslide

Als je het koopcontract hebt getekend is het huis officieel van jou
A
Eens
B
Oneens

Slide 19 - Quizvraag

Je hebt een notaris niet nodig bij de aankoop van een huis, maar een makelaar wel
A
Eens
B
Oneens

Slide 20 - Quizvraag

OZB staat voor
A
onaangeroerdezaak-belasting
B
onroerendezaak-belasting
C
onaangetastezaak- belasting
D
onverdrachtzaak- belasting

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Link