M4-SE1: stijlfiguren en stijlfouten

Nederlands-examenjaar M4 
- Hoe zit je erbij? Nog vragen over de vorige les?
- SE1 - info + kennen & kunnen
- Vandaag → Stijlfiguren & stijlfouten (= onderdeel SE)
-Huiswerk (di 7/11/23) = 1 t/m 20 woorden leren (twee kanten) van de lijst examenwoorden.

1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Nederlands-examenjaar M4 
- Hoe zit je erbij? Nog vragen over de vorige les?
- SE1 - info + kennen & kunnen
- Vandaag → Stijlfiguren & stijlfouten (= onderdeel SE)
-Huiswerk (di 7/11/23) = 1 t/m 20 woorden leren (twee kanten) van de lijst examenwoorden.

Slide 1 - Tekstslide

Hoe zit je erbij?

Slide 2 - Tekstslide

Tijdens de les - verwachting
Dat je
1) op tijd in de les bent;
2) voorbereid naar de les komt;
3) stil bent tijdens de uitleg;
4) een actieve werkhouding hebt;
5) aan het einde van de les het lesdoel hebt behaald.










Slide 3 - Tekstslide

Overzicht examenjaar Nederlands
zie PTA










Slide 4 - Tekstslide

Examen Nederlands 2024
Dinsdag 23 mei 2024 om 13.30-15.30 uur
* 2 uur
* helft van je cijfer
* Leesvaardigheid (meerdere teksten)
* Eén schrijfopdracht 
   (zakelijke brief/mail/artikel/ingezonden stuk etc.)










Slide 5 - Tekstslide

SE1 -Nederlands - informatie
Wat:               -blok 5 + examenwoorden (toetsweek)
                        -schrijfvaardigheid (tijdens de lessen*)
Wanneer:    17/11 - 24/11 → (hebben jullie al een rooster?)
Tijd:               60 minuten (+ ev. tijdsverlenging?)
Hoe:              Blok 5 + lijst examenwoorden
                           -Lijst examenwoorden (twee kanten op leren)
                           -Synoniemen + tegengstellingen
                           -Homoniemen + homofonen
                           -Stijlfiguren + stijlfouten herkennen









Slide 6 - Tekstslide

SE1 -Nederlands - kennen & kunnen
SYNONIEMEN:
* Je kunt een synoniem noemen van een examenwoord.
TEGENSTELLINGEN:
* Je kunt een tegenstelling noemen van een examenwoord.
HOMONIEMEN:
* Je kunt bij een woord meerdere betekenissen geven.
HOMOFONEN:
* Je kunt het juiste woord kiezen dat in de zin hoort.


Slide 7 - Tekstslide

SE1 -Nederlands - kennen & kunnen
STIJLFIGUREN / STIJLFOUTEN (herkennen + verbeteren):
* Je kent de stijlfiguren/stijlfouten.
* Je herkent de stijlfiguren/stijlfouten in een zin.
* Je kunt de fouten verbeteren door een nieuwe zin te schrijven.

De stijlfiguren/stijlfouten:
pleonasme / tautologie / overbodige woorden / dubbele ontkenning / contaminatie / verkeerd gebruik van een woord of uitdrukking

Slide 8 - Tekstslide

SE1 -Nederlands - kennen & kunnen
EXAMENWOORDEN (twee kanten op leren):
* Je kent de betekenis van de examenwoorden.
* Je kunt het juiste examenwoord noemen bij een omschrijving.
* Je kunt een synoniem geven van een examenwoord.
* Je kunt een tegengesteld woord noemen.
* Je kunt de examenwoorden op de juiste plek invullen.
* Je kunt zelf zinnen maken met examenwoorden waaruit de betekenis blijkt.

Slide 9 - Tekstslide

Hoe bereid je je voor?
  • Elke les goed meedoen en vragen stellen.
  • Alle examenwoorden van de lijst twee kanten op leren.
  • Alle stijlfiguren / stijlfouten leren.
  • Synoniemen/tegenstellingen/homoniemen/homofonen leren.
  • Theorie leren op blz. 195-197.
  • Alle oefeningen in het boek nogmaals maken.
  • Vandaag gaan we het volgende doen ...

Slide 10 - Tekstslide

STIJLFIGUREN / STIJLFOUTEN
Herhaling

Slide 11 - Tekstslide

LESDOEL
-Je kent de stijlfiguren / stijlfouten.

-Je herkent ze in een zin.

- Je kunt de zin verbeteren.

Slide 12 - Tekstslide

STIJLFIGUREN / STIJLFOUTEN
  1. pleonasme
  2. tautologie
  3. dubbele ontkenning
  4. contaminatie
  5. verkeerd gebruik van woord/uitdrukking

Slide 13 - Tekstslide

Wat weet je van STIJLFIGUREN / STIJLFOUTEN?

Slide 14 - Open vraag

VOORBEELDEN STIJLFIGUREN

Slide 15 - Tekstslide

Stijlfiguren
De schrijver vertelt iets op een bijzondere manier, wil iets benadrukken/versterken (bewust):

  • Een eigenschap noemen die al bij het woord hoort
    (witte sneeuw).
  • Twee keer hetzelfde, in verschillende woorden
    (vast en zeker).

Slide 16 - Tekstslide

Stijlfouten
Het is een stijlfout als je een stijlfiguur verkeerd gebruikt. Het is onnodige herhaling.

Voorbeelden
De luchtballon stijgt omhoog.
De winkel is open, maar er is echter niemand.
De tak is uit de boom omlaag gevallen.

Slide 17 - Tekstslide

STIJLFIGUREN
PLEONASME

TAUTOLOGIE

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

VERSCHIL?
PLEONASME herhaalt een eigenschap dat al in een woord verwerkt zit (twee verschillende woordsoorten).

TAUTOLOGIE zegt twee keer hetzelfde (met dezelfde woordsoorten synoniemen).

Slide 20 - Tekstslide

PLEONASME
-Je noemt een eigenschap van iets, terwijl die eigenschap al aanwezig is.
-Het kan hierdoor mooier klinken of versterken. (= stijlfiguur)

Voorbeeld:
De witte sneeuw is zo prachtig.
We lagen in het groene gras te genieten van de zon.

Slide 21 - Tekstslide

Witte sneeuw

Slide 22 - Tekstslide

Het groene gras

Slide 23 - Tekstslide

STIJLFOUT - pleonasme
Voorbeeld:
-Ik zal deze tekst hardop voorlezen.voorlezen of hardop lezen
-Naar beneden laten vallenlaten vallen 

Slide 24 - Tekstslide

TAUTOLOGIE
-Je zegt twee keer hetzelfde.
-Je wil iets benadrukken of versterken. (= stijlfiguur)

Voorbeeld:
*De tafels stonden schots en scheef.
*De zon schijnt gratis en voor niets.

Slide 25 - Tekstslide

Schots en scheef

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

STIJLFOUT - tautologie
-Maar ook bij deze stijlfiguur worden fouten gemaakt.
-Je verbetert de zin door het overbodige woord weg te laten.

Voorbeeld:
-De winkel is open, maar er is echter niemand.
maar óf echter

Slide 28 - Tekstslide

STIJLFOUT - dubbele ontkenning
-Je gebruikt twee keer een ontkenning.
-Hierdoor je precies het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt.

Voorbeeld:
* Hij maakt nooit geen fouten.
* Ik wil voorkomen dat ik morgen niet op tijd kom.

Slide 29 - Tekstslide

STIJLFOUT - contaminatie
-Je haalt twee woorden of uitdrukkingen door elkaar.

Voorbeeld:
* Die schoenen kosten duur. → kosten veel óf zijn duur.
* Ik besef me goed dat... → besef óf realiseer me

Slide 30 - Tekstslide

VERKEERD GEBRUIK WOORD/UITDRUKKING
-Sommige woorden lijken erg op elkaar en kun je ze met elkaar verwarren.
-Daardoor krijgt de zin een andere betekenis.

Voorbeeld:
* Toen mijn oma merkte dat ze werd beroofd, begon ze historisch te gillen. → hysterisch
* De pupillen op de tong herkennen smaken. → papillen

Slide 31 - Tekstslide

VEEL GEMAAKTE FOUTEN
*Je bent veel groter als mij.                                                          → dan ik
* Hun zeggen dat de leraar Nederlands ziek is.                  → Zij
*Kan jij de examenwoorden van Nederlands al?                → Ken
*Morgen ga ik met me moeder naar het theater.                → mijn
*Ze is enigst kind. Marit heeft geen broers of zussen.     → enig

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Even oefenen...

Slide 34 - Tekstslide

Het koude ijs zat als een dikke laag op de autoruit.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 35 - Quizvraag

Die eeneiige tweelingzusjes zijn uiterlijk identiek hetzelfde, maar hun karakter is zeer verschillend.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 36 - Quizvraag

Ik ga mijn moeder vanavond optelefoneren.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 37 - Quizvraag

De plakkerige kauwgom bleef aan de onderkant van mijn schoenzool kleven.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 38 - Quizvraag

Meike wilde never nooit vlees meer eten en zwoer haar hele leven vegetariër te blijven.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 39 - Quizvraag

Ray en Marcia willen voor eeuwig en altijd bij elkaar blijven.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 40 - Quizvraag

De hete zon schijnt fel in mijn ogen.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 41 - Quizvraag

Helaas moest ik de toets overnieuw doen.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 42 - Quizvraag

'Rood bloed' is een:
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 43 - Quizvraag

Wat een mooie rode aardbeien!
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 44 - Quizvraag

De mondelinge bespreking
A
contaminatie
B
Pleonasme
C
Tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 45 - Quizvraag

Enkel en alleen is een vorm van:
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 46 - Quizvraag

Die spullen worden gewoon gratis en voor niks weggegeven.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 47 - Quizvraag

Ik besef me nu pas dat dit fout is. Ik moet zeggen: 'Ik realiseer me'.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 48 - Quizvraag

Hij pakte het koude ijs.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 49 - Quizvraag

Ik maak nooit geen fouten met Nederlands.
A
contaminatie
B
pleonasme
C
tautologie
D
dubbele ontkenning

Slide 50 - Quizvraag

Slide 51 - Tekstslide

Ik weet (weer) wat stijfiguren en stijlfouten zijn.

En ik kan ze herkennen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 52 - Poll

Hoe tevreden ben je over deze les?
010

Slide 53 - Poll