Woordenschat - Disk🏢 wonen 🏘️
roze & groen
Woordenschat - Disk🏢 wonen 🏘️
roze & groen
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoelen
Ik begrijp nieuwe Nederlandse woorden over wonen.
Ik kan de woorden gebruiken in een voorbeeldzin.
Deze slide heeft geen instructies
Welke Nederlandse woorden over plaatsen of dingen ken je al?
Gebruik de inzendingen om voorkennis te activeren. Let op woorden over plek, huis, beweging en beschrijving.
Betekenis: een kleur tussen rood en wit.
Voorbeeldzin: Zij draagt vandaag een roze trui.
lopen
Betekenis: je verplaatst je te voet.
Voorbeeldzin: Ik loop elke ochtend naar school.
roze
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
Betekenis: een plaats of kamer waar dingen kunnen staan.
Voorbeeldzin: In deze ruimte staan veel stoelen.
de ruimte
met
Betekenis: samen met iemand of iets.
Voorbeeldzin: Ik ga naar het bos met mijn vriendin.
roze groen
Hier betekent 'de ruimte' een kamer of plaats in een gebouw, niet het heelal.
Betekenis: niet netjes of rommelig.
Voorbeeldzin: De vrouw is slordig. Haar bureau is niet netjes.
naast
slordig
Betekenis: aan de zijkant van iets of iemand.
Voorbeeldzin: De pen ligt naast het potlood.
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
de spreker
Betekenis: opgeruimd en verzorgd.
Voorbeeldzin: Het bureau is netjes opgeruimd.
Betekenis: iemand die spreekt.
Voorbeeldzin: De spreker vertelt een interessant verhaal.
netjes
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
Betekenis: het woord voor ontkenning.
Voorbeeldzin: Ik ga vandaag niet naar buiten, want het regent.
de trap
niet
Betekenis: treden om naar boven of beneden te gaan.
Voorbeeldzin: Wij lopen snel de trap op.
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
Wat betekent het woord 'ruimte' in deze les?
een kamer
een kleur
een trap
een vorm
Controleer dat leerlingen 'de ruimte' hier begrijpen als kamer of plaats, niet als heelal.
Vul de juiste woorden in
Ik loop naar school met mijn vriend.
De tas staat naast de deur.
Mijn kamer is niet slordig. Ik ruim altijd netjes op.
Mijn t-shirt is roze, ik vind dat een mooie kleur.
Als ik de trap neem in plaats van de lift, wordt ik moe.
De spreker moet praten voor een grote groep mensen.
Woorden uit het eerste blok: lopen, met, naast, slordig.
de verdieping
Betekenis: lager dan of beneden iets.
Voorbeeldzin: De kat ligt onder de tafel.
onder
Betekenis: een etage in een gebouw.
Voorbeeldzin: Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
Betekenis: alle auto's, fietsen en mensen op de weg.
Voorbeeldzin: Het verkeer is druk in de stad.
het verkeer
overal
Betekenis: op alle plaatsen.
Voorbeeldzin: In de herfst liggen overal bladeren.
roze groen
Deze slide heeft geen instructies

Betekenis: bij elkaar komen of dingen bijeenbrengen.
Voorbeeldzin: De leerlingen verzamelen op het schoolplein.
**de plek**
**verzamelen**

Betekenis: een plaats of locatie.
Voorbeeldzin: Dit is een rustige plek om te lezen.
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
**de ruimte**

Betekenis: een plaats of kamer met plek.
Voorbeeldzin: Er is veel ruimte in de zaal.
**het vierkant**

Betekenis: een vorm met vier gelijke zijden.
Voorbeeldzin: Op het bord teken ik een vierkant.
roze groen
Het woord 'de ruimte' komt hier opnieuw terug. Herhaal de betekenis en laat leerlingen het woord in een nieuwe context zien.
**schoonmaken**
**vrolijk**

Betekenis: blij en opgewekt.
Voorbeeldzin: Zij is vrolijk op haar verjaardag.

Betekenis: iets netjes en schoon maken.
Voorbeeldzin: Wij gaan vanmiddag de keuken schoonmaken.
roze groen
Deze slide heeft geen instructies
Waar is het klaslokaal op de tweede verdieping?
op een etage
onder een bed
naast de stad
in het verkeer
Toetst begrip van 'verdieping' als etage in een gebouw.
Kies de passende woorden
De schoenen staan onder het bed. Wij lopen de trap op naar de tweede verdieping. Op straat is het verkeer druk.
Woorden uit het tweede blok: onder, trap, verdieping, verkeer.
de slaapkamer & slapen

Betekenis: de kamer waar je slaapt.
Voorbeeldzin: Mijn slaapkamer is boven.

Betekenis: rusten in bed.
Voorbeeldzin: Ik slaap acht uur per nacht.
**slapen**
**de slaapkamer**
Deze slide heeft geen instructies
de soort & spullen

Betekenis: een type of categorie.
Voorbeeldzin: Welke soort fruit eet jij graag?

Betekenis: dingen die je hebt of gebruikt.
Voorbeeldzin: Mijn spullen liggen in de kast.
**de soort**
**spullen**
Deze slide heeft geen instructies
de stad
Betekenis: een grote plaats waar veel mensen wonen.
Voorbeeldzin: In deze stad rijden veel bussen en fietsen.
Omdat er een oneven aantal woorden is, staat het laatste woord alleen op deze slide.
Wat betekent 'verzamelen' in de zin over leerlingen?
bij elkaar komen
rustig slapen
iets tekenen
snel lopen
Sluit aan op de voorbeeldzin: 'De leerlingen verzamelen op het schoolplein.'
Maak de tekst compleet
Dit is een rustige plek om te lezen. In de zaal is veel ruimte. Op het bord teken ik een vierkant. Daarna gaan wij de keuken schoonmaken.
Woorden uit het derde blok: plek, ruimte, vierkant, schoonmaken.
Welk nieuw woord gebruik jij vandaag in een zin?
Mogelijke goede antwoorden noemen één geleerd woord en tonen begrip via een korte context of voorbeeld, bijvoorbeeld slaapkamer, slapen, spullen, soort of stad.
Meerkeuzevragen 1
Wat betekent lopen?
A. zitten
B. te voet gaan
C. slapen
Welke zin past bij roze?
A. De banaan is roze.
B. Mijn tas is roze.
C. De stoel loopt snel.
Antwoorden: 1B, 2B
Meerkeuzevragen 2
Wat betekent met?
A. samen met
B. zonder
C. onder
Wat is de ruimte?
A. een kleur
B. een kamer of plaats
C. een trap
Antwoorden: 1A, 2B
Meerkeuzevragen 3
Waar staat iets als het naast de deur staat?
A. aan de zijkant van de deur
B. onder de deur
C. in de deur
Wat betekent slordig?
A. rommelig
B. vrolijk
C. vierkant
Antwoorden: 1A, 2A
Meerkeuzevragen 4
Wat betekent netjes?
A. druk
B. opgeruimd
C. vies
Wie is de spreker?
A. iemand die spreekt
B. iemand die slaapt
C. iemand die rijdt
Antwoorden: 1B, 2A
Meerkeuzevragen 5
Wat betekent niet?
A. ontkenning
B. richting
C. kleur
Wat is de trap?
A. een bed
B. treden naar boven of beneden
C. een plein
Antwoorden: 1A, 2B
Meerkeuzevragen 6
Waar is iets als het onder de tafel staat?
A. erboven
B. ernaast
C. erbeneden
Wat is de verdieping?
A. een etage in een gebouw
B. een straat in de stad
C. een soort kleur
Antwoorden: 1C, 2A
Meerkeuzevragen 7
Wat betekent overal?
A. op alle plaatsen
B. op één plek
C. nooit
Wat is het verkeer?
A. een slaapkamer
B. auto's, fietsen en mensen op de weg
C. een gebouw
Antwoorden: 1A, 2B
Meerkeuzevragen 8
Wat is de plek?
A. een plaats
B. een spreker
C. een verdieping
Wat betekent verzamelen?
A. kapotmaken
B. bij elkaar komen
C. verdwalen
Antwoorden: 1A, 2B
Meerkeuzevragen 9
Wat is het vierkant?
A. een kleur
B. een vorm met vier gelijke zijden
C. een straat
Wat betekent schoonmaken?
A. iets vies maken
B. iets tekenen
C. iets schoon maken
Antwoorden: 1B, 2C
Meerkeuzevragen 10
Wat betekent vrolijk?
A. blij
B. moe
C. boos
Wat is de slaapkamer?
A. de kamer waar je kookt
B. de kamer waar je slaapt
C. de kamer waar je fietst
Antwoorden: 1A, 2B
Meerkeuzevragen 11
Wat betekent slapen?
A. rusten in bed
B. lopen naar school
C. praten met iemand
Wat is de soort?
A. een type of categorie
B. een trap in huis
C. een kleur
Antwoorden: 1A, 2A
Meerkeuzevragen 12
Wat betekent spullen?
A. persoonlijke dingen
B. een stad
C. een vorm
Wat is de stad?
A. een grote plaats waar veel mensen wonen
B. een kleine tas
C. een slaapkamer
Antwoorden: 1A, 2A
Welk woord onthoud jij het best?
Laat leerlingen kort terugblikken op hun leerproces en welke woorden zijn blijven hangen.
Wat hielp jou het meest bij het leren?
Stimuleer metacognitie: denk aan foto, voorbeeldzin, herhaling of meerkeuzevragen.
Woordenlijst
lopen - je verplaatst je te voet
roze - een kleur tussen rood en wit
met - samen met iemand of iets
de ruimte - een kamer of plaats met plek
naast - aan de zijkant van iets of iemand
slordig - niet netjes, rommelig
netjes - opgeruimd en verzorgd
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
de spreker - iemand die spreekt
niet - woord voor ontkenning
de trap - treden om naar boven of beneden te gaan
onder - lager dan of beneden iets
de verdieping - een etage in een gebouw
overal - op alle plaatsen
het verkeer - alles wat zich op de weg verplaatst
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
de plek - een plaats of locatie
verzamelen - bij elkaar komen of dingen bijeenbrengen
het vierkant - een vorm met vier gelijke zijden
schoonmaken - iets netjes en schoon maken
vrolijk - blij en opgewekt
de slaapkamer - de kamer waar je slaapt
slapen - rusten in bed
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
de soort - een type of categorie
spullen - dingen die je hebt of gebruikt
de stad - een grote plaats waar veel mensen wonen
Deze slide heeft geen instructies