Branche verdiepen GGZ, les 4, verslaving, dd en bemoeizorg, Susan

Branche verdiepen GGZ
Les 4,
Verslaving en
Dubbele diagnose


1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Branche verdiepen GGZ
Les 4,
Verslaving en
Dubbele diagnose


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we deze les doen?

  • verslaving
  • dubbele diagnose
  • maken deelopdracht 4 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een verslaving?
Chronische kwetsbaarheid in je hersenen + belastende omgevingsfactoren.

Gevolg: ontregeling van het beloningssysteem waarbij structurele veranderingen in het brein optreden. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er in de hersenen
  • Dopamine is een neurotransmitter.
  • Eerst geeft drugs een sterke stijging van dopamine, wat plezier en beloning veroorzaakt. Hierdoor wil je meer drugs.
  • Naarmate de verslaving zich ontwikkelt, wordt het brein minder gevoelig voor dopamine. Daardoor heb je meer drugs nodig voor hetzelfde effect.
  • Chronisch drugsgebruik verandert de dopamine aanmaak, afgifte en recycling. Hierdoor neemt motivatie voor niet-verslavingsgerelateerde beloningen af. Daarom kan je alleen nog maar aan scoren denken.
  • Stoppen is moeilijk omdat je hersenwerking is veranderd. Duurt lang en kans op terugval.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van verslaving
- Gevoel niet zonder te kunnen. 
- Tolerantie: steeds meer nodig hebben voor zelfde effect.
- Craving = hunkering naar het middel.
- Afkickverschijnselen (lichamelijk en geestelijke).
- Opgeven of verlies van sociaal leven.

- Mensen met verslavingsgevoeligheid en mensen uit gezin met ernstige financiële- of andere maatschappelijke problemen of LVB zijn kwetsbaar voor verslaving.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dubbele diagnose
  • Dubbele diagnose = verslaving in combinatie met psychische aandoening.
  • Zelfmedicatie = stress en symptomen verminderen door middel.
  • Mensen met verslavingsgevoeligheid en mensen uit gezin met ernstige financiële- of andere maatschappelijke problemen of LVB zijn kwetsbaar voor verslaving.
  • 19% van mensen met depressie heeft ook afhankelijkheid van een middel.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke verslavingen zijn er
Stimulerende middelen
  • (amfetamine; cocaïne; XTC, Geven energie en zelfvertrouwen)
Verdovende middelen
  • (alcohol; heroïne en opium, benzo's, maken rustig en slaperig)
Bewustzijnsveranderende of geestverruimende middelen
  • (LSD; paddo’s, geven hallucinaties en vervormde waarnemingen)
Softdrugs = schijnbaar onschuldige middelen
  • (wiet/ marihuana; lachgas; snus, geven licht euforisch, ontspannen gevoel)
Overige verslavingen, die een kick geven
  • Gokken, seks, porno of gamen (geven een kick of een ontsnapping)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van verslaving
  • verlies baan/ maatschappelijke problemen
  • financiële problemen
  • relatie problemen
  • gezondheidsproblemen: lichamelijk + geestelijk
  • lichamelijk: beloningscentrum + beoordelingssysteem (=neocortex) in 
  • hersenen verandert bij langdurige verslaving

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
- eerst detox (=afkicken), soms met ondersteuning van medicatie.
- daarna begeleiding: oppakken sociale contacten, werk, hobby’s, plezier in 'normale leven'.

- klinisch (= detox, soms ook vervolgbehandeling)
- poliklinisch (= ambulant: medicatie/ psychotherapie/ begeleiding)
- gedwongen/ vrijwillig


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 4
verslavingszorg + dubbele diagnose
1) de samenhang in dubbele diagnose.
2) welke behandeling passend is (soort behandeling; ambulant; kliniek; gedwongen; vrijwillig/ medicatie/ therapie/ vpk begeleiding.
  • Upload en vraag feedback in dulon online.
timer
15:00

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 1 dubbele diagnose
Johan is een 32-jarige man die al enkele jaren worstelt met een alcoholverslaving. Hij is meerdere keren opgenomen geweest in afkickklinieken, maar elke keer valt hij terug in zijn oude patroon. Johan heeft ook een geschiedenis van depressie, waarvoor hij medicatie gebruikt. De laatste tijd merkt hij dat zijn depressieve klachten verergeren, vooral wanneer hij probeert te stoppen met drinken. Hij voelt zich vaak hopeloos en heeft moeite om dagelijkse taken uit te voeren. Johan woont alleen en heeft weinig sociaal contact, wat zijn gevoelens van eenzaamheid versterkt.
Tijdens een gesprek met zijn behandelaar geeft Johan aan dat hij drinkt om zijn depressieve gevoelens te onderdrukken. Hij voelt zich rustiger en minder somber na het drinken.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

antwoorden casus 1 dd.
1. Wat is de samenhang in dubbele diagnose in deze casus?

Dubbele diagnose omdat Johan alcoholverslaving + depressieve stoornis heeft. Deze twee aandoeningen beïnvloeden elkaar wederzijds. Johan drinkt alcohol om zijn depressieve gevoelens te onderdrukken, wat aangeeft dat zijn verslaving een manier is om met zijn psychische klachten om te gaan. Tegelijkertijd verergeren zijn depressieve klachten wanneer hij probeert te stoppen met drinken, wat de behandeling van zijn verslaving bemoeilijkt. Dit wederzijdse effect is kenmerk dubbele diagnose.
2. Welke behandeling kan passend zijn?
Passende behandeling zou een geïntegreerde aanpak zijn die zowel zijn verslaving als zijn depressieve stoornis aanpakt. 
Psychotherapie: Cognitieve gedragstherapie (CGT) om gedachten en gedragingen die bijdragen aan zowel de verslaving als de depressie te veranderen.
Medicatie: Antidepressiva om de depressieve symptomen te verminderen; en Naltrexon om drang naar alcohol te verminderen.
Ondersteunende therapieën: Groepstherapie en zelfhulpgroepen zoals AA (Anonieme Alcoholisten) voor herstelproces en helpen om een sociaal netwerk op te bouwen.
Leefstijlinterventies: Bevorderen van gezonde levensstijl, inclusief lichaamsbeweging en gebalanceerd dieet.
Behandeling afstemmen op de individuele behoeften van Johan en regelmatig evalueren.



Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 2 dd
Sanne is een 28-jarige vrouw die al sinds haar tienerjaren worstelt met een cannabisverslaving. Ze rookt dagelijks meerdere joints om zich te ontspannen en om te ontsnappen aan de realiteit. Sanne heeft ook een diagnose van borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Ze ervaart vaak intense stemmingswisselingen, gevoelens van leegte en moeite met het onderhouden van stabiele relaties. Haar gebruik van cannabis lijkt haar symptomen tijdelijk te verlichten. Ze twijfelt of ze haar opleiding  wil afmaken. Ze komt de laatste maanden vaak te laat uit bed en blijft dan maar de hele dag weg van school. Hierdoor ziet ze enkele vriendinnen van school amper meer.
Sanne heeft meerdere keren geprobeerd te stoppen met roken, maar elke keer als ze stopt, worden haar BPS-symptomen ondraaglijk. Ze voelt zich dan extreem angstig, depressief en heeft moeite om met haar emoties om te gaan. Dit leidt er vaak toe dat ze weer begint met roken om de symptomen te onderdrukken. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

antwoorden casus 2 dd
1. Wat is de samenhang in dubbele diagnose in deze casus?

Dubbele diagnose omdat Sanne zowel een cannabisverslaving als een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) heeft. Deze twee aandoeningen beïnvloeden elkaar wederzijds. Sanne gebruikt cannabis om haar symptomen van BPS, zoals intense stemmingswisselingen en gevoelens van leegte, te verlichten. Het gebruik van cannabis maakt dat ze zich leeg voelt en moeilijk uit bed komt waardoor ze twijfelt aan opleiding en spijbelt. Daardoor verliest ze enkele vriendinnen. Vicieuze cirkel: wanneer Sanne probeert te stoppen, worden haar BPS-symptomen ondraaglijk, wat haar weer terugdrijft naar het gebruik van cannabis. 
2. Welke behandeling kan passend zijn?
Passende behandeling is geïntegreerde aanpak die zowel haar verslaving als bps aanpakt. 
Dialectische gedragstherapie (DGT): Deze vorm van therapie is specifiek ontwikkeld voor mensen met BPS en kan Sanne helpen om beter met haar emoties om te gaan en haar gedrag te reguleren.
Medicatie: Medicatie kan helpen om de symptomen van BPS te verminderen en de drang naar cannabis te beheersen. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit stemmingsstabilisatoren of antipsychotica.
Ondersteunende therapieën: Groepstherapie en zelfhulpgroepen voor herstelproces en helpen sociaal netwerk op te bouwen.
Leefstijlinterventies: Gezonde levensstijl, inclusief lichaamsbeweging en een gebalanceerd dieet, kan bijdragen aan het algehele welzijn van Sanne.
Het is belangrijk dat de behandeling wordt afgestemd op de individuele behoeften van Sanne en dat er regelmatig evaluaties plaatsvinden



Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Branche verdiepen GGZ
Les 4,
deelopdracht 5:
bemoeizorg

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer wordt bemoeizorg ingezet?
A
Wanneer er geen naaste mantelzorgers zijn.
B
Wanneer eenzaamheid een grote rol speelt.
C
Als cliënt zorg weigert, maar deze wel gewenst is.
D
Als een cliënt deze zorg nodig vindt.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor problemen hebben mensen vaak die bemoeizorg nodig hebben?

Slide 20 - Open vraag

Bemoeizorg is een begrip uit de psychiatrische verpleegkunde dat wordt toegepast bij patiënten die vanwege hun stoornis ernstig risico lopen of veroorzaken, maar daar zelf geen besef van hebben of het ontkennen. Vooral voor mensen met langdurige verslavings- of psychiatrische problemen.
Kenmerken bemoeizorg
  • Bieden van hoop, herstelondersteunend.
  • Alles om een zorgmijder in behandeling te krijgen mag, mits te verantwoorden.
  • Doelstelling is in behandeling krijgen, maar ook dagelijkse basisbehoeften bed/ bad/ brood.
  • Outreachend. 
  • Geen verwachtingen die zorgmijder niet kan waarmaken (zoals opname), zolang er geen sprake is van dreigend ernstig nadeel.



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor wie is bemoeizorg?
Zorgwekkende zorgmijders
Bemoeizorg is mogelijk bij verschillende hulpvragen, bijvoorbeeld:

  • Sociale problemen, zoals schulden, verwaarlozing of een eenzaamheid.
  • Psychische of psychiatrische problemen, zoals acute psychoses, onbegrepen gedrag, een posttraumatisch stress syndroom (PTSS) of een bipolaire stoornis.
  • Verslaving(en).
  • Depressie, zelfmoordgedachten, extreme stress of rouw.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie kan er melding maken voor bemoeizorg bij de gemeente?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bemoeizorgteams zijn multidisciplinair samengesteld. Welke disciplines/instanties kunnen er betrokken zijn?

Slide 24 - Open vraag

Bij de uitvoering van bemoeizorg zijn meerdere partijen betrokken zoals GGZ, Verslavingszorg, GGD, maatschappelijke opvang.
Wie kan er melding maken voor bemoeizorg bij de gemeente?
Iedereen
GGZ aanbieders (bijvoorbeeld kort geleden nog zorg gekregen)

1. Gemeente: 
  • sociaal wijkteam
  • WMO-loket
  • speciaal meldpunt
2. Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/geestelijke-gezondheidszorg/vraag-en-antwoord/meldpunt-zorgwekkend-gedrag/ 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie zijn er allemaal betrokken bij bemoeizorg?
  • GGZ: spv-er, psychiater, psycholoog
  • Politie
  • Gemeentelijke sociale dienst, maatschappelijk werk
  • Veilig thuis
  • Leger des Heils
  • Sociale verhuurders/woningcörperaties
  • Huisarts 
  • GGD

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De ... gaat over verplichte zorg en opname in de geestelijke gezondheidszorg
A
WGBO
B
Wvggz
C
Wkkgz
D
Wzd

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wet WVGGZ
Per 1 januari 2020 is de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ingegaan. De Wvggz vervangt de Wet Bopz.

De Wvggz geldt voor mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. Als er geen vrijwillige zorg mogelijk is om dat ernstig nadeel weg te nemen, kan de rechter verplichte zorg opleggen.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ernstig nadeel?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ernstig nadeel

Een belangrijk begrip in de Wvggz is 'ernstig nadeel'. Volgens de Wvggz is er sprake van ernstig nadeel wanneer iemand zichzelf of anderen in gevaar brengt of schade toebrengt, zelf in een onveilige situatie komt, zich zo hinderlijk gedraagt dat het agressie oproept of de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengt.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een crisismaatregel en een zorgmachtiging?
CM (voorheen IBS) =
  • Bij direct gevaar voor zz of ander. Burgemeester geeft akkoord voor gedwongen opname met spoed.
ZM (voorheem RM) = 
  • Gedwongen opname of beschreven zorg thuis na uitspraak van rechter. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

F-ACT
  • ACT = Assertive Community Treatment
  • F = Flexible/ functioneel
  • ACT -> FACT focus meer dan ACT ook op rehabilitaie en herstel en inschakelen sociale netwerk, niet alleen crisisinterventie en stabilisatie

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

FACT-team
  • Psychiater of verpleegkundig specialist: Verantwoordelijk voor diagnostiek en medicamenteuze behandeling.
  • Psycholoog of sociaal-psychiatrisch verpleegkundige: Biedt psychosociale ondersteuning en therapie.
  • Maatschappelijk werker: Helpt bij praktische zaken zoals huisvesting, financiën en sociale contacten.
  • Verpleegkundige: Coördineert de zorg en biedt verpleegkundige ondersteuning.
  • Ervaringsdeskundige: Iemand met eigen ervaring in de psychiatrie die steun en begrip biedt aan patiënten.
  • Trajectbegeleider of casemanager: Coördineert de behandeling en begeleiding van de patiënt.
  • Andere specialisten: Afhankelijk van de behoeften van de patiënt: casemanager, verslavingszorgspecialisten, fysiotherapeuten of arbeidsdeskundigen.

Slide 34 - Tekstslide

HIC = high intensive care = gesloten opname-afdeling
Kenmerken FACT-team
  • behandeling op maat
  • 1-op-1 ambulant
  • 18 jaar en ouder
  • behandelingsduur langer dan een jaar
  • meerdere keren per week, in overleg
  • betaald door zorgverzekeraar
  • expertiseteam

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede manier van handelen bij bemoeizorg? Meerdere antwoorden zijn juist
A
Pak het onderliggende probleem aan
B
Krijg een vertrouwensband
C
Zorg voor een goed vangnet
D
Uiteindelijk druk uitoefenen/overhalen wanneer iemand niet toegeeft.

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als bemoeizorger ben je hulp aan het opdringen aan iemand die daar niet om heeft gevraagd.
Wat doe je NIET?
A
Steevast elke week terug te komen
B
De buren op de hoogte brengen
C
Naar de persoon luisteren
D
Begeleiden naar reguliere zorg

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een kenmerk van omgaan met tijd in presentiebenadering?
A
Het negeren van de omgeving
B
Het geven van onverdeelde aandacht aan het huidige moment.
C
Het continu multitasken
D
Het minimaliseren van interactie

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Presentiebenadering
  • Aansluiten bij wie de ander is, de zorg afstemmen op de ander door aan te sluiten bij zijn of haar levensverhaal, gewoonten en verlangens.
  • Je richt je niet alleen op het verlenen van goede zorg, maar ook op het geven van erkenning en waardering. Je zorgt ervoor dat je de ander ziet en hoort vanuit een gelijkwaardige houding.
  • Je bent trouw en hebt oprechte aandacht voor de ander. Je bent er ook als er zich andere problemen voordoen. Je stelt je hartelijk en informeel op.
  • Doelen worden niet vooraf vastgesteld. Je volgt de zorgvrager met een open houding, laat je verrassen en oordeelt niet. Tijdens je contact kun je de doelrichting samen met de zorgvrager vaststellen.



Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is nodig voor herstel (in de GGZ)?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Herstelondersteuning
  • Verbondenheid met anderen
  • Hoop: doorbreken van stilstand
  • Identiteit: ontwikkelen positief zelfbeeld 
  • Betekenisgeving: toekennen nieuwe betekenissen en aandacht voor zingeving
  • Grip op het eigen leven

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke houding is belangrijk voor de verpleegkundige die bemoeizorg uitvoert?

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegkundige
  • Basishouding: persoonlijke betrokkenheid, compassie, empathie, nabijheid en trouw + reflectie op eigen handelen
  • Wensen en behoeften van de persoon vormen het uitgangspunt
  • Samenwerken in een breder verband en met sociale netwerk
  • Symptomen zien in een persoonlijke context
  • Dienstbaar in plaats van behandelafspraken
  • Persoon zelf bepaalt wat herstel is en wat hij nodig heeft om het te bereiken

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies