Thema fruit en groente

Welkom klas VRA

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerNederlandsISK

In deze les zitten 37 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Welkom klas VRA

Klasregels

  • Telefoons in het kluisje.

  • Niet praten tijdens de les.

  • Respect tonen naar elkaar.

  • Geen koffie of thee meenemen.

  • Niet naar de wc tijdens de les.

  • Geen vrienden meenemen naar de klas.

  • Vinger hoog opsteken als je iets wilt vragen.



De dagen van de week

De dagen van de week 

  • Ma.......

  • Di........

  • Wo.......

  • Do........

  • Vr.........

  • Za.........

  • Zo.........

Welke dag is het vandaag?

Vandaag is het ...........................


Welke dag is het overmorgen?

Overmorgen is het...............................................

Welke dag was het gisteren?

Gisteren was het .............................,,,.

welke dag was het eergisteren?

Eergisteren was het .....................................

De maanden van het jaar


Januari


Februari

Maart

April

Mei

Juni

Juli

Augustus

September

Oktober

November

December

De maanden van het jaar

Slide text


Datum van vandaag 

seizoenen
Maanden
Jaar

De seizoenen




  • Lezen

  • Schrijven

  • Thema fruit herhalen

  • Opdracht + dictee 

  • Taalcompleet

  • lezen & schrijven

  • Praat je mee?

Lezen

Lezen

15 min

Schrijven 20 minute
wat heb je nodig? Gum potlood schrift

15 min

Fruit en Groente


Watermeloen/ meloen 

Banaan

Framboos

Ananas 

Druif 

Citroen 

Appel

Peer

Perzik 

Mango


Sinaasappel



Groente


komkommer

tomaat 

wortel

Paprika

aardappel

Groente

boon

Fruit

schrijven de woorden in de goeie plek:


Slide heading

Slide text

Taal compleet

Thema 3: Eten en drinken


Leer lezen en schrijven - Alfa

Praat je mee?

A) Wil je iets drinken?            B) Ja, graag. 

 A) Wat wil je drinken?         B) Koffie graag. 

 A) Wil je melk en suiker?   B) Veel melk graag. 

A) Alsjeblieft.                            B) Dank je. 

A) Wil jij drinken?                    B) Ja graag. 

A) Wat wil jij drinken?          B) Een kopje thee alsjeblieft. 

 A) Wil jij suiker in de thee?   B) Ja een beetje graag. 

 A) Alsjeblieft.                              B) Dankjewel. 

A) Wil jij taart?                             B) Ja, graag. 

A) Alsjeblieft.                                 B) Dankjewel. 

A) Wil jij taart?                              B) Ja, lekker. 

A) Alsjeblieft.                                B) Dankjewel. 

 






















Einde