CZ - klas 2 - Grammatica

Grammatica
Persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Grammatica
Persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud college

Lesdoelen:

- Je herhaalt de theorie van persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord. 
- Je kent de meest gemaakte fouten van beide onderdelen. 


Slide 2 - Tekstslide

Verschil pers.vnw en bez.vnw

Slide 3 - Tekstslide

Instructie
Persoonlijk voornaamwoord
Een persoonlijk voornaamwoord is een woord dat (meestal) verwijst naar een levend wezen (persoonlijk).

Voorbeelden

Slide 4 - Tekstslide

Instructie
Bezittelijk voornaamwoord
Een bezittelijk voornaamwoord is een woord dat een relatie aangeeft tussen een zelfstandig naamwoord en een persoon, dier of instantie (bezittelijk).

Voorbeelden
  • Heb je mijn nieuwe bril al gezien?
  • Ik ga morgen eten bij m’n opa.
  • Is dat jouw glas of het zijne?


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Terugblik college

Lesdoelen:
- Je herhaalt de theorie van persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord. 
- Je kent de meest gemaakte fouten van beide onderdelen. 

Heb je de leerdoelen behaald?


Slide 10 - Tekstslide