In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Ik ben klaar om deze oefentoets te maken.
😒🙁😐🙂😃
Slide 2 - Poll
Zakelijke relatie
Persoonlijke relatie
Een baas en werknemer
Twee vriendinnen die winkelen
Zakgeld van ouders
Voetballen met je vader
Bijles van docent wiskunde
Lesbisch stel
UWV-bedrijf die helpt met het zoeken van een baan
Karten met een vriend
Pinnen bij de kassamedewerker van de Jumbo
Slide 3 - Sleepvraag
Welke zinnen zijn juist? 1. Iemands seksuele moraal wordt sterk bepaald door de opvoeding. 2. Bij dubbele moraal worden jongens en meisjes ongelijk beoordeeld. 3. De dubbele moraal betekent dat vreemdgaan fout is. 4. Bij de meeste mensen is de seksuele moraal aangeboren.
A
1 en 2
B
1 en 4
C
2 en 3
D
3 en 4
Slide 4 - Quizvraag
Wat heeft GEEN invloed op de seksuele moraal?
A
Tijd
B
Plaats
C
Groep
D
Sekse
Slide 5 - Quizvraag
Hoe zag, tot ongeveer 1960, een standaardgezin eruit?
A
Vader werkt, moeder zorgt voor de kinderen, opa en oma worden door (klein)kinderen verzorgt
B
Vader werkt, moeder zorgt voor de kinderen, opa en oma krijgen AOW en verzorgen zichzelf
C
Vader werkt, moeder werkt, opa en oma worden door (klein)kinderen verzorgt
D
Vader werkt, moeder doet het huishouden, jongeren krijgen studiefinanciering en wonen op zichzelf. Opa en oma worden door (klein)kinderen verzorgt
Slide 6 - Quizvraag
Julia zit in een pleeggezin. Er zijn diverse manieren om ons leven in te richten, zo kennen we eenoudergezinnen, en ook samengestelde gezinnen. Wat is dat, een samengesteld gezin?
A
een gezin met zowel jongens als meisjes
B
een gezin met zowel biologische als geadopteerde kinderen
C
een gezin met kinderen waar de ouders niet voor kunnen zorgen
D
een gezin met kinderen uit verschillende eerdere relaties
Slide 7 - Quizvraag
Hoe heet het gezin met een alleenstaande moeder of vader?
A
éénoudergezin
B
co-ouderschap
C
pleeggezin
D
adoptiegezin
Slide 8 - Quizvraag
Welke uitspraken zijn juist? 1. Machtsverschillen zie je alleen in zakelijke relaties 2. Een relatie tussen een trainer en een topvoetballer is in de eerste plaats een zakelijke relatie
A
alleen 1
B
alleen 2
C
1 en 2
D
geen van beide
Slide 9 - Quizvraag
Binnen een persoonlijke relatie bestaan soms machtsverschillen
A
Ja
B
Nee
Slide 10 - Quizvraag
Hoe zou jij willen trouwen?
Slide 11 - Tekstslide
Met wie mag je niet trouwen?
A
je neef/nicht
B
je buurman
C
je vriend(in) van 15
D
je pianoleraar
Slide 12 - Quizvraag
Een trouwambtenaar en 2 getuigen per partner is verplicht bij trouwen
A
Waar
B
Niet waar
Slide 13 - Quizvraag
Een samenlevingscontract is:
A
Hetzelfde als geregistreerd parternschap
B
Hetzelfde als trouwen
C
Een contract waarin je afspraken maakt over wat je wil in de relatie
D
Een contract waarin je kunt regelen welke spullen er voor wie zijn bij scheiding of overlijden
Slide 14 - Quizvraag
Als je een samenlevingscontract niet meer wil hebben moet je:
A
Naar de rechter stappen
B
In een ander huis gaan wonen dan je partner
Slide 15 - Quizvraag
Persoon A heeft 5.000 eu gespaard, Persoon B 10.000. Ze trouwen en na een jaar scheiden ze weer. Persoon A krijgt 7.500 euro. Hoe is het paar getrouwd geweest?
A
In gemeenschap van goederen
B
Onder huwelijkse voorwaarden
Slide 16 - Quizvraag
Ouders moeten de kosten van een kind betalen tot het kind 21 jaar is. Dat is ………………………. Welke woorden ontbreken?
A
het ouderlijk gezag
B
de huwelijkse voorwaarde
C
de verplichte alimentatie
D
de wettelijke plicht
Slide 17 - Quizvraag
Grensoverschrijdend gedrag betekent...
A
Dat je geen rekening houdt met dat wat een ander wil
B
Dat je overlegt of je iets zult doen wat niet mag
Slide 18 - Quizvraag
Bij een echtscheiding moet je naar ...............
A
een rechter
B
een advocaat
C
een ambtenaar van de burgerlijke stand
D
de getuigen
Slide 19 - Quizvraag
Alimentatie is:
A
Geld dat je krijgt bij een scheiding
B
Geld dat bedoeld is voor het onderhoud van kinderen als de ouders gescheiden zijn.
C
Geld dat kinderen krijgen van opa en oma
D
Geld van de overheid voor ouders en kinderen
Slide 20 - Quizvraag
Welk begrip past hierbij? 'De rolverdeling tussen mannen en vrouwen is veranderd. In de jaren 50 zorgden vrouwen voor de kinderen, mannen werkten. Nu werken mannen en vrouwen beide.'
A
emancipatie
B
gemeenschap van goederen
C
dubbele moraal
D
rechten en plichten
Slide 21 - Quizvraag
Welke uitspraken zijn juist? 1. Bij een huwelijk moeten altijd de ouders aanwezig zijn. 2. Bij een huwelijk moeten minstens twee getuigen aanwezig zijn.
A
alleen 1
B
alleen 2
C
1 en 2
D
geen van beide
Slide 22 - Quizvraag
Welke uitspraken zijn juist? 1. Machtsverschillen zie je alleen in zakelijke relaties 2. Een relatie tussen een trainer en een topvoetballer is in de eerste plaats een zakelijke relatie
A
alleen 1
B
alleen 2
C
1 en 2
D
geen van beide
Slide 23 - Quizvraag
Hoe noem je een gezin met zeer jonge ouders, die zelf nog thuis wonen?
A
generatiegezin
B
LAT-relatie
C
homohuwelijk
D
tienergezin
Slide 24 - Quizvraag
Welk antwoord past het beste bij grensoverschrijdend gedrag?
A
Gedrag wat past bij jouw normen en waarden
B
Gedrag waarmee je misbruik maakt van jouw machtpositie
C
Gedrag waarbij iemand iets met jou doet waardoor je je onveilig voelt
Slide 25 - Quizvraag
Een vrouw heeft tijdens haar huwelijk 10.000 euro gespaard. Ze is in beperkte gemeenschap van goederen getrouwd met een man die 20.000 euro voor het huwelijk gespaard had. Wat krijgt de vrouw bij een echtscheiding?