In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
martes, 25 de marzo
Slide 1 - Tekstslide
¿Qué vamos a hacer?
REPASO
Imperativo afirmativo/negativo
Moeten
De nabije toekomende tijd
De wederkerende werkwoorden
Slide 2 - Tekstslide
El imperativo
Wat is de gebiedende wijs?
Wanneer gebruik je het?
gebiedende wijs wordt gebruikt om iemand een opdracht of een aanwijzing te geven<div>Bijvoorbeeld: Sta op. Ruim op. Lees dat. </div><div>In het Spaans: escucha, lee, calla</div>
LEERDOEL: gebiedende wijs
Slide 3 - Tekstslide
Wanneer gebruik je de gebiedende wijs?
Slide 4 - Open vraag
Gebiedende wijs
tú
vosotros
usted
ustedes
hablar
habla
hablad
hable
hablen
escribir
escribe
escribid
escriba
escriban
comer
come
comed
coma
coman
Wat valt op?
LEERDOEL: gebiedende wijs
Slide 5 - Tekstslide
Gebiedende wijs meervoud?
In het Nederlands hoor je geen verschil.
Ik kan tegen 1 persoon zeggen: Schrijf dat op.
Ik kan tegen een hele groep zeggen: Schrijf dat op.
In het Spaans heb je wel een speciale meervoudsvorm.
Escribe. = Schrijf dat op (tegen 1 persoon)
Escribid. = Schrijf dat op (tegen meerdere personen)
LEERDOEL: gebiedende wijs
Slide 6 - Tekstslide
Jij <--> U
Wanneer ik in het Spaans iemand met u aanspreek heb je weer 2 aparte vormen.
Escriba. = Schrijft u dat op. (tegen 1 persoon)
Escriban. = Schrijft u dat op. (tegen meerdere personen)
Slide 7 - Tekstslide
Onregelmatigheden
Let op! Bij werkwoorden met klinkerwisseling moet je niet vergeten om deze door te voeren (behalve bij vosotros)
Tú pensar = piensa
U (ev) empezar = empiece
U (mv) dormir = duerma
Slide 8 - Tekstslide
El imperativo negativo
Wat is de ontkennende gebiedende wijs?
gebiedende wijs wordt gebruikt om iemand een opdracht of een aanwijzing te geven, advies of iets verbieden<div>Bijvoorbeeld: koop dat niet, eet dat niet, praat niet, vergeet niet..</div><div><br></div>
LEERDOEL: ontkennende geb. wijs
Slide 9 - Tekstslide
Ontkennende gebiedende wijs
tú
vosotros
usted
ustedes
hablar
no hables
no habléis
no hable
no hablen
escribir
no escribas
no escribáis
no escriba
no escriban
comer
no comas
no comáis
no coma
no coman
LEERDOEL: ontkennende geb. wijs
Slide 10 - Tekstslide
(llevar, vosotros) mejor el azul marino
A
lleváis
B
llevad
C
lleved
D
llevéis
Slide 11 - Quizvraag
(cerrar, usted) la puerta por favor
A
cerre
B
cerra
C
cierran
D
cierre
Slide 12 - Quizvraag
No (jugar, tú) más a los videojuegos
A
juega
B
juga
C
juegas
D
juegues
Slide 13 - Quizvraag
No (echar, vosotros) más ingredientes en la olla
A
echen
B
echéis
C
echáis
D
echad
Slide 14 - Quizvraag
Moeten
Wat voor werkwoordsvorm gebruiken we om
in het Spaans ''moeten'' uit te drukken?
LEERDOEL: Moeten
Slide 15 - Tekstslide
Hoe vorm je in het Spaans de werkwoordsvorm ''moeten''? ....+ .... + ....
Slide 16 - Open vraag
TENER + QUE + infinitivo
Wanneer gebruik je deze werkwoordsvorm?
Ken je het rijtje nog van tener?
Vervoeg het laatste werkwoord nooit!
Slide 17 - Tekstslide
Grootste verschillen: Tener / Tener que
Slide 18 - Woordweb
Geef het rijtje van TENER (alle personen)
Slide 19 - Open vraag
De toekomende tijd
LEERDOEL: toekomende tijd
Slide 20 - Tekstslide
Hoe vorm je in het Spaans de nabije toekomende tijd? ....+ .... + ....
Slide 21 - Open vraag
IR + A + infinitivo
Wanneer gebruik je de nabije toekomende tijd?
Het uitdrukken van een actie dat binnenkort gaat gebeuren.
Ken je het rijtje nog van ir?
Slide 22 - Tekstslide
Geef het rijtje van IR (alle personen)
Slide 23 - Open vraag
Los verbos reflexivos
Hoe herken je deze werkwoorden ook alweer?
Onderwerp van de zin voert en ontvangt de
actie uit...
LEERDOEL: wederkerende ww.
Slide 24 - Tekstslide
De verbos reflexivos
Geen ww. zonder vnw.
Stam...
Klinkerwisseling
Let op met se <-> le
Slide 25 - Tekstslide
Vul de juiste vervoeging in:
Yo siempre____(ducharse) a las ocho.
A
ducho
B
se ducho
C
me ducho
D
duchas
Slide 26 - Quizvraag
Vul de juiste vervoeging in: Nosotros____(levantarse) a las siete y media.
A
levantamos
B
nos levantamos
C
levantáis
D
os levantamos
Slide 27 - Quizvraag
Vul de juiste vervoeging in: ¿Cómo_________(llamarse) vosotros?
Slide 28 - Open vraag
Vul de juiste vervoeging in: ¿A qué hora____(despertarse) Juan?
Slide 29 - Open vraag
Los pronombres de objeto (in)directo
Waarom gebruiken we deze voornaanwoorden?
Kennen we de voornaamwoorden nog?
We gebruiken de voornaamwoorden om het lijdend voorwerp / meewerkend voorwerp te vervangen. Zodat je niet telkens in herhaling valt.