20 februari

Wat doen we vandaag?
  • Presentatie?
  • Bespreken 8D, oefeningen.
  • 8E
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wat doen we vandaag?
  • Presentatie?
  • Bespreken 8D, oefeningen.
  • 8E

Slide 1 - Tekstslide

Vragen grammatica?

Slide 2 - Open vraag

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 3 - Tekstslide

A Werkwoord 1a
  • De uitgangen van de indicativus praesens

Slide 4 - Tekstslide

A Werkwoord 1b
  • Coni. sigmatische aoristus (λύω - ἔλυσα)
  • actief           medium
  • λύσω             λύσωμαι
  • λύσῃς           λύσῃ
  • λύσῃ             λύσηται
  • λύσωμεν      λυσώμεθα
  • λύσητε         λύσησθε
  • λύσωσι(ν)    λύσωνται 

Slide 5 - Tekstslide

A Werkwoord 1b
  • Coni. thematische aoristus (λαμβάνω - ἔλαβον)
  • actief         medium
  • λάβω           λάβωμαι
  • λάβῃς          λάβῃ
  • λάβῃ            λάβηται
  • λάβωμεν     λαβώμεθα
  • λάβητε        λάβησθε
  • λάβωσι(ν)  λάβωνται

Slide 6 - Tekstslide

A Werkwoord 2
  • a Telkens wanneer Bakchos komt
  • b Skolion 2 (r. 1) ἢν δέ τις αὐτὸν πίνῃ
  • Skolion 3 (r. 1) ὅταν πίνω τὸν οἶνον
  • (r. 5) κἂν μὴ θέλω

Slide 7 - Tekstslide

A Werkwoord 3
  • a Skolion 3 (r. 6) πλανῶμαι
  • (r. 7) πίωμεν
  • b πλανῶμαι coni. dubitativus (twijfel) (waarom) moet ik dwalen?
  • πίωμεν coni. adhortativus (aansporing) laten we drinken

Slide 8 - Tekstslide

A Werkwoord 4
  • Skolion 4 (r. 5) ἢν προλάβῃς (coni. generalis/futuralis) – als je (het) eerder neemt
  • (r. 6) ἢν δὲ θάνῃς (coni. generalis/futuralis) – als je gestorven bent

Slide 9 - Tekstslide

A Werkwoord 5
  • a imperativus/gebiedende wijs
  • b Ook een imperativus.
  • c Van de aoristus medium
  • d λῦσαι 

Slide 10 - Tekstslide

B Substantivering
  • 1 Skolion 4 (r. 3) θνητά sterfelijke zaken/dingen
  • 2 1 τὰ Κροίσου – de rijkdom (lett. de dingen) van Kroisos
  • 3 σὺν τῷ πίνειν ἡμᾶς - op het moment dat we drinken
  • 4 τὸ ζῆν, τοῦ μὴ ζῆν – het leven, het niet-leven
  • 5 τὰ Γύγεω, τὸ τήμερον, τὸ αὔριον de dingen van Gyges, het heden, de dag van morgen

Slide 11 - Tekstslide

C Bijstelling
  • a over Γύγεω
  • b genitivus; Γύγεω is ook genitivus
  • c De bijstelling staat in dezelfde naamval als het woord waarbij het een bijstelling is.

Slide 12 - Tekstslide

D Weglating
  • a aanvullen ἐστιν
  • onderwerp τις
  • b In alle drie vragen komt voor: τί μοι
  • c Aangevuld moet worden: μέλει

Slide 13 - Tekstslide

Συμβουλή
  • Skolion 1
  • 1 zorgen verdwijnen. Idee dat men rijk en gelukkig is, en dat men zich prettig voelt.
  • 2 a eigen verwerking
  • b net zo rijk en gelukkig als Kroisos zijn

Slide 14 - Tekstslide

Συμβουλή
  • Skolion 2
  • 1 lezer in het algemeen; τις
  • 2 οἶνον

Slide 15 - Tekstslide

Συμβουλή
  • Skolion 3
  • 1 bijvoorbeeld:
  • r. 1-2 stelling
  • r. 3-4 vragen
  • r. 5 omslagpunt: iedereen moet sterven ook als men dat niet wil

Slide 16 - Tekstslide

Συμβουλή
  • Skolion 3
  • r. 6 vraag
  • r. 7-8 aansporing
  • r. 9-10 gevolgen
  • 2 r. 2 en 10
  • 3 dat je moet sterven, r. 5, vergelijk r. 10 skolion 1
  • 4 hij die losmaakt/bevrijdt (namelijk van zorgen)

Slide 17 - Tekstslide

Συμβουλή
  • Skolion 4
  • leven is kort (ῥοπὴ μόνον)
  • Skolion 5
  • 1 eigen verwerking
  • 2 tussen r. 5 en 6

Slide 18 - Tekstslide

Συμβουλή
  • Skolion 6
  • 1 οὐδ’ εἷλέ πώ με ζῆλος (r. 3)
  • οὐδὲ φθονῶ (r. 4)
  • 2 bij ἐμοὶ μέλει (r. 5)

Slide 19 - Tekstslide

Oefening 1
  • Indicativus 
  • δίδωσι 3 ev praes. 
  • ἐθέλεις 2 ev praes. 
  • ἀποδείξω 1 ev fut. 
  • φής 2 ev praes. 
  • τρέχω 1 ev praes. 
  • ἐπαινῶ 1 ev praes.

Slide 20 - Tekstslide

Oefening 1
  • Coniunctivus
  • λογίζωμαι 1 ev praes.
  • θέλῃς 2 ev praes. 
  • ἕλωμεν 1 mv aor. 
  • ἀποπέμψητε 2 mv aor.
  • θέλωσι 3 mv praes.
  • ἀποδείξω 1 ev aor.
  • δοκῶσιν 3 mv praes.
  • ἐπαινῶ 1 ev praes.

Slide 21 - Tekstslide

Oefening 1
  • Optativus
  • δόξαιτε 2 mv aor.
  • ἐρῷμεν 1 mv praes.
  • νικήσαιμι 1 ev aor.
  • θάνοιεν 3 mv aor.
  • καλέσειε 3 ev aor.

Slide 22 - Tekstslide

Oefening 2
  • 1 φησί is 3 ev, de rest is 3 mv
  • 2 μάχῃ is medium, de rest is actief
  • 3 ἕλοιεν is aoristus, de rest is praesens
  • 4 ᾔεις is imperfectum, de rest is praesens
  • 5 θάνωσι is aoristus, de rest is praesens
  • 6 ᾄδει is actief, de rest is medium

Slide 23 - Tekstslide

Oefening 3
  • Toen een praatzieke kapper een grapjas vroeg:
  • ‘Hoe moet ik je knippen?’, 
  • zei de grapjas:
  • ‘Zwijgend.’

Slide 24 - Tekstslide

Oefening 3
  • Toen een grapjas een slecht spelende en slecht zingende citherspeler zag, 
  • begroette hij hem met de woorden/terwijl hij zei: 
  • ‘Dag, haan’. 
  • Toen de citherspeler informeerde waarom hij hem zo aansprak, zei hij: 
  • ‘Omdat wanneer jij kraait, allen wakker worden/iedereen wakker wordt.’

Slide 25 - Tekstslide

Aan het werk.
  • Leer de woordjes en grammatica t/m 8E
  • Maak de vragen bij 8E.

Dit is ook huiswerk. 

Slide 26 - Tekstslide