Future forms

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Today: 
Future forms revision
Maken: Test Jezelf afmaken
Klaar? Leren voor SO Words & grammar Unit 3


Everyone: please join LessonUp! 

Slide 2 - Tekstslide

Match the example to the name 
Present simple
Present continuous
Future with will
Future with going to
I'm going to study really hard for this test
The summer holiday starts on the 24th of July. 
Hang on, I'll help you with that. 
My sister is getting married next week. 

Slide 3 - Sleepvraag

Match the use to the name 
Present simple
Present continuous
Future with will/ shall
Future with going to
Future continuous
Dingen die al vaststaan, door een ander geregeld. 
Dingen die op een bepaald moment in de toekomst bezig zullen zijn 
Beloftes, voorspellingen zonder bewijs, dingen die je nu beslist en meteen gaat doen. 
Gebeurtenissen in de toekomst waarvoor al dingen geregeld / afgesproken zijn 
Plannen zonder dat er iets geregeld is, voorspellingen met bewijs

Slide 4 - Sleepvraag

Dus: 

Kun je het opzoeken op internet of in een schoolgids? Present simple. 

Zijn er al dingen geboekt, geregeld, betaald, afgesproken? Present continuous. 

Zijn het plannen, of voorspellingen waar je bewijs voor hebt? Going to - future 

Zijn het beloftes, voorspellingen zonder bewijs, dingen die nu beslist worden en meteen gebeuren? Future with will/ shall. 

Zal het op een bepaald moment in de toekomst aan de gang zijn? Future continuous 

Slide 5 - Tekstslide

Which form of the future is correct here?
A
Do you think she is going to come soon?
B
Do you think she will come soon?

Slide 6 - Quizvraag

Choose the right form of the future.
I (meet) him at seven at the cinema.
A
will meet
B
am going to meet
C
'm meeting
D
meet

Slide 7 - Quizvraag

Which form of the future is correct here?
A
In the new year I'm going to stop eating so much junk.
B
In the new year I will stop eating so much junk.

Slide 8 - Quizvraag

Which form of the future should be used here?
A
She has a yoga class tomorrow morning.
B
She is having a yoga class tomorrow morning.

Slide 9 - Quizvraag

Fill in a form of the future:
Look at the sky! It ____ (rain) soon!
A
will
B
going to rain
C
will rain
D
is going to rain

Slide 10 - Quizvraag

Fill in the correct form of the future: School _________ at 15.55 pm.
A
ends
B
is ending
C
will end
D
is going to end

Slide 11 - Quizvraag

Which form of the future is correct here?
A
My grandparents visit us this Easter.
B
My grandparents are visiting us this Easter.

Slide 12 - Quizvraag

Fill in a form of the future:
I promise, I ____ (be) on time.
A
will
B
am going to
C
will be
D
am going to be

Slide 13 - Quizvraag

Shall/ will + verb:
1. Gaat de actie zeker door bij de future in deze form?
A
Nee (niet waarschijnlijk)
B
Ja (waarschijnlijk)

Slide 14 - Quizvraag