2M Hoofdstuk 8

H8 Vergroten & verkleinen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H8 Vergroten & verkleinen

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud van deze les
Lesdoel: Ik weet wat ik nog moet oefenen van hoofdstuk 8
  • Alles herhalen

Slide 2 - Tekstslide

Vergrotingsfactor
Als je iets wilt vergroten wil dit zeggen dat je ALLE maten van een figuur vergroot.

Belangrijke begrippen:
Origineel (oud) en beeld (nieuw). 
Vergrotingsfactor = lengte beeld : lengte origineel

Slide 3 - Tekstslide

Verkleinen (= vergroten)
Bij het verkleinen van een figuur heb je ook te maken met een origineel en een beeld.
Om de 'vergrotings'factor te bepalen gebruik je dezelfde formule: 
beeld : origineel

4 : 8 = 0,5
Je vergrotingsfactor = 0,5

Slide 4 - Tekstslide

Kopieerapparaat
100 %   = vergrotingsfactor 1        (plaatje blijft gelijk). 
50 %     = vergrotingsfactor 0,5   (plaatje wordt 2 keer zo klein). 
200 %  = vergrotingsfactor 2       (plaatje wordt 2 keer zo groot). 

Percentage : 100 = vergrotingsfactor. 

Slide 5 - Tekstslide

Wat is hier de vergrotingsfactor?
A
1
B
1,5
C
1,7
D
2,1

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de vergrotingsfactor?
A
1, 9 : 2,8 = 0,68
B
2,8 : 1,9 = 1,47

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de vergrotingsfactor

Slide 8 - Open vraag


Wat is dan de vergrotingsfactor?

Slide 9 - Open vraag

Vergroting oppervlakte


Oppervlakte vergroten
 oppervlakte beeld =  vergrotingsfactor² x Opp. origineel 






Slide 10 - Tekstslide

De vergrotingsfactor is 2
hoeveel keer groter is de oppervlakte?
A
2
B
4
C
8
D
16

Slide 11 - Quizvraag

De vergrotingsfactor is 1,5. Wat is de oppervlakte van het grote vierkant?
timer
1:30
A
1,5 cm²
B
6 cm²
C
9 cm²
D
13,5 cm²

Slide 12 - Quizvraag

Bekeken de oppervlakte van de vergroting. Gebruik de vergrotingsfactor uit je vorige opdracht.

Slide 13 - Open vraag

vergrotingsfactor en inhoud

Slide 14 - Tekstslide

Een vaas wordt vergroot. De inhoud van het origineel is 0,6 liter, de vergrotingsfactor is 1,4. Hoeveel liter is de vergroting? (afgerond op 1 decimaal)
A
3
B
1,6
C
1,4
D
0,3

Slide 15 - Quizvraag

De inhoud van de kleine kubus is 8 cm³. De inhoud van de grote kubus is 216 cm³.
Wat is de vergrotingsfactor?
A
2
B
3
C
9
D
27

Slide 16 - Quizvraag

Vat II is een vergroting van vat I.
De vergrotingsfactor is 1,8.
De inhoud van vat I is 40 liter.
Bereken de inhoud van vat II.
Rond af op hele liters.

Slide 17 - Open vraag

Bij snackbar Het Pontje verkopen ze milkshakes.
Een kleine beker heeft een inhoud van 0,3 liter.
Een grote beker heeft een inhoud van 0,75 liter.
De bekers zijn gelijkvormig.

Bereken de vergrotingsfactor. Rond af op één decimaal.




Slide 18 - Open vraag

Gelijkvormige driehoeken

Slide 19 - Tekstslide

Welke gelijkvormige driehoeken zie je?

Slide 20 - Open vraag

Er zijn twee gelijkvormige driehoeken, welk antwoord klopt?
timer
1:10
A
ΔPQRΔPMK
B
ΔPQRΔPKM
C
ΔPQRΔKPM
D
ΔPQRΔPKR

Slide 21 - Quizvraag

Zijn deze driehoeken gelijkvormig?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quizvraag