Toets 5+6

Toets 5+6
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerkeerBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Toets 5+6

Slide 1 - Tekstslide

Bestuurder
Voetganger
Als je fietst
Als je paardrijdt
Als je loopt met je paard aan een teugel
Als je loopt
Als je speelt
Als je skatet
Als je loopt met je fiets
Als je stept
Als je met je skelter rijdt

Slide 2 - Sleepvraag

Dit is een verplicht fietspad. Je moet hier fietsen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Dit is een verplicht fietspad. Je moet hier fietsen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Welke is waar?
A
Als er geen voetpad is, mogen voetgangers op het fietspad lopen.
B
Op het voetpad mogen ook bestuurders komen.
C
Voetgangers mogen nooit op het fietspad komen.
D
Als je paardrijdt, mag je wel op het voetpad.

Slide 5 - Quizvraag

Welke is niet waar?
A
Een fietsstrook is een aparte strook voor fietsers op de rijbaan.
B
Er bestaan ook tweerichtingenfietspaden.
C
Een rijbaan is een gedeelte van de weg waar bestuurders moeten rijden.
D
Fietsers mogen ook op de rijbaan komen als er een fietspad is.

Slide 6 - Quizvraag

Als je dit ziet op de weg, dan is het een:
A
fietspad
B
stoep
C
uitrit
D
rijbaan

Slide 7 - Quizvraag

Welke dingen horen bij een weg?
A
rijbaan en fietspad
B
rijbaan, fietspad en voetpad/stoep
C
berm, rijbaan, fietspad, voetpad/stoep
D
berm, rijbaan, uitrit, stoep/voetpad

Slide 8 - Quizvraag

Als er bij dit bord een stopstreep is, moet je stoppen. Als die er niet is, mag je stoppen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Welke is waar?
A
Als je fietst, moet je voorrang krijgen van links.
B
Als je fietst, moet je voorrang krijgen van rechts.
C
Als je fietst, moet je voorrang geven aan rechts.
D
Als je fietst, moet je voorrang geven aan links.

Slide 10 - Quizvraag

Hoe noemen ze dit kruispunt?

Slide 11 - Open vraag