1.4 Assortimentstrategie

1.4 Assortimentstrategie
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

1.4 Assortimentstrategie

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Een kledingwinkelketen breidt het assortiment uit met een scherp geprijsde basic-lijn die goedkoper is dan de voorheen laagst geprijsde artikelen.

Van welke assortimentsstrategie is hier sprake?
A
Brand extension
B
Trading down
C
Trading up

Slide 3 - Quizvraag

Welke van de volgende voorbeelden is een brand extension?
A
Een frisdrankmerk introduceert een nieuwe smaak binnen dezelfde productlijn.
B
Een sportkledingmerk begint met de verkoop van sportaccessoires zoals tassen en yogamatten.
C
Een bedrijf dat luxe auto’s produceert, brengt een goedkopere versie van een bestaand model op de markt.
D
Een snoepfabrikant werkt samen met een bekend chocolademerk om een nieuwe reep te ontwikkelen.

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van co-branding?
A
Een merk introduceert een nieuw product onder dezelfde productlijn om klanten met een hoger budget aan te trekken.
B
Een bedrijf voegt goedkopere producten toe aan zijn assortiment om een breder publiek te bereiken.
C
Twee merken werken samen om een product te ontwikkelen dat de sterke punten van beide merken combineert.
D
Een merk brengt meerdere varianten van hetzelfde product uit, zoals verschillende smaken of verpakkingen.

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het belangrijkste verschil tussen line stretching en line filling?
A
Line stretching breidt een productlijn uit naar een hoger of lager prijsniveau, terwijl line filling nieuwe varianten binnen dezelfde prijsklasse toevoegt.
B
Line stretching voegt alleen luxere producten toe, terwijl line filling alleen goedkopere producten toevoegt.
C
Line stretching richt zich op nieuwe verpakkingen, terwijl line filling zich beperkt tot nieuwe smaken.
D
Line stretching betekent het betreden van een nieuwe productcategorie, terwijl line filling alleen binnen een bestaande productlijn blijft.

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Trading-up

Slide 8 - Tekstslide

Trading-down

Slide 9 - Tekstslide

Up-grading

Slide 10 - Tekstslide

Een klein bedrijf koopt normaal gesproken standaard kantoorbenodigdheden bij een lokale leverancier. Nu besluit het bedrijf om duurdere, ergonomische bureaustoelen aan te schaffen bij een gerenommeerde leverancier om het welzijn van de werknemers te verbeteren. Welk begrip past bij deze situatie?
A
Trading down
B
Trading up
C
Upgrading

Slide 11 - Quizvraag

Een groot productiebedrijf heeft altijd hoogwaardige, dure machines gekocht voor hun productieproces. Vanwege budgetbeperkingen besluiten ze nu goedkopere, maar functionele machines aan te schaffen. Welk begrip beschrijft deze keuze het beste?
A
Trading down
B
Trading Up
C
Upgrading

Slide 12 - Quizvraag

Een IT-bedrijf gebruikt verouderde software voor hun klantenbeheer. Ze besluiten te investeren in een nieuw, geavanceerd CRM-systeem om hun efficiëntie en klanttevredenheid te verbeteren. Welk begrip past bij deze situatie?
A
Trading down
B
Trading up
C
Upgrading

Slide 13 - Quizvraag

Verticale productdifferentiatie: 
Objectieve meting van differentiatiefactoren
Verticale productdifferentiatie is het meetbare onderscheid op basis van tastbare factoren zoals smaak, functie en ontwerp. 
  

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Horizontale productdifferentiatie
Subjectieve meting van differentiatiefactoren
Bij horizontale productdifferentiatie onderscheiden producten zich door immateriële kwaliteitskenmerken. Producten in deze categorie hebben dezelfde functionele aspecten tegen een vergelijkbare prijs. Het overheersende thema is dat als alle opties identiek geprijsd zouden zijn, er een duidelijke "winnaar" zou zijn in termen van kwaliteitsperceptie.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Line pruning
Het uit het assoriment halen van bepaalde artikelen die niet meer aan de gestelde redementseisen voldoen om zo het assortiment weer gezond te maken.

Slide 18 - Tekstslide

Een leverancier van industriële machines biedt verschillende modellen aan die variëren in prijs en kwaliteit. Ze hebben basis-, middenklasse- en premium modellen, waarbij elk model een hogere kwaliteit en betere prestaties biedt dan het vorige. Welk begrip beschrijft deze strategie het beste?
A
Horizontale productdifferentiatie
B
Verticale productdifferentiatie
C
Line pruning

Slide 19 - Quizvraag

Een fabrikant van kantoorartikelen biedt verschillende soorten pennen aan, waaronder pennen in verschillende kleuren en stijlen. Deze varianten zijn allemaal gelijkwaardig in kwaliteit, maar verschillen in ontwerp en kleur om aan verschillende voorkeuren van bedrijven te voldoen. Welk begrip beschrijft deze strategie het beste?
A
Horizontale productdifferentiatie
B
Verticale productdifferentiatie
C
Line pruning

Slide 20 - Quizvraag

Een groot technologiebedrijf verkoopt verschillende soorten softwareproducten. Na een analyse van de verkoopgegevens, besluit het bedrijf om enkele minder populaire softwaretools uit hun assortiment te halen om zich te concentreren op hun best presterende producten. Welk begrip beschrijft deze strategie het beste?
A
Horizontale productdifferentiatie
B
Verticale productdifferentiatie
C
Line pruning

Slide 21 - Quizvraag