Les 4.2 Nederlands - tussenletters

Tussenletters
Hoe zit dat eigenlijk?

Les 4.2 Nederlands
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Tussenletters
Hoe zit dat eigenlijk?

Les 4.2 Nederlands

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
- Korte herhaling van Grammatica §4.1 Meervoud
- Theorie over Grammatica §4.2 Tussenletters


- werken aan eigen infografic (inleveren 23 juni)

Slide 2 - Tekstslide

Ontwikkeldossier
Maak via OneDrive een eigen moeilijke woordenlijst aan (Word)

Versterken woordenschat:
  • noteer iedere week minimaal 5 moeilijke woorden die je hoort tijdens een les

Slide 3 - Tekstslide

Eindproduct: ontwikkeldossier
30 moeilijke woorden
  • 20 moeilijke woorden of termen met daarachter hun betekenis 
  • 10 lastige woorden die lastig zijn om goed te spellen

pragmatisch  = het is praktisch, nuttig, bruikbaar
interventie      = een tussenkomst


Slide 4 - Tekstslide

https://www.youtube.com/watch?v=D-aGui502CU&list=RDCMUC9xZfcN6pmTOqH7iarVglkQ&index=1 

Slide 5 - Tekstslide

Grammatica 4.2 tussenletters
lesdoel: Je gebruikt de juiste tussenletters

uitleg: een samenstelling is een combinatie van twee of meer zelfstandige naamwoorden. Vaak staan er tussen de woorden tussenletters

Slide 6 - Tekstslide

-en-

  • Schrijf -en- in een samenstelling als het linkerwoord een zelfstandig naamwoord is met alleen een meervoud op -en: tomaat + soep = tomatensoep.

  • Als het linkerwoord al eindigt op -en, gebruik je geen extra -en-: havengebied, keukentafel.

Slide 7 - Tekstslide

Uitzonderingen (1)
  • Het linkerwoord heeft een meervoud op -en én -s: hoogtes en hoogten, dus: hoogtepunt

  • Het linkerwoord heeft geen meervoud: tarwebloem, roggebrood

Slide 8 - Tekstslide

Uitzonderingen (2)
  • Van het linkerwoord is er maar één: maneschijn, zonnebank.
  • Het linkerwoord is een bijvoeglijk naamwoord of een werkwoord: rodekool, verrekijker; jokkebrok, lachebek.
  • Het linkerwoord versterkt het rechterwoord: beresterk, apetrots.
  • In veel ouderwetse samenstellingen: bakkebaard, nachtegaal, schattebout.

Slide 9 - Tekstslide

rijst + pap
A
rijstepap
B
rijstenpap

Slide 10 - Quizvraag

boot + loods
A
bootloods
B
boteloods
C
botenloods

Slide 11 - Quizvraag

garage + box
A
garagebox
B
garagenbox
C
garagesbox

Slide 12 - Quizvraag

De stem van een meisje
A
meisjestem
B
meisjesstem

Slide 13 - Quizvraag

De zon die verduistert...
A
zonneverduistering
B
zonnenverduistering
C
zonsverduistering

Slide 14 - Quizvraag

De tekst van een wet
A
wettekst
B
wetstekst
C
wettentekst

Slide 15 - Quizvraag

-s-
  • Schrijf -s, als je die klank in vergelijkbare samenstellingen ook hoort:
    personeelsbeleid, dus ook personeelschef; stationsplein, dus ook Stationsstraat.

  • Gebruik bij twijfel een woordenboek of woordenlijst.

Slide 16 - Tekstslide

En nu een spel........

Slide 17 - Tekstslide

Weektaak
  • Grammatica §4.2 Tussenletters: maken weekopgave


  • Verder werken aan je eigen infografic

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Schrijf 2 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 20 - Open vraag

Terugkoppeling lesdoelen
Tussenletters bij samenstellingen van zelfstandige naamwoorden

Slide 21 - Tekstslide