Have got

HAVE GOT
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

HAVE GOT

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hebben =
Have got / Has got
  • I have got
  • You have got
  • He has got
  • She has got
  • It has got
  • We have got
  • You have got
  • They have got

Slide 2 - Tekstslide

Begin met persoonlijke voornaamwoorden op het linkerbord doornemen.
Teacher! I ... a question.
A
Have got
B
Has got

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

She ... a dog and a cat
A
Have got
B
Has got

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oh wow! You ... the new iPhone 22XL!?
A
have got
B
has got

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke personen krijgen 'has'?
Welke personen krijgen 'have'?
I
You
He
She
It
We
You
They

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zeg je dat je iets niet hebt?
Je gebruikt het woordje:
NOT 

I have not got a brother
Have + not = haven't 
Has + not = hasn't 


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin ontkennend:
She has got a 10 for English.
A
She hasn't got a 10...
B
She not have a 10...
C
She haven't got a 10...
D
Not she have got a 10...

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin ontkennend:
They have got a ticket
A
They haven't got a ticket
B
They not have a ticket
C
They not got a ticket
D
They hasn't got a ticket

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
I have got an owl.
B
I has got an owl.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
We have got lunch.
B
We has got lunch.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
The doctor have got a lot of patients.
B
The doctor has got a lot of patients.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
Mr Trump have got a white house.
B
Mr Trump has got a white house.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
They have got 5 dogs.
B
They has got 5 dogs.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
You have got a bike.
B
You has got a bike.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
It have got wheels.
B
It has got wheels.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
Harry Potter have got an owl.
B
Harry Potter has got an owl.

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
We have got music lesson.
B
We has got music lesson.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
He have got 2 cats.
B
He has got two cats.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
She have got an umbrella.
B
She has got an umbrella.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
You have got a book.
B
I has got a book.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is juist?
A
We have got a horse.
B
I has got a horse.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Na deze les, 
wil ik...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof
nog meer te weten komen over de leerstof
niet meer te weten komen over de leerstof
nog iets anders (vul de vraag op de volgende slide in)

Slide 24 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Nog iets anders, namelijk...

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe vond je 
deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Questions ?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak je opdrachten in de studieplanner

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies