§3.3 Lezen

§3.3 Lezen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

§3.3 Lezen

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 3.3 Lezen

Je leert:


- wat een betoog is

- objectieve en subjectieve argumenten 

  herkennen

- hoe je argumenten kritisch kunt lezen

- argumenten, tegenargumenten 

  en weerleggingen herkennen

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een betoog? 

In een betoog geeft de schrijver zijn mening en licht die toe met argumenten.

Een betoog heeft meestal een driedeling: inleiding, middenstuk en slot.


Slide 3 - Tekstslide

Subjectieve informatie is
per definitie onbetrouwbaar.
Waar of niet waar?
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Kritisch lezen van argumenten

In een betoog zijn het vooral de argumenten die je kritisch moet lezen/beoordelen. 

Bij objectieve argumenten vraag je je af: is dit waar? Is het werkelijk gebeurd? Is dit onderzocht?
Bij subjectieve argumenten: Vind ik dit ook? Komt dit overeen met mijn mening? Waarop is dit gebaseerd?

Slide 5 - Tekstslide


Is het argument objectief of subjectief?
Ik zou deze jas niet kopen, want hij is echt te duur.
A
subjectief argument
B
objectief argument

Slide 6 - Quizvraag


Is het argument objectief of subjectief?
Ik ga liever naar café Rosa, want dat is minder ver
fietsen vanaf mijn huis.
A
subjectief argument
B
objectief argument

Slide 7 - Quizvraag

Is het argument objectief of subjectief?
Veel ontbijtgranen zijn ongezond, want slechts 44%
van de ontbijtgranen in de winkel krijgt volgens de
Consumentbond de hoogste beoordeling (een A)
voor gezonde ingrediënten.
A
subjectief argument
B
objectief argument

Slide 8 - Quizvraag

Is het argument objectief of subjectief?
Het is vandaag een goede dag om naar het strand objectief / subjectief
te gaan, want het is lekker warm.
A
subjectief argument
B
objectief argument

Slide 9 - Quizvraag

Objectief

Of het op een plek buiten drie graden onder nul is, kun je controleren.
Je kunt kijken op een thermometer of op een weersite op internet.
Dit is dus een objectief argument

Een objectief argument zijn dus vaak feiten en kun je controleren
(gegevens uit onderzoek, rapportages etc). Check of zo'n feit echt van toepassing is op het standpunt.




Slide 10 - Tekstslide

Subjectief
Subjectieve argumenten worden ook wel waarderende argumenten genoemd:
meningen, indrukken, ervaringen, voorspellingen, vermoedens. 

Bij een subjectief argument kan het dus zo zijn dat iemand
een andere mening heeft en het niet eens is met jou!

Subjectieve argumenten kun je niet controleren op juistheid, wel op waarschijnlijkheid.
Als de betoger in naam van een groep spreekt, dan kun je dit checken/verifiëren!

Check altijd bij jezelf of je het eens bent met subjectieve argumenten!



Slide 11 - Tekstslide

De smartphone is onmisbaar. Je kan er nu bijna overal geld mee overmaken.
A
objectief argument
B
subjectief argument

Slide 12 - Quizvraag

Utrecht is een prettige stad om te wonen. Er wonen in Utrecht veel jonge gezellige mensen.
A
objectief argument
B
subjectief argument

Slide 13 - Quizvraag

Argumenten
In de vorige les leerde je het verschil tussen feitelijke (objectieve) en niet-feitelijke (subjectieve) argumenten.


Of een betoog de lezer overtuigt van zijn/haar standpunt, wordt niet bepaald door de mening van de schrijver, maar door een gebalanceerde combinatie van objectieve en subjectieve argumenten. 


Met deze argumenten onderbouwt een schrijver zijn mening en overtuigt hij de lezer wel/niet.

Slide 14 - Tekstslide

Tegenargument
Met een tegenargument ontkracht je een standpunt of een argument, je maakt dat standpunt of argument minder aanvaardbaar.  Een tegenargument is een argument van iemand met een andere mening.

Iemand die sterk kan argumenteren, weet een tegenargument vervolgens te pareren met een weerlegging.

Slide 15 - Tekstslide

Weerlegging
Een argument dat laat zien dat een argument zwak of onwaar is noemen we een weerlegging.
Voorbeeld:
Het is fijn dat de aarde opwarmt, want dan kunnen we in ons eigen land lekker veel zonnen (argument voor). Maar de kans dat je huidkanker krijgt, wordt daardoor wel een stuk groter (argument tegen). Als je je echter genoeg insmeert met zonnebrandolie en niet te lang in de zon blijft, is er niets aan de hand (weerlegging).

Slide 16 - Tekstslide